CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2018

 

Debussy: La Mer - Iberia - Images voor piano I (orkestratie Colin Matthews) - Six Épigraphes antiques (orkestratie Rudolf Escher)

Orchestre Philharmonique du Luxembourg o.l.v. Gustavo Gimeno
Pentatone PTC 5186627 • 78' •
Opname: september 2016 en juli 2018, Philharmonie, Luxemburg

 

Dit is niet zomaar de zoveelste uitgave in het kader van het Debussy-jaar 2018, al zal menigeen even schrikken van alweer La Mer en Ibéria. Het Luxemburgse orkest gaf de Britse componist Colin Matthews (1946) opdracht tot het orkestreren van het eerste boek van de Images voor piano, en hier kunnen we voor het eerst kennismaken met het resultaat. Matthews was jarenlang huiscomponist van het Hallé Orchestra, en maakte in die hoedanigheid een orkestversie van de 24 Préludes van Debussy, die door chefdirigent Mark Elder met zijn orkest zijn opgenomen voor het eigen label van het orkest. Het label Naxos nam ze eveneens op in het kader van een complete registratie van de orkestwerken en orkestraties door derden, een project dat maar liefst acht cd's omvat.

Debussy was niet alleeen een baanbrekend componist, hij was ook een innoverend orkestrator. Anders dan zijn collega Gabriel Pierné, die behalve componist ook een begaafd dirigent was, kon hij niet terugvallen op praktijkmodellen en moest als het ware steeds weer opnieuw het wiel uitvinden. En uitvinden kon hij: met de aardverschuivende Prélude à l'après-midi d'un faune wierp hij in december 1894 een formidabele knuppel in het Gallische hoenderhok. Het succes was niettemin overweldigend, en je zou mogen verwachten dat Debussy, met zijn chronische financiële zorgen, snel met een opvolger zou klaarstaan. Niets ervan. De essentiële symfonische productie van deze meester-orkestrator bleef daarna beperkt tot een viertal - onovertroffen - partituren: Trois Nocturnes (1893/99), La Mer (1903/05), Images pour Orchestre (1906/12) en Jeux (1912).

Nu gaf Debussy zelf toe dat hij vaak in orkestrale termen dacht waneer hij zijn pianowerken met zijn innerlijk oor hoorde. Maar de praktijk wees uit dat je als componist meer verdient aan het verkopen van bladmuziek dan aan sporadische uitvoeringen van orkestwerken. Dus schreef hij stapels pianowerken die om een orkestversie smeken, en zijn er tientallen orkestraties van derden in omloop. In Nederland bijvoorbeeld liet Hans Henkemans zich inspireren tot een orkestversie van de Préludes voor piano, een taak waarvoor hij in zijn dubbelrol als pianist en componist eminent gekwalificeerd was. Zijn collega Rudolf Escher bekommerde zich om de Six Épigraphes antiques in een even eigenzinnige als boeiende instrumentale vertaling. Om maar te zwijgen van de Stokowski's en Graingers van deze wereld.

In 2002 bracht Donemus een cd uit met werken van Escher: de Sinfonia per Dieci strumenti, de Nostalgies voor tenor en orkest en de Six Épigraphes - Ed Spanjaard dirigeerde het Radio Kamerorkest. Het was zo'n beetje de laatste dappere daad van Donemus, dat kort daarna weggevaagd werd door een catastrofale fusie. Van die cd hebben we dus nooit meer iets gehoord. Natuurlijk hebben we de onovertroffen live-registratie van Bernard Haitink van de Épigraphes, maar daar wordt flink doorheen gehoest. Gustavo Gimeno moet evenwel in zijn jaren als slagwerker bij het KCO kennis hebben gemaakt met deze versie - Haitink heeft ze 27 maal gedirigeerd in binnen- en buitenland. Dus vinden we op deze uitgave niet alleen de wereldpremière van Matthews' kijk op de Images, maar ook een gloednieuwe registratie van de Épigraphes. Bij elkaar opgeteld reden genoeg om deze cd warm aan het muzikale hart te drukken.

Het Orchestre Philharmonique de Luxembourg bestaat in de herinnering van veel cd-verzamelaars in de eerste plaats door de opnamen die Arturo Tamayo er maakte met werken van Xenakis, maar het orkest heeft een discografische geschiedenis die veel verder rijkt. Van 1958 tot 1980 was Louis de Froment chefdirigent in Luxemburg, dat in die tijd nog het orkest was van Radio Luxemburg. De publieke omroep werkte uiteraard graag samen met een platenlabel, en dus kwam op het Amerikaanse budgetlabel VoxTurnabout een VoxBox uitgave tot stand van de Complete Works for Orchestra, opgenomen in 1972. Een bijzondere uitgave, omdat ze destijds de enige gelegenheid bood om obscure werken als de Suite Symphonique Printemps te leren kennen.

Sinds 2015 is Gustavo Gimeno chef in Luxemburg, en dat niet alleen, hij is omarmd door het label Pentatone. Hij profiteert van de geweldige luxe om zich in een paar jaar te manifesteren in een breed repertoire - Bruckner, Stravinsky, Ravel, Sjostakovitsj, en nu Debussy. Gimeno (1976) is een dirigent die - gezien zijn kwaliteiten - pas laat tot bloei is gekomen. In 1995 werd hij aangenomen als slagwerker in het KCO, en in 2012 werd hij er benoemd tot assistent-dirigent. Zijn sensationele debuut (hij verving Mariss Jansons) veroorzaakte een vliegende start die zijn gelijke niet kent. Binnen de kortste keren dirigeerde hij in Boston, Cleveland, Londen en Wenen. Wie hem heeft zien werken is ogenblikkelijk overtuigd van zijn talent, dat alle kenmerken heeft van een geboren dirigent. Hij staat rechtop, gaat niet door zijn knieën, wipt niet met zijn hakken, loopt niet heen en weer, en zijn linkerhand is onafhankelijk van zijn rechterhand. Wanneer u denkt dat dat toch de normaalste zaak van de wereld is nodig u uit om bij uw eerstvolgende concertbezoek eens op bovengenoemde zaken te letten.

Pentatone kan het zich niet altijd permitteren om bij iedere opname als een bok op de haverkist met eigen mensen aanwezig te zijn, maar Luxemburg ligt niet te ver van Baarn. Erdo Groot heeft voor een pracht van een opname gezorgd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links