CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2018

 

Chopin: Introduction et Polonaise brilliante – Cellosonate in g – Nie ma czego trzeba op. 74 nr. 13 (arr. Isserlis)

Franchomme: Nocturne in c

Schubert: Sonate in a, D 821 (Arpeggione) – Nacht und Träume D 827 (arr. Isserlis)

Steven Isserlis (cello), Dénes Várjon (piano)
Hyperion CDA68227 • 77' •
Opname: dec. 2017, Concert Hall, Wyastone Estate, Monmouth (VK)

 

In 1922 mocht de grootvader van Steven Isserlis, de pianist Julius Isserlis, Rusland verlaten om Russische cultuur te verspreiden. De naam Isserlis is een verbastering van Israël, en het hoeft geen betoog dat Julius er niet over piekerde om terug te keren. Steven Isserlis werd in 1958 geboren in Londen, in een gezin waarvan alle leden muziek maakten. Zijn grote idool was de Russische cellist Daniil Shafran, over wie hij gezegd heeft: he was incapable of playing one note insincerely.

Dezelfde karakteristiek kunnen we moeiteloos toepassen op het spel van Isserlis, dat een ongewoon breed repertoire bestrijkt – van Bach tot Adès. Het wordt gekenmerkt door een prachtig lyrische toon, een perfecte intonatie en een totale overgave aan de componist. Isserlis heeft in de loop van vier decennia een indrukwekkende discografie opgebouwd, eerst op het label RCA (als verzamelbox heruitgegeven) en de afgelopen jaren op het label Hyperion. Daarnaast is hij actief als schrijver, niet alleen van de uitstekende toelichting, maar ook van educatieve boeken voor kinderen.

Isserlis kiest zijn repertoire met zorg, en besteedt minutieuze aandacht aan de redactie van de partituren die hij uitkiest, getuige de uitgebreide toelichting bij deze cd. Chopin componeerde uitsluitend voor de piano, maar maakte aan het eind van zijn leven kennis met de cellist Auguste Franchomme, voor wie hij zijn Sonate in g mineur componeerde – het werd zijn zwanenzang. Isserlis opent met de Introduction et Polonaise brillante van de twintigjarige componist en sluit dit deel af met een eigen bewerking van het lied Nie ma czego trzeba.

Franz Schubert schreef strikt genomen niets voor de cello, maar iedere cellist heeft zich meester gemaakt van de sonate die hij componeerde voor een instrument dat maar een blauwe maandag heeft bestaan: de arpeggione. Strikt genomen is dit niet echt een sonate, maar een verkapt soloconcert. Geen wonder dat cellolegende Gaspar Cassado de gelegenheid te baat nam om er een orkestversie van te publiceren. Cassado nam zijn creatie zelf op, maar sindsdien is er geen cellist opgestaan die moeite wilde doen voor deze partituur. Daarmee blijft ze achter bij de transcriptie die Franz Liszt maakte van de Wanderer-Fantasie. Met de Arpeggione-Sonate kan men kennelijk vele kanten op, en wanneer we ons beperken tot de versies voor cello en piano zijn de resultaten uiterst verschillend – van de historisch geïnformeerde benadering van Hidemi Suzuki tot de volbloed romantische aanpak van Mstislav Rostropovitsj.

Isserlis koos als zijn muzikale partner Dénis Várjon, en wie de eerste maten van deze cd beluistert weet dat er iets bijzonders aan de hand is: dit is geen Steinway-D, maar een instrument met een lange geschiedenis. Een Érard uit 1851, strikt genomen te jong voor Schubert, maar ideaal voor Chopin. Isserlis speelt op darmsnaren, en het eindresultaat is pure magie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links