CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2018

 

Blacher: Tanz-Suite (samenstelling Kalitzke), bestaande uit Ouverture tot de opera Fürstin Tarakanowa, Adagio en Moderato uit de Demeter Suite en twee delen uit de Lysistrata Suite – Poème – Hamlet op. 17 – Concertante Musik für Orchester op. 10

Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin o.l.v. Johannes Kalitzke
Capriccio C5349 • 58' •
Opname: oktober 2017, Jesus-Christus-Kirche, Berlijn-Dahlem

   

Boris Blacher (1903-1975) is de uitvinder van de variabele metriek. Geen vaste maatsoorten waarop gemarcheerd of gewalst kan worden, maar ritmes waar men over struikelt door hun onregelmatige karakter. Dat was sinds Stravinsky niets nieuws, maar Blacher ontwikkelde een systematiek. Hij deelde zijn maatsoorten wiskundig in: tweekwarts plus driekwarts plus vierkwarts, enzovoorts – in talloze variaties. De onregelmatigheid in de thematische opbouw wordt gecombineerd met een onderliggend regelmatig ritme met een jazzy ondertoon. Het gecombineerde resutaat schuurt een beetje, en resulteert in een soort swing die in de naoorlogse jaren zorgde voor de broodnodige nieuwe klanken in muffe concertzalen.

Boris Blacher was in het na-oorlogse Duitsland een belangrijke figuur in het muziekleven in en om Berlijn. Niet alleen als componist, maar ook als pedagoog en administrateur – hij was directeur van de Hochschule für Musik en leverde componisten als Gottfried von Einem, Isang Yun en Aribert Reimann af. Blacher werd geboren in China, waar zijn vader in het bankwezen werkzaam was. Dat was in 1903, en het laat zich raden dat de Eerste Wereldoorlog voor een onrustige jeugd zorgde. Als adolescent vestigde hij zich met steun van papa in Berlijn, tot hij zijn studie aan de Technische Hochschule verwisselde voor de Hochschule für Musik. Daarna was hij op zichzelf aangewezen en moest hij als bioscooppianist in zijn levensonderhoud voorzien. Het interbellum was voor Blacher als statenloos burger geen gemakkelijke tijd. Zijn eerste succes boekte hij in 1937 met zijn Concertante Musik für Orchester. Carl Schuricht dirigeerde de première bij de Berliner Philharmoniker. Een aanstekelijk en jazzy stuk muziek, dat snel doordrong tot het repertoire van belangrijke dirigenten. Het jaartal zegt natuurlijk alles: de bruinhemden verboden zijn muziek niet, maar Blacher kreeg geen opdrachten (hij was ‘Vierteljude') en moest zich gedeisd houden. Dank zij de steun van zijn welgestelde leerling Gottfried von Einem kwam hij de oorlogsjaren door, en in 1948 werd hij genaturaliseerd tot Duits staatsburger – zijn carrière kon beginnen.

Inmiddels loopt die carrière ook al weer ten einde. De muziek van Blacher komen we op de concertpodia nog nauwelijks tegen, maar de publieke omroep in Duitsland weet zich bewust van haar taak en houdt ons bij de les. In samenwerking met het label Capriccio presenteert Deutschlandfunk Kultur hier een cd met orkestwerken die een goed beeld geven van de ontwikkeling van een componist die in zijn tijd aan de top van het Duitse muziekleven stond.

De cd opent enigszins raadselachtig met een vierdelige Tanz Suite. Blacher schreef meerdere balletten met bijbehorende suites, maar de suite die hier wordt gepresenteerd stamt niet van de componist. In de toelichting wordt daar verder niet op ingegaan, noch op het feit dat het laatste deel van de suite voor deze opname werd gearrangeerd door dirigent Kalitzke. Een beetje slordig? Het eerste deel is de ouverture tot de opera Fürstin Tarakanowa, die in 1940 in première ging in Wuppertal. Uit die opera destilleerde Blacher zelf ook een suite die door Vladimir Ashkenazy werd opgenomen voor het label Ondine. De twee volgende delen komen van de suite uit het ballet Demeter, gecomponeerd in 1963. Het slotdeel stamt uit het ballet Lysistrata (Berlijn, 1950). Een suite die de periode 1940 tot 1963 bestrijkt lijkt een hopeloze onderneming, maar ze werkt doordat er één constante factor door de muziek van Blacher loopt: zijn ongebreidelde ritmische energie en zijn gevoel voor lyriek.

De overige werken zijn drie symfonische partituren voor de concertzaal. Om te beginnen het Poème uit 1973 (een jaar voor het overlijden van de componist), in 1976 voor het eerst uitgevoerd door de Wiener Symphoniker onder Carlo Maria Giulini. Het symfonische gedicht Hamlet dateert uit 1940, en kwam voor het eerst tot klinken in oktober 1940, door de Berliner Philharmoniker onder Carl Schuricht. Het laatste werk, de Concertante Musik für Orchester opus 10 is het werk dat Blacher eeuwige roem bezorgde voor zo lang het duurde. Het werd eveneens aan het publiek voorgesteld door de Berliner onder Schuricht, in juni 1937.

Blacher had niets op met de ideeën van Adolf Hitler, en de nazi's hadden niets met Blacher, maar aan de jaartallen is te zien dat hij ook niet in de ban van de Entartete Musik werd gedaan. We vergeten al te gemakkelijk dat de Entartete Musik in de eerste plaats de lichte muziek gold waar de massa naar luisterde. Die massa was dol op de nieuwste klanken die kwamen overwaaien uit Amerika, de jazz. Niet de geïmproviseerde muziek zoals wij die nu definiëren, maar gewoon lekker swingende muziek. De ironie wil dat bij gebrek aan zwarte jazzmusici de honneurs werden waargenomen door joodse musici (Meneer Dinges weet niet wat swing is). Blacher bevond zich met zijn Concertante Musik in een grijs gebied waarmee het bewind ook niet goed raad scheen te weten. Duitse soldaten waren immers dol op jazz of wat daarvoor doorging.

Bij een cd als deze past alleen maar stille dankbaarheid. Dat er betere uitvoeringen bestaan van de Concertante Musik (Fricsay) hoeft niet te verbazen. Het ontbreekt Kalitzke aan de messcherpe ritmiek en de elastische swing, en in zijn eigen arrangement van de Lysistrata Suite aan dat laatste onsje samenspel. Wat overblijft is een schatkist aan repertoire dat voor altijd in de krochten van de muziekgeschiedenis dreigt te verdwijnen. De Duitse publieke omroep op zijn best!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links