CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2014

 

Benjamin: Vioolsonatine - Three pieces - A tune and variations for little people (viool & piano) - Le tombeau de Ravel - Altvioolsonate - From San Domingo - Jamaican Rumba (altviool & piano)

Lawrence Power (viool en altviool), Simon Crawford-Phillips (piano)

Hyperion CDA67969 66'

Opname: december 2012, All Saints' Church, East Finchley, Londen

 

Benjamin: Symfonie nr. 1 - Ballade voor strijkorkest

Queensland Symphony Orchestra
o.l.v. Christopher Lyndon-Gee

Marco Polo 8.223764 58'

Opname: februari 1995, ABC Music Centre, Brisbane (Australië)

 

 

 

 

 


Toen Arthur Benjamin in 1960 overleed was de wereld van de klassieke muziek nog overzichtelijk. Klassieke muziek is kunst, populaire muziek is bagger. Intussen zijn we erachter dat het in werkelijkheid iets genuanceerder ligt. Klassieke componisten hebben eeuwenlang evenveel bagger geproduceerd als hun populaire collega's. Een halve eeuw geleden was dat besef nog niet doorgebroken, en componisten als Leonard Bernstein en Arthur Benjamin (inderdaad, beide van joodse komaf) hebben eronder geleden.

Benjamin was een Aussie, geboren in Sydney in 1893. Op zijn achttiende verkaste hij naar Londen om compositie te studeren bij Stanford - 'you Jews can't wite long tunes!' Benjamin was een begenadigd pianovirtuoos en vond al snel zijn weg in het opwindende Londense concertleven. De Eerste Wereldoorlog, waarin hij krijgsgevangen werd gemaakt, zorgde voor een hapering, waarna hij kort terugkeerde naar Australië. Twee jaar later was hij terug in Londen voor een succesvolle loopbaan als componist en pedagoog. De jaren van de Tweede Wereldoorlog bracht hij door in Canada en de Verenigde Staten. Vanaf 1946 tot zijn dood woonde hij weer in Londen.
Eeuwige roem oogstte Benjamin met een mopje van anderhalve minuut, de Jamaican Rumba, geschreven in 1937 voor twee piano's en sindsdien voor elke denkbare instrumentale combinatie gearrangeerd. Dat zijn reputatie als populist hem bij zijn overlijden danig in de weg stond hoeft ons meer dan een halve eeuw later niet meer te storen. De geschiedenis heeft de baggeraars ingehaald en muziek mag weer aanspreken. Dat zet uiteraard de deuren wijdopen voor allerlei charlatans, maar ook voor vergeten toonmeesters die hun eigen weg gingen. Hoewel je mag betwijfelen of Benjamins geniale Harmonica Concerto , geschreven voor het mondorgel van Jerry Adler, ooit nog de concertpodia zal sieren.

Lawrence Power durft het aan om een hele cd vol te spelen met werken van deze toondichter. Hij toont daarmee twee dingen aan: elke noot op deze cd is de moeite waard en Power is een begenadigd virtiuoos, niet alleen op de altviool, ook op de viool. Benjamin was goed bevriend met de grote altviolist William Primrose, en de altvioolsonate uit 1942 werd door het duo op een concerttournee door Canada en Amerika geïntroduceerd. Er bestaat ook een georkestreerde versie van, onder de titel Elegy, Waltz and Toccata. Afgaande op de superieure kwaliteit van deze uitvoering mogen we hopen dat Lawrence Power de kans krijgt om ook zijn strijkstok te zetten in de orkestrale versie.

Over orkest gesproken, ik kon het niet laten om een oudere uitgave uit de kast te trekken en in deze bespreking een herkansing te geven. In 1996 bracht het label Marco Polo een cd uit met de twee belangrijkste grote werken van Benjamin: een Symfonie (1944/5) en de Ballade voor strijkers (1947). Toegegeven, de opname is een beetje mistig en het orkest had best nog een extra repetitie kunnen gebruiken. Benjamin verdient beter, maar dit is alles wat we hebben en de muziek verdient onze aandacht.

Lawrence Power mag trots zijn op deze uitgave. Eerder dit seizoen verving hij Tabea Zimmermann binnen een paar dagen in een Hindemith programma van de ZaterdagMatinee en maakte daar grote indruk. Hier overtreft hij niet alleen zichzelf in de Altvioolsonate, hij overtreft de noten. Een prachtprestatie, onberispelijk vastgelegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links