CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2020

Beethoven: Mis in C op. 86 – Vestas Feuer (fragment) – Meeresstille und glückliche Fahrt op. 112

Kaisa Ranta (sopraan), Niina Keitel (mezzosopraan), Topi Lehtipuu (tenor), Tuomas Katajala (tenor, Vestas Feuer), Nicholas Söderlund (bas), Chorus Cathedralis Aboensis, Turku Philharmonic Orchestra o.l.v. Leif Segerstam
Naxos 8.574077 • 65' •
Opname: mei 2018, Turku Concert Hall, Turku (Finland)

   

“De Mis van Beethoven is onuitstaanbaar ridicuul en afschuwelijk, en ik ben er niet van overtuigd dat ze ooit behoorlijk uitgevoerd kan worden. Ik ben woest en beschaamd.”

Aldus Prins Nikolaus II Esterházy in een brief aan gravin Henriette Zielinska over de Mis in C, opus 86 van Ludwig van Beethoven, een opdracht van de Prins. Nikolaus II was de derde werkgever op rij van Joseph Haydn, en hij nam Haydn na zijn Londense tournees opnieuw in actieve dienst, met als belangrijkste opdracht het componeren van een Mis voor de naamdag van zijn echtgenote, Maria Josepha Hermengilde Esterházy. Die naamdag (van de heilige maagd Maria) viel op 8 september en werd dan op de eerstvolgende zondag gevierd. Zo hebben we van Haydns hand na de symfonieën en strijkkwartetten nog zes missen mogen ontvangen, geschreven tussen 1796 en 1802. Achtereenvolgens de Heiligmesse (1796), Paukenmesse (1797), Nelsonmesse (1798), Theresienmesse (1799), Schöpfungsmesse (1801), en de Harmoniemesse (1802). In 1800 kreeg Nikolaus II hoog bezoek van admiraal Nelson himself, en werd de Nelsonmesse opnieuw uitgevoerd. In 1803 was Haydn te zwak om een nieuw werk te componeren, en werd in de plaats daarvan het Stabat Mater uitgevoerd. In 1804 werd Haydn opgevolgd door Johann Nepomuk Hummel, die de honneurs in de navolgende jaren waarnam. Met uitzondering van 1807, toen het Nikolaus II een goed idee leek om Beethoven uit te nodigen.

Een eervolle uitnodiging, die Beethoven uiteraard niet kon weigeren, maar waar hij wel met enige schroom aan begon. Immers, zo trad hij in de voetsporen van zijn oude leermeester Haydn, en zou dus wedijveren met een man die recentelijk zes indrukwekkende missen had geschapen. Voor Beethoven was dit de eerste keer, hij raakte dan ook gaande de opdracht lichtelijk in paniek, en verzocht Nikolaus om uitstel. Dat werd hem niet gegund, en op 13 september kwam de nieuwe mis tot klinken in de Bergkirche te Eisenstadt, de zetel van de prins, niet ver van Wenen. De deadline was op het nippertje gehaald, de repetities verliepen chaotisch, en de uitvoering was dan ook bepaald geen succes. Volgens Beethovens leerling en biograaf Schindler zou Nikolaus de componist toegevoegd hebben: ‘Wat hebt u daar toch weer gefabriceerd, mijn beste Beethoven?'

Wanneer we de zes missen van Haydn en die van Hummel vergelijken met de Mis in C blijkt het contrast kolossaal. Haydn en Hummel hielden zich aan het vertrouwde jargon, dat het toenmalige publiek vertrouwd was uit de concertzaal en de opera, aangevuld met het traditionele kerkmuzikale contrapunt. Beethoven leverde een partituur die in alle opzichten uit zijn voegen barst, zowel in lengte als in expressieve kracht. Het duet tussen tenor en bariton ‘Et in carnatus' uit de mis in Es van Hummel zou zo uit een opera van Mozart kunnen zijn weggelopen. Dezelfde tekst is bij Beethoven een wringende uitdrukking van smart, met – voor die tijd – schrille accenten en dissonerende akkoorden.

De muziekgeschiedenis heeft Nikolaus II een heel klein beetje gelijk gegeven, in die zin dat enkele missen van Haydn tot het grote koorrepertoire zijn doorgedrongen, terwijl de Mis in C daarbij is achtergebleven. Dat komt niet alleen door Haydn, maar ook door Beethoven zelf, die met zijn Missa solemnis de ultieme concertmis schreef, al werd ook die met de nodige scepsis ontvangen. Ook in discografisch opzicht puilt de catalogus niet uit, en het is alweer even geleden dat er een nieuwe registratie in beeld kwam. Vorig jaar verscheen een live-opname vanuit München, met Maris Jansons en het orkest en koor van de Beierse omroep. Nu presenteert Naxos in het kader van een serie koorwerken, kennelijk ingegeven door het Beethovenjaar, een nieuwe studio-opname van de Mis, in combinatie met twee kortere werken. Het schitterende Meeresstille und glückliche Fahrt voor koor en orkest uit 1815 op een tekst van Goethe is daarbij een voor de hand liggende keuze. Minder logisch, maar niet minder welkom is een fragment van een opera op een tekst van Emanuel Schikaneder (de librettist van Mozarts Zauberflöte): Vestas Feuer. Beethoven zag het werk aan dit drakerige verhaaltje na tien minuten muziek niet meer zitten, maar gebruikte een deel ervan opnieuw in zijn opera Leonore (het duet O namenlose Freude). Door de vijf solisten wordt uitstekend gezongen, met opvallende bijdragen van sopraan Kaisa Ranta en tenor Tuomas Katajala.

De Fin Leif Segerstam (1944) dirigeert het orkest waarvan hij de afgelopen jaren (2012-19) chef-dirigent was. Als onderdeel van de serie vocale en theaterwerken voor Naxos besprak ik uit deze serie eerder twee cantates van de negentienjarige componist, door dezelfde uitvoerenden. Segerstams kijk op deze partituren munt uit door helderheid en zijn koor klinkt weldadig jeugdig – let wel, dit is geen beroepskoor! Het resultaat is van een verfrissende eenvoud die wellicht juist daardoor volkomen recht doet aan Beethovens bedoelingen. Segerstam laat zich inspireren tot een interpretatie waarin iedere overtollige zwaarte ontbreekt, en toch geen sprake is van geforceerde historische inzichten. De opname sluit zich daarbij met een weldadige warmte en doorzichtigheid naadloos aan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links