CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2014

 

Twee Nederlandse dirigenten presenteren koorwerken van Brahms

Brahms: Warum ist das Licht op. 74 nr. 1 - Intermezzo voor piano op. 119/1 - Fünf Gesänge op. 104 - Schicksalslied op. 54, met piano vierhandig - Drei Motetten op. 110 - Zwei Quartette op. 112 nr. 1-2, met piano - Kwartet op. 92 nr. 3, met piano - Fest- und Gedenksprüche op. 109

Philip Mayer & Angela Gassenhuber (piano), Cappella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss

Harmonia Mundi HMC 902160 70'

Opname: oktober 2012, Waalse Kerk, Amsterdam

Brahms: Zwei Motetten, op. 74 - Fest- und Gedenksprüche op. 109 - Missa Canonica op. posth. - Zwei Motetten op. 29 - Drei Motetten op. 110

Swedish Radio Choir o.l.v. Peter Dijkstra

Channel Classics
CCS SA 35814 58' (sacd)

Opname: september 2013, Engelbrekts Kyrka, Stockholm

 

 

 

 

 


Bij al het geweeklaag over de ondergang van de klassieke muziek past een tegengeluid - het geluid van zingende mensen. Toonkunstkoren en symfonieorkesten mogen links en rechts sneuvelen, dappere muzikanten slaan de handen ineen en vormen instrumentale en vocale ensembles. De grote voortrekkers Frans Brüggen en Reinbert de Leeuw hebben gezaaid waar de tweede generatie kan oogsten. Daniel Reuss stichtte zijn Cappella Amsterdam en sloeg zijn vleugels uit naar Berlijn en verder. Peter Dijkstra leerde het vak van zijn vader in het Drentse Roden, oogstte succes met de mannen van The Gents, en werd voor zijn dertigste een internationaal erkende dirigent, met aanstellingen in München, Stockholm en Amsterdam.

Johannes Brahms componeerde tien concertwerken die een hoog percentage van ons concertrepertoire uitmaken. De miljoenen concertbezoekers die daar keer op keer naar komen luisteren kennen natuurlijk ook Ein Deutsches Requiem en wellicht het Schicksalslied, maar de rest van Brahms' koorwerken is voor velen in nevelen gehuld. Dat is doodzonde, het oeuvre van Brahms bestaat zo op het oog voor de helft uit vocale muziek: een schat aan liederen en een rijkdom aan koorwerken. Op geluidsdragers zijn de koorwerken zeker niet verwaarloosd, maar twee Hollandse nieuwkomers in één jaar? Nog niet vertoond. Felix de Nobel, oprichter van het Nederlands Kamerkoor, heeft het genoegen zelfs niet mogen smaken.

Daniel Reuss en Peter Dijkstra zijn twee totaal verschillende muzikanten, en op deze twee bijna simultaan verschenen cd's is dat zonneklaar te horen. Reuss (1961) is een poëtische zoeker die een programma heeft samengesteld waarin de verleiding van de klank zich paart aan de logica van de dramaturg. Hij schakelt de piano in om een romantische sfeer te scheppen - de naadloze overgang van het Motet Warum in het Intermezzo voor piano uit opus 119 spreekt wat dat betreft boekdelen. Het Schicksalslied in een versie voor piano vierhandig is al net zo'n droomkeuze. Dijkstra (1978) kiest voor een zo volledig mogelijk beeld van de geleerde Dr. Johannes Brahms, die zich verdiepte in de werken van Gabrieli, Schütz en Bach, en presenteert de complete religieuze a cappella werken van de agnost Brahms. De versie van de Missa Canonica die Dijkstra hier dirigeert verdient enige toelichting, want ze bestaat slechts uit een Sanctus, Benedictus en Agnus Dei voor gemengd koor a cappella. Het originele Kyrie werd door Brahms omgewerkt voor koor met orgelbegeleiding, en kwam dus voor dit project niet in aanmerking; van een Gloria kwam het niet en het Credo is nog steeds zoek.

Niet alleen de invalshoek van beide uitgaven is totaal verschillend, ook de klank van beide koren en de interpretatie hebben een bijna tegengestelde invalshoek. Vergelijken is eenvoudig: de omineuze akkoorden op het woord Warum van opus 74 bieden zich als vanzelf aan. Bij Reuss horen we een warm geluid met een nagenoeg gelijke nadruk op de beide lettergrepen. Dijkstra's Warum is heel anders: de eerste lettergreep is veel langer dan de tweede, en de koorklank concentreert zich eerder op tekst dan op warmte. Deze benadering is tekenend voor de gehele cd. In beide gevallen is sprake van een schitterende opname.

Terwijl ik deze bespreking afrond lees ik over de recente benoeming van Gijs Leenaars als opvolger van Simon Halsey bij het Rundfunkchor Berlin. Leenaars is al chefdirigent van het Groot Omroepkoor en voegt zich nu in het rijtje van drie Nederlandse koordirigenten die zich internationaal manifesteren. Hartverwarmend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links