CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2012

 

 

 

 

Casella: Concert voor orkest op. 61 – A notte alta (voor piano en orkest) op. 30 – Twee suites uit de opera La donna serpente op. 50

Martin Roscoe (piano), BBC Philharmonic o.l.v. Gianandrea Noseda

Chandos CHAN 10712 • 73' •

Opname: augustus en november 2011,
Mediacity, Salford

 

 

Casella: Scarlattiana voor piano en orkest op. 44 – Tripelconcert (voor piano, viool, cello en orkest)
op. 56 – A notte alta (voor piano en orkest) op. 30

Paolo Restani (piano), Stefano Vagnarelli (viool), Relja Lukic (cello), Filarmonica ‘900 del Teatro Regio di Torino o.l.v. Marzio Conti

Brilliant Classics 8997 • 76' •

Opname: 2005, Ivrea


In 1938 vierde het Concertgebouworkest zijn vijftigste verjaardag. Een van de componisten die door Willem Mengelberg werden uitgenodigd om een muzikale bijdrage aan de feestelijkheden te leveren was Alfredo Casella, de belangrijkste Italiaanse componist van dat moment. Het werd een Concert voor Orkest, een gloednieuw genre, dat in 1925 was gelanceerd door Paul Hindemith, en in 1943 door Bela Bartok tot eenzame hoogten werd opgestuwd. Honderden componisten zouden de handschoen oppakken, maar in 1938 was Casella een pionier. Er wordt nogal eens geklaagd over premières die dernières zijn, maar kennelijk is er niets nieuws onder de zon, want het Concert voor Orkest van Casella beleeft hier zijn fonografische vuurdoop.

Alfredo Casella werd geboren in 1883 en al op zijn dertiende naar Parijs gestuurd om te studeren bij Gabriel Fauré. Casella was niet alleen componist, maar ook pianovirtuoos en dirigent; in die laatste hoedanigheid trad hij op met alle grote orkesten van Europa en Amerika – van 1927 tot 1929 was hij zelfs dirigent van het Boston Pops Orchestra, waar hij werd opgevolgd door Arthur Fiedler. In Nederland was hij meermalen te gast bij het Concertgebouworkest. Casella beijverde zich in het provinciaalse Italiaanse muziekleven van zijn tijd voor de introductie van tijdgenoten als Debussy, Ravel, Bartók en Schönberg, iets wat hem bepaald niet in dank werd afgenomen. Toch had hij in dat conservatieve klimaat waardering voor de hervormingen van Mussolini, ondanks het feit dat zijn Franse echtgenote van joodse afkomst was. Na 1942 zou dat laatste het echtpaar grote problemen bezorgen. Een ernstige ziekte maakte in 1944 een einde aan zijn compositorische activiteiten, en in 1947 overleed hij.
Die Franse echtgenote was Yvonne Müller, een leerling waarop hij hevig verliefd werd, en die uiteindelijk zijn tweede vrouw zou worden. De affaire had muzikale gevolgen: een symfonisch gedicht voor piano, A notte alta (In het holst van de nacht). Casella schreef het in 1917 en maakte vier jaar later naar aanleiding van een Amerikaanse toernee een tweede versie voor piano en orkest. Hoewel de titel associaties met Verklärte Nacht van Arnold Schönberg oproept, blijkt bij beluistering dat Pelléas et Mélisande van zowel Debussy als Schönberg meer sporen hebben nagelaten. Met zijn iets te korte lengte voor de concertzaal (18’, de index op Brilliant geeft abusievelijk 12’) ideaal voor het medium cd. Een juweel van een stuk, dat hier zijn derde recente opname ontvangt.

Casella moest in het operagezinde Italië van zijn tijd vroeg of laat over de brug komen, en deed dat in 1931 met La donna serpente, gebaseerd op een verhaal van Goldoni. Goldoni inspireerde veel componisten tot succesvolle opera’s, getuige Prokofiev en Wolf-Ferrari, maar Casella’s poging flopte. Er bleef hem weinig anders over dan de meest geschikte fragmenten om te smeden tot twee orkestsuites. Hij droeg ze op aan Fritz Reiner en Bernardino Molinari, twee beroemde dirigerende tijdgenoten.

In 1930 richtte Casella het Trio Italiano op, een pianotrio waarmee hij op toernee ging, en waarvoor hij uiteraard stukken schreef. Zijn Tripelconcert stamt uit 1933 en de première werd door niemand minder dan Erich Kleiber in Berlijn gedirigeerd; Casella en zijn trio waren de solisten. Het is een onvervalst neoklassiek werk, geheel naar de geest van zijn tijd: Strawinsky’s Oedipus Rex ging in 1927 in première. Casella vindt zijn inspiratie vooral bij zijn grote Italiaanse voorgangers Albinoni, Corelli en Vivaldi.
Al eerder maakte Casella een uitstapje naar de barok, in Scarlattiana voor piano en 32 instrumenten, een vijfdelige suite, gebaseerd op 88 thema’s uit sonates van Domenico Scarlatti. Hij werd ongetwijfeld op een idee gebracht door Strawinsky, die in zijn ballet Pulcinella aan de haal ging met Pergolesi. Dat was in 1920; ‘Scarlattiana’ ging in première in 1927 in de New Yorkse Carnegie Hall, met de componist aan de piano en Otto Klemperer als dirigent. Het is Casella’s meestgespeelde stuk geworden

Brilliant Classics heeft de drie werken waarin de piano een hoofdrol vervult in 2008 op één cd samengebracht. Ze worden gespeeld door een orkest dat zich al jaren inspant voor de muziek van Nino Rota en Alfredo Casella, de ‘Filarmonia ‘900 del Teatro Regio di Torino’, een ensemble dat door dirigent Marzio Conti is samengesteld uit musici die in het opera-orkest van Turijn spelen. Een succesvolle opname van de eerste twee symfonieën van Rota door Conti en dit gezelschap verscheen op Chandos en werd hier warm onthaald. Gianandrea Noseda is de operachef in Turijn en ontfermde zich met dezelfde manschappen over de Derde symfonie van Rota, met stralende resultaten. Scarlattiana vinden we ook op deel 1 van de Casella-editie van Chandos, en daar klinkt het virtuozer en warmer. Wanneer u de drie concertante werken waarin de piano de hoofdrol speelt aan uw verzameling wilt toevoegen, biedt pianist Paolo Restani uitstekende uitvoeringen, met een capabel orkest en een opname die kraakhelder en een tikje droog is. Voor de bodemprijs van Brilliant hoeft u het niet te laten.

Dirigent Gianandrea Noseda en Chandos hebben besloten om Alfredo Casella op de discografische kaart te zetten. De bespreking van de eerste aflevering, met de Tweede symfonie en Scarlattiana voor piano en orkest vindt u hier Naast Brilliant vist ook Naxos in de Casellavijver en heeft de muziekliefhebber een luxeprobleem. Want laten we eerlijk wezen: bij alle gezeur over de teloorgang van de ‘muziekindustrie’, een kwart eeuw geleden was het huidige aanbod van dit repertoire een illusie. Naxos maakt gebruik van een Romeins kaartenbakorkest met een bevlogen dirigent, en een voorspelbaar resultaat. Chandos heeft gelukkig een waardevolle relatie met de BBC. Dat vertaalt zich terug in voorbeeldige producties. Net als in de vorige aflevering maken Martin Roscoe en Gianandrea Noseda er een feestje van, en de uitstekende prestaties van orkest en opnameteam doen de rest. Ik vestig mijn hoop op een gloednieuwe opname van Casellas ‘Concerto Romano’ voor orgel en orkest.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links