CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2021


Catoire: Pianoconcert in As, op. 21 Pianokwintet in g, op. 28 Pianokwartet in a, op. 31

Oliver Triendl (piano), Vogler Quartet, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin o.l.v. Roland Kluttig
Capriccio C5403 • 78' •
Opname: dec. 2019, Saal 1, Haus des Rundfunks, Berlijn

   

Georgy Catoire (1861-1926) werd geboren in Moskou als kind van een oorspronkelijk Franse familie. Zijn vader was groothandelaar in thee en wijn, en pianolessen van niemand minder dan Karl Klindworth hoorden erbij, maar in het gegoede milieu waarin hij verkeerde was een opleiding als musicus uitgesloten. De jonge Georgy studeerde wiskunde aan de universiteit van Moskou, een studie die hij in 1884 cum laude afsloot, waarna hij aan het werk ging bij vader in de zaak. De lessen die hij bij Klindworth vanaf zijn veertiende volgde zorgden er evenwel voor dat de muziek steeds sterker ging trekken. Klindworth was een leerling van Liszt die doceerde aan het Moskouse conservatorium, en faam verwierf met het maken van de klavieruittreksels van Wagners Ring. Toen Catoire in 1885 in Bayreuth kennismaakte met Tristan und Isolde besloot hij alsnog tot een loopbaan in de muziek, en verhuisde naar Berlijn, waar Klindworth inmiddels dirigent van de Philharmoniker was. Hij studeerde compositie in Berlijn, Petersburg en Moskou bij grootheden als Rimski-Korsakov en Ljadov, maar was daar niet echt tevreden mee. Als componist heeft hij het meeste als autodidact opgestoken van Tsjaikovsky en Arenski en uiteraard Richard Wagner. Pas in 1916 kreeg hij een aanstelling als compositiedocent aan het Moskouse conservatorium. In die hoedanigheid schreef hij een tweetal leerboeken die de grondslag zouden vormen van het muziektheoretisch onderwijs in de Sovjet-Unie. Catoire liet een bescheiden oeuvre na: een symfonie, een pianoconcert, een handvol kamermuziekwerken en een flink aantal pianowerken. Na zijn dood in 1926 werd hij al snel vergeten, maar niemand minder dan David Oistrakh bleef zich inzetten voor zijn vioolsonates (te beluisteren op YouTube).

In het Pianoconcert uit 1909 is de invloed van Tsjaikovski onmiskenbaar aanwezig, maar het Pianokwintet dat slechts vijf jaar later ontstond getuigt van een opvallend snelle groei. Hier spreekt de chromatiek van Wagner via de Franse lijn van César Franck en vooral Ernest Chausson een hartig woordje mee. Die ontwikkeling wordt twee jaar later nog duidelijker in het Pianokwartet uit 1916, dat in de oren van een argeloze luisteraar in Parijs in plaats van in Moskou geschreven zou kunnen zijn; het Franse bloed van zijn voorouders kroop kennelijk waar het niet gaan kon. Wonderlijk dat de voor het overige gedegen toelichting bij de cd deze Franse invloeden niet vermeldt, terwijl de auteur, de pianiste Anna Zassimova, zichzelf als uitvoerende met Catoire heeft beziggehouden en meewerkte aan een cd met liederen voor het label CPO.

De pianist op de hier te bespreken uitgave is de Duitser Oliver Triendl (1970), die zich bij voorkeur inzet voor het onbekendere repertoire. Zo is hij op het label CPO te horen in pianoconcerten van Jan van Gilse en Julius Röntgen. Het Vogler Quartett bestaat alweer 35 jaar in onveranderde bezetting en heeft zich eveneens dikwijls sterk gemaakt voor verwaarloosde toondichters. Met name het pianoconcert is een werk dat een sterke muzikale persoonlijkheid behoeft om de luisteraar te overtuigen, en Triendl slaagt daar meer dan voortreffelijk in, bijgestaan door dirigent Roland Kluttig aan het hoofd van het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, de evenknie van het Hilversumse Radio Filharmonisch Orkest. Ensembles die specialisatie in het onbekende repertoire paren aan een onnavolgbare technische perfectie. Een schitterende cd die de beste introductie biedt tot het wezen van deze vergeten Russische Fransman.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links