CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2013

 

Sharon Bezaly – Great works for flute and orchestra

Nielsen: Fluitconcert

Griffes: Poem for flute and orchestra

Reinecke: Fluitconcert in D, op. 283

Chaminade: Concertino voor fluit op. 107

Tsjaikovski: Largo en Allegro voor fluit en strijkers

Poulenc: Fluitsonate (orkestratie Lennox Berkeley)

Rimski-Korsakov: Flight of the bumblebee (bewerkt door Kalevi Aho)

Sharon Bezaly (fluit), Residentie Orkest o.l.v. Neeme Järvi

BIS-1679 • 69' • (sacd)

Opname: augustus 2007 en juni 2008 (Nielsen), Anton Philipszaal, Den Haag

 

Je hebt fluitisten en fluitisten. Emanuel Pahud is als solofluitist verbonden aan de Berliner Philharmoniker, Emily Beynon aan het Koninklijk Concertgebouworkest, en Juliette Hurel aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Met zijn drieën hebben ze prachtige bijdragen geleverd aan de cd-catalogus. Sharon Bezaly (Tel Aviv, 1972) is niet de solofluitist van het Residentie Orkest, maar ze was er in het seioen 2007/8 wel artist-in-residence. De opnamen die ze in die periode maakte worden nu, in 2013, uitgebracht op het label BIS. Gelet op het overweldigende aantal cd’s dat Sharon voor dat label maakte is zij de solofluitiste van BIS. Ze is dan ook gehuwd met de eigenaar van het label, Robert von Bahr (1943). Dat geeft een onmiskenbare voorsprong, maar die moet vervolgens wel waargemaakt worden.

De ontbrekende schakel in de samenwerking tussen Bezaly en het Residentie Orkest is chefdirigent Neeme Järvi. Robert von Bahr en Järvi zijn strijdmakkers van het eerste uur in het gevecht om de cd-markt. BIS was een van de eerste labels dat voluit ging voor het nieuwe medium midden jaren 1980. Het zal ze geen windeieren hebben gelegd. Ik herinner me dat voor een BIS cd bij de platenboer vijfenvijftig gulden neergeteld moest worden. Järvi heeft in die jaren een indrukwekkende hoeveelheid repertoire voor BIS opgenomen. Een niet te onderschatten toevoeging aan de catalogus – Stenhammar, Tubin, Sibelius, en ga maar door. Toen Järvi zijn werkterrein verlegde naar het label Chandos kwamen door nog eens honderden titels bij. Het Residentie Orkest was niet alleen blij met Järvi, maar ook met zijn goede contacten in de ‘platenbranche’.

Sharon Bezaly kreeg de kans om met Järvi in Den Haag een cd op te nemen met de generieke titel: Great works for flute and orchestra. Dat is bepaald geen gemakkelijke opgave, want meesterwerken voor fluit en orkest bestaan niet – afgezien van de Tweede Suite van J.S.Bach. Grote Soloconcerten zijn geschreven voor de viool en de piano, en na heel lang wachten voor de cello. Mozart schreef nog een onsterfelijk concert voor de klarinet en dat was het dan. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat niemand zich ooit om de solerende fluit heeft bekommerd, maar Carl Philipp Emanuel Bach en Johann Joachim Quantz zijn nu eenmaal geen namen die volle zalen trekken. Bezaly stelde desondanks een boeiend programma samen van werken voor de fluit die de aandacht verdienen. Gewoon door hun kwaliteit, meesterwerk of niet.

Het Fluitconcert van Carl Nielsen opent de cd, en terecht: de eigenwijze Deen besloot aan het eind van zijn carrière om vijf soloconcerten voor elk van de leden van het Kopenhaags Blaaskwintet te schrijven – blij als hij was met hun interpretatie van zijn Kwintet opus 43. Na twee concerten (fluit en klarinet) werd hij overmeesterd door Magere Hein. Eeuwig zonde. Zijn beide voltooide concerten behoren tot de top van het repertoire. Bepaald geen gemakkelijke muziek – zowel voor uitvoerders als toehoorders. Na twee hartaanvallen was Carl Nielsen op weg naar onbekende verten – met muziek die anders moest klinken dan die van Sibelius of Schönberg. Het is hem gelukt, en ik moet eerlijk bekennen dat Sharon Bezaly en Neeme Järvi een overtuigend pleidooi voor deze knoestige partituur neerzetten. Een vertolking waarin het noorderlicht doordringt tot de details. Maar bovenal spel dat weet te ontroeren: die ouwe Nielsen maakt je blij.

Charles Tomlinson Griffes (1884-1920) is bepaald geen great composer geworden, al heeft hij wel zijn best gedaan. In het Amerika van zijn tijd was hij veroordeeld tot keihard werken – pianospelen en lesgeven – tuberculose en overmatig drankgebruik deden de rest. Zijn Four Poems of Fiona MacLeod zijn met de nodige fantasie het Amerikaanse antwoord op de Vier letzte Lieder van Richard Strauss. Het Poem for flute and orchestra is een waardig instrumentaal alternatief. Vergelijking met een opname van Carol Wincenc op het label Naxos (8.559164) wijst uit dat we bij Bezaly in veilige armen zijn. Het vibrato van Wincenc ruikt naar de panfluit.

Met het fluitconcert van Carl Reinecke staan we ineens midden in de negentiende eeuw, in Leipzig. Reinecke is daar vanaf 1860 de muziekpaus als dirigent van het Gewandhausorkest en compositieleraar aan het conservatorium. Het getal van zijn opusnummers wordt wellicht overtroffen door het aantal leerlingen – waaronder Grieg, Bruch, Albeniz en Janácek. Reinecke is op cd volop te volgen, en bewijst al klinkend dat hij weliswaar een massa vriendelijke noten aan het repertoire heeft toegevoegd, maar nauwelijks iets substantieels. Het fluitconcert (en de fluitsonate ‘Undine’) steken ondanks alles zo nu en dan de kop op. Opnieuw een compliment voor de Haagse uitvoering.

Cécile Chaminade (1857-1944) heeft het als componerende vrouw behoorlijk kunnen redden, ze genoot tijdens haar leven een grote populariteit, niet alleen in Frankrijk, maar ook in Amerika en Engeland. Het Concertino op. 107 is met zeven minuten veel te kort voor het concertpodium, maar krijgt hier een laatste kans.

Een heuse wereldpremière ontmoeten we in het Largo & Allegro van de muziekstudent Pjotr Tsjaikovski, een genie zonder weerga. De blauwdruk van zijn opera Yevgeni Onegin ligt vlak onder het muziekpapier van deze onafgemaakte schets. Het klinkt maar een paar minuten, maar het blijft lang hangen – hij was even in de twintig.......

Francis Poulenc schreef een fluitsonate die eigenlijk een fluitconcert had moeten zijn, volgens vriend en collega Lennox Berkeley. Berkeley voegde de daad bij het woord, en maakte een briljante transcriptie van de pianopartij naar het orkest. Hier gaat Sharon de competitie aan met Emily Beynon. Op British Flute Concertos, opgenomen voor het label Chandos (10718) en hier besproken, laat Beynon horen dat er bazen boven baas zijn: je hebt fluitisten en je hebt fluitisten........ Bezaly neemt wraak met de Vlucht van de Hommel, op haar verzoek bewerkt voor de fluit door de Finse componist Kalevi Aho, die ook al eens een fluitconcert voor haar schreef (Nordic Spell, BIS-CD-1499). Een spectaculair besluit van een prachtige cd met virtuoos fluitspel.

 


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links