CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2017

 

Bruckner: Symfonie nr. 4 in Es (Romantische) (versie 1878/1880, Editie Nowak)

Staatskapelle Dresden o.l.v. Christian Thielemann

Hänssler Profil PH 16460 • 73' •

Live-opname: 17 mei 2015, Semperoper Dresden

 

Franz Schubert overleed in 1828, Anton Bruckner werd in 1824 geboren. Beiden waren zonen van onderwijzers die door hun muzikale begaafdheid plaatsen verwierven op koorscholen waar ze een gedegen muzikaal onderricht genoten. Schubert schreef met zijn 'Onvoltooide' in 1822 de eerste volbloed romantische symfonie, Bruckner componeerde in 1874 zijn eigen 'Romantische' symfonie, zijn vierde. Schubert heeft zijn schepping nooit mogen horen - pas in 1865 vond de première plaats. De indruk die het werk op Bruckner maakte moet overweldigend zijn geweest. Bruckner op zijn beurt moest zeven jaar wachten op de première van zijn vierde tot 1881, toen Hans Richter de Wiener Philharmoniker dirigeerde in een inmiddels geheel herziene versie. Het werd Bruckners eerste grote succes - na ieder deel werd enthousiast geapplaudisseerd. Het muntstukje dat de verzaligde componist de dirigent na afloop in de hand drukte - koop maar lekker een biertje - heeft Hans Richter de rest van zijn leven aan zijn horlogeketting gedragen. Johannes Brahms moet groen van jaloezie hebben gezien.

Wanneer we het over Bruckner hebben vallen er al gauw termen als 'kathedralen van geluid' en Schubert krijgt het predikaat 'hemelse lengte' opgeplakt. Toch zijn het juist deze twee elementen die de essentie van het componeren van beide toonmeesters karakteriseren. Het zal menigeen verbazen dat het Bruckner-orkest nauwelijks groter is dan dat van Schubert: aan de bezetting van dubbele houtblazers, vier hoorns, twee trompetten, drie trombones en pauken voegt Bruckner alleen een derde trompet en een tuba toe. Wat Bruckner met name uit Schuberts Negende symfonie heeft overgenomen is het denken in perioden - groepen van vier maten die door hun herhaling bepalend zijn voor de structuur. Dat het orkestrale denken van Bruckner in de eerste plaats wortelt in Schubert is zonneklaar, maar in de huidige muziekpraktijk hebben we te maken met de symfonische klankwereld van nu: bigger is better .

Recentelijk zijn ons twee grote Brucknerdirigenten ontvallen. Stanislaw Skrowaczewski (1923-2017) overleed eerder dit jaar, Michael Gielen (1927) stopte in 2014 met dirigeren. Hoewel Gielen vooral een naam heeft opgebouwd als een geniale orkestleider in moderne partituren wordt maar al te gemakkelijk vergeten dat zijn vorsende kijk op de partituren van Bruckner en Mahler verbluffende resultaten heeft opgeleverd. Gelukkig zorgt de natuur voor 'nachwuchs' en zo zijn er twee maestro's opgestaan die Bruckner de eenentwintigste eeuw binnenloodsen: Christian Thielemann (1959) en Jaap van Zweden (1960). Van Zweden heeft een veelgeprezen complete Bruckner opgenomen tijdens zijn chefdirigentschap bij het Hilversumse Radio Filharmonisch Orkest voor het label Challenge Classics. Thielemann zet als Generalmusikdirektor in Dresden Bruckner prominent op de agenda. Een groeiend aantal symfonieën verschenen in verschillende formaten op dvd en cd. Dit is een live-registratie uit de Semperoper, waarbij maar één datum vermeld wordt: 17 mei 2015. Van het publiek merken we niets, behalve in de opzettelijk niet opgeschoonde pauzes tussen de delen en het - dankzij Thielemann - uitgestelde slotapplaus. Zes dagen later, op 23 mei 2015, werd deze uitvoering herhaald op de Festspiele in Baden-Baden, daarvan verscheen een registratie op dvd.

Het eindresultaat liegt er niet om. De Staatskapelle Dresden is een toporkest en Thielemann mag zich eveneens op een plaats in de wereldtop verheugen. Samen zorgen ze zonder meer voor een indrukwekkend resultaat. In het - zeer lezenswaardige - boek Mein Leben mit Wagner vertelt Thielemann dat hij helemaal niets aantekent in zijn partituren. Zonder de integere bedoeling van die instelling in twijfel te trekken zou dat tevens de verklaring kunnen zijn voor een interpretatie die niet in de eerste plaats een persoonlijk engagement uitstraalt. Het verzengende vuur dat zulke verschillende dirigenten als Furtwängler en Abbado weten te ontsteken brandt bij Thielemann gecontroleerd uit. Het zijn meer de theatrale vlammen van Wotan's Feuerzauber dan het heilig vuur van het Veni Creator Spiritus dat Bruckner voor ogen moet hebben gestaan. De (radio)opname werd gemaakt door de MDR (Mitteldeutsche Rundfunk), vakmanschap is hier meesterschap. Het boekje bevat een nauwkeurig overzicht van de relatie tussen Anton Bruckner en de Staatskapelle Dresden, waar de Vierde in 1895 zijn eerste uitvoering beleefde - dat in samenhang met verdere opvallende premières en de verschijning ervan in de serie Edition Staatskapelle Dresden, waarvan dit deel 42 is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links