CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2019

Dalbavie: La source d'un regard Hoboconcert Fluitconcert Celloconcert

Mary Lynch (hobo), Demarre McGill (fluit), Jay Campbell (cello), Seattle Symphony o.l.v. Ludovic Morlot
Seattle Symphony Media SSM1022 • 73' •
Opname: sept. 2018 (La source), okt. 2017 (Hoboconcert), april 2019 (Fluitconcert), maart 2019 (Celloconcert), Benaroya Hall, Seattle (V.S.)

   

In Seattle bevinden zich niet alleen de hoofdkantoren van Amazon en Starbucks, de stad kan ook bogen op een eersteklas symfonieorkest en een gerenommeerd operahuis. Gerard Schwarz was er decennialang chef-dirigent en zorgde voor een indrukwekkend aantal cd's met werken van twintigste-eeuwse Amerikaanse componisten voor het label Delos inmiddels heruitgegeven op Naxos. In 2011 werd Schwarz opgevolgd door de Fransman Ludovic Morlot, die begin van dit seizoen (2019) de leiding overdroeg aan de Deen Thomas Dausgaard. Zoals de meeste grote symfonieorkesten zorgt het Seattle Symphony op zijn eigen label voor de verspreiding van cd's. Tijdens zijn chefschap concentreerde Morlot zich met nadruk op de werken van Dutilleux; voor zijn (waarschijnlijke) zwanenzang koos hij drie soloconcerten en een orkestwerk van de Fransman Marc-André Dalbavie (1961).

Dalvabie ontving zijn opleiding in Parijs, bij Marius Constant (compositie) en Pierre Boulez (directie). Aan het IRCAM studeerde hij computergestuurde werkmethoden en verdiepte hij zich in de spectrale techniek van Grisey en Murail, een componeerwijze die vooral waarde hecht aan timbre en klank. Dalbavie mag zich verheugen in de belangstelling van een aantal grote Amerikaanse orkesten, en timmert al een paar decennia flink aan de weg. Opvallend aan zijn oeuvre is het relatief grote aantal soloconcerten, waarvan hij er tot nu (onder andere) een elk voor viool, piano, cello, fluit en hobo voltooide. Op deze cd vinden we de discografische première van de concerten voor hobo en cello, en de tweede registratie van het fluitconcert (de eerste werd gemaakt door Pahud, uitgegeven op Warner).

De cd opent met een opdrachtwerk van het Koninklijk Concertgebouworkest (met als secondanten The Philadelphia Orchestra en de Bamberger Symphoniker) uit 2007, ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Olivier Messiaen. De titel La source d'un regard (De bron van een beschouwing) verwijst naar de monumentale cyclus voor piano solo, Vingt Regards sur l'enfant Jésus, die Messiaen in 1944 schreef voor zijn echtgenote Yvonne Loriod. De bron van het muzikale materiaal bestaat uit een citaat van Messiaens Regards, vier akkoorden die in de loop van het werk een subtiele verandering ondergaan. Overigens is La source d'un regard tot nu toe het enige werk van Dalbavie dat bij het KCO op de lessenaars heeft gestaan. In de ZaterdagMatinee was het pianoconcert te horen, met als solist Leif Ove Andsnes (voor wie het werk is geschreven) en het Radio Filharmonisch Orkest onder James Gaffigan (die ook de wereldpremière dirigeerde).

Het hoboconcert werd geschreven voor de solohoboïst van het Concertgebouworkest, Alexei Ogrintchouk, die de wereldpremière speelde in december 2010, bij het BBC Symphony Orchestra onder zijn toenmalige chef Jiri Belohlávek, in de Barbican Hall te Londen. Het Fluitconcert schreef Dalbavie voor de Zwitser Emmanuel Pahud, solofluitist van de Berliner Philharmoniker, in opdracht van de Berliner en het Tonhalle Orkest Zürich, de première vond plaats in Berlijn, oktober 2006, David Zinman dirigeerde de Philharmoniker. Beide concerten zijn uiterst virtuoos geschreven, driedelig en niet al te lang: respectievelijk 13 en 18 minuten.

Het celloconcert daarentegen heeft met 25 minuten de omvang van een gangbaar soloconcert, maar wijkt in zijn vorm af van de traditionele driedeligheid Dalbavie koos voor een zestal fantasieën die zonder onderbreking in elkaar overgaan. Het is een opdrachtwerk van het Luzerner Sinfonieorchester, de première vond plaats in maart 2013 met Dmitri Maslenikov en dirigent Lionel Bringuier. De toelichting geeft ons deze details niet, en er ontstaat de nodige verwarring wanneer we in de New York Times van 7 dec. 2008 lezen dat diezelfde Dmitri Maslenikov de wereldpremière gaf van een werk van Dalbavie met de titel Fantaisies (voor cello en ensemble), een opdrachtwerk van het New Yorkse Miller Theatre in de serie Composer's Portraits. Zonder twijfel hebben we hier te maken met twee versies van hetzelfde werk, maar iets meer detail in de begeleidende tekst zou welkom zijn geweest.

Alle werken op deze cd zijn geschreven volgens hetzelfde procedé: een techniek die morphen wordt genoemd, en waarin het materiaal (bijvoorbeeld een reeks van zeven tonen) stukje bij beetje van gedaante verandert. Aan het begin van Source d'un regard horen we dat heel duidelijk in vier akkoorden die zes maal herhaald worden. Dezelfde techniek wordt in de concerten toegepast in razendsnelle loopjes, die het uiterste van de solist vragen en tegelijkertijd een verbinding vormen met meer traditionele demonstraties van virtuositeit. Leif Ove Andsnes merkte op dat bepaalde passages in het pianoconcert zich in die zin nauwelijks onderscheiden van Edvard Grieg.

Twee van de solisten (hobo en fluit) zijn soloblazers van het orkest, en uiteraard is deze uitgave ook bedoeld als showcase voor het orkest. Cellist Jay Campbell is een jonge cellist met een specialisme in modern repertoire. Alle drie zijn voortreffelijk opgewassen tegen hun taak, en krijgen uiteraard de warmhartige steun van hun collega's uit het orkest en de scheidende chef Ludovic Morlot. De opnametechniek voldoet ruimschoots aan alle verwachtingen. Met twee wereldpremières van een van Frankrijks belangrijkste componisten van het moment is dit een must have.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links