CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2020

Beethoven: Tripelconcert in C, op. 56 Koorfantasie op. 80

Alexandra Conunova (viool), Natalie Clein (cello), David Kadouch (piano, Tripelconcert), Sandrine Piau (sopraan), Anaïck Morel (alt), Stanislas de Barbeyrac (tenor), Florian Sempey (bas), Bertrand Chamayou (piano, Fantasie), Accentus, Insula Orchestra o.l.v. Laurence Equilbey
Erato 9029 55057 • 53' •
Live-opname: april 2017 (Fantasie), febr. 2018 (Tripelconcert), La Seine Musicale, Parijs

   

Op 26 augustus 1804 schrijft Ludwig van Beethoven in een brief aan zijn uitgever Breitkopf & Härtel dat hij een aantal werken in de aanbieding heeft, waaronder een Concertante voor viool, cello en piano met orkest, het werk dat we vandaag kennen als het Tripelconcert opus 56. Concertante staat daarbij voor Sinfonia concertante (een concert met twee of meer solisten), een genre dat tussen 1770 en 1830 buitengewoon populair was, met name in Frankrijk en in het bijzonder in Parijs. Van ruim vijfhonderd titels werd meer dan de helft geschreven door Franse componisten, en de overige ontstonden vaak in opdracht van Parijse gezelschappen. Na 1830 droogde de belangstelling op, en in de concertpraktijk van nu hebben maar een paar werken zich kunnen handhaven, waaronder de beide Concertante symfonieën van Mozart, en dit Tripelconcert van Beethoven.

Wat bezielde Beethoven op het traject tussen het Derde en het Vierde pianoconcert om zich met dit fenomeen bezig te houden? De concertante was in de eerste plaats een vehikel om virtuozen in de gelegenheid te stellen hun kunsten te vertonen, in navolging van de zangers in de opera, met hun halsbrekende coloraturen. Beethoven had daar het land aan, en liet in zijn pianoconcerten zien waar het volgens hem om ging: de intrinsieke boodschap van de componist en de verheffing van de geest. Geen acrobatiek! Desalniettemin schreef hij met zijn Tripelconcert een concertante die geheel en al voldoet aan de eisen bovendien voor het eerst in de muziekgeschiedenis voor deze combinatie van pianotrio en orkest. Wat opvalt is dat de tamelijk simpele pianopartij afsteekt bij een virtuoze vioolpartij en een voor die tijd hondsmoeilijke cellopartij (geschreven voor de fameuze Anton Kraft). Daardoor, en in combinatie met het tijdstip van ontstaan, is gesuggereerd dat de pianopartij werd geschreven voor Aartshertog Rudolph, een leerling en mecenas van Beethoven. Van een uitvoering door Rudolph is het echter nooit gekomen en de gedrukte partituur is niet aan hem opgedragen.

Een heel wonderlijk bedenksel is de Fantasie voor piano, solisten, koor en orkest, geschreven voor het roemruchte concert van 22 december 1808. In de ijzige kou werd het publiek vier uur lang getrakteerd op splinternieuwe composities, waaronder de symfonieën 5 en 6 en het vierde pianoconcert. De Fantasie vervulde daarbij de rol van briljante finale, met de componist in de hoofdrol. Na een bij die gelegenheid geïmproviseerde pianosolo volgt een thema met variaties voor solisten en koor, op een tekst die op het laatste moment aan de voltooide noten werd toegevoegd. Op die gedenkwaardige avond ging de uitvoering echter volledig de mist in, en moest er een herstart gemaakt worden. Het tweede deel van de Fantasie is overduidelijk een voorbereidende studie voor de finale van de Negende symfonie uit 1824, van de inmiddels stokdove componist. Er loopt overigens ook nog een rode draad naar de jonge Beethoven, want al in 1794 komen we dit thema tegen in het lied Gegenliebe WoO188.

In het Beethovenjaar 2020 zijn al twee nieuwe opnamen verschenen van het Tripelconcert, op DG door dirigent/pianist Daniel Barenboim met Anne-Sophie Mutter en Yo-Yo Ma, en op Challenge door het Van Baerle Trio, in beide gevallen op moderne instrumenten. Nu verschijnt op het label Erato een registratie op instrumenten uit Beethovens tijd, waaronder een fortepiano van Pleyel uit 1892, die dus dichter bij de moderne Steinway staat dan bij de fortepiano's die Nanette Streicher voor Beethoven bouwde. Violiste Alexandra Conunova en celliste Natalie Clein hebben hun instrument bespannen met darmsnaren. Dirigent Laurence Equilbey (1962) is een opvallend ondernemende verschijning in het Franse muzieklandschap. In 1991 stichtte zij het kamerkoor Accentus voor de regio's Parijs en Normandië, in 2012 voegde ze daar het Insula Orchestra aan toe, zoals gezegd spelend op oude instrumenten. Beide ensembles ontvangen subsidies van lokale overheden en mogen sinds 2017 beschikken over een nieuwe concertzaal, La Seine Musicale. De opname van de Koorfantasie die hier wordt gepresenteerd werd opgenomen tijdens de feestelijke opening van de zaal. Twee pianisten treden aan: Bertrand Chamayou (hij is hier besproken in de complete pianowerken van Ravel) in de Koorfantasie, en David Kadouch (hij kwam hier eerder langs in het Pianoconcert van Boesmans) in het Tripelconcert. Voor de koorfantasie heeft Equilbey zich verzekerd van een uitgelezen solistenkwartet met als stralende top sopraan Sandrine Piau. Het spreekt vanzelf dat het klinkende resultaat niet vergelijkbaar is met de uitvoeringen op moderne instrumenten, al moet gezegd dat de opname van het Tripelconcert onder Bernard Haitink die ik hier eerder besprak op een voorbeeldige wijze historisch besef en klankschoonheid weet te combineren. Dat is ook precies waarin de kracht van Equilbey en haar manschappen ligt, in combinatie met lenige fraseringen. Het aanstekelijke enthousiasme van de betrokkenen doet de rest. Uitvoeringen van deze werken op oude instrumenten zijn dun gezaaid, en dat maakt deze uitgave dubbel welkom.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links