CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2015

 

Brahms: Symfonie nr. 2 in D, op. 73 - Tragische Ouvertüre in d, op. 81 - Akademische Festouvertüre in D, op. 80

Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer

Channel Classics CCS SA 33514 68' (sacd)

Opname: februari 2012, Palace of Arts, Boedapest

 

Het Budapest Festival Orchestra, in 1983 opgericht door Iván Fischer, mag zich in een solide internationale reputatie verheugen. chefdirigent Fischer is bovendien een graag geziene gast bij toporkesten, waaronder het KCO. De discografie van deze gelukkige combinatie omvat meer dan zestig titels, en veel van het repertoire behoort tot de categorie ijzeren repertoire. Mahler, Bruckner, Beethoven en Brahms komen regelmatig langs op het label Channel Classics. Brahms komt een beetje langzaam van de grond, na de Eerste symfonie, hier in oktober 2009 besproken door collega Aernout Coster, is nu pas de beurt aan de Tweede.

Toen Brahms in 1876 na jaren zwoegen eindelijk zijn Eerste symfonie voltooide, kreeg hij na de eerste uitvoering een profetisch compliment. Dirigent Hans von Bülow zag haar als Beethovens Tiende. Een compliment dat behoorlijk remmend had kunnen werken, maar Brahms was kennelijk niet meer te stuiten. Binnen een jaar stond er een nieuwe symfonie op de lessenaars, die bovendien in geen enkel opzicht Beethoveniaanse trekken vertoont. Dit is 'echt' Brahms, een monumentaal meesterwerk, perfect gebouwd en vanaf de eerste uitvoering deel uitmakend van het grote orkestrepertoire.
Dat brengt met zich mee dat er zo langzamerhand een veelheid van interpretaties te signaleren valt, waarbij het welhaast onmogelijk is om definitieve keuzes te maken. Iedere maestro heeft wel iets zinnigs te melden, soms in één adem met de grootste nonsens. Iedere luisteraar maakt uiteraard ook zijn eigen keuzes, vaak onbewust beïnvloed door een allereerste luisterervaring. Om dan maar met de deur in huis te vallen: Brahms moet vooral spannend klinken. Zijn manier van componeren volgt ongelofelijk organisch vergroeide bouwprincipes die alleen goed tot hun recht komen wanneer ze niet in hun groei belemmerd worden. Maestri die zich bezighouden met het uitlichten van mooie momenten krijgen logischerwijze vaak een compliment voor 'nieuwe inzichten', maar wanneer daarbij de grote lijn verloren gaat heeft dat desastreuze gevolgen.

Dirigenten die Brahms spannend weten te maken zijn vooral muzikanten die weten wat 'drive' is. Een tempo dat alleen maar als een clicktrack verloopt mag dan nog zo correct zijn, het is ook doodsaai. Beluistering van diverse uitvoeringen van de Finale van de Tweede toont dat haarfijn aan. Helaas zijn er nogal wat maestri die daar niets van begrepen hebben: ze kiezen voor een basistempo waaraan ze gaan sleutelen als het spannend wordt of de rust weerkeert. Dirigenten die het wel snappen houden de vaart erin, met als gevaar dat ze uit de bocht vliegen. Een mooi voorbeeld daarvan levert Arturo Toscanini in zijn legendarische uitvoering met het BBC Symphony Orchestra. Uit mijn jonge jaren herinnerde ik mij een uiterst spannende Brahms van István Kertesz met de Wiener op Decca. Enig speurwerk op Spotify levert tot mijn grote verrassing een elektrisch geladen live-opname op, met Kertesz en het London Symphony Orchestra, uitgebracht op BBC-Legends.

Terugkerend naar Fischer en zijn Hongaarse manschappen mogen we vaststellen dat hier een schitterend orkest aan het werk is, dat de partituur staat als een huis, dat het opnameteam een prachtprestatie heeft geleverd en dat Fischer een uiterst muzikale kijk op deze symfonie heeft, met menig schitterend doorkijkje .
Of het spannend is mag u zelf beoordelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links