CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2020

Beethoven: Tripelconcert in C, op. 56 – Symfonie nr. 7 in A, op. 92

Anne-Sophie Mutter (viool), Yo-Yo Ma (cello), Daniel Barenboim (piano), West-Eastern Divan Orchestra o.l.v. Daniel Barenboim
DG 0735763 • 75' •
Live-opname: oktober 2019, Philharmonie, Berlijn (Tripelconcert); juli 2019, Centro Cultural Kirchner, Buenos Aires, Argentinië (Symfonie)

 

Het Tripelconcert van Ludwig van Beethoven is misschien niet zijn meest opwindende schepping, maar wanneer er een opname van verschijnt wordt ze dikwijls met de nodige fanfare omgeven. Dat ligt vanzelfsprekend aan de aard van het stuk, dat met drie virtuozen op de meest geliefde solo-instrumenten een geheide publiekstrekker is. Uiteraard moet die populariteit weerspiegeld worden in een droombezetting. In september 1969 bracht het label EMI zo'n bezetting bijeen: violist David Oistrakh, cellist Mstislav Rostropovitsj en pianist Svjatoslav Richter musiceerden samen met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Herbert von Karajan. Op papier een gouden combinatie, die in superlatieven door de muziekpers werd (en nog steeds wordt) omschreven en door het publiek enthousiast werd ontvangen. Van de elpee gingen maar liefst een half miljoen exemplaren over de toonbank.

In het boek Sviatoslav Richter, Notebooks and Conversations van Bruno Monsaingeon doet Svjatoslav Richter verslag van de opname. Hij laat geen spaan heel van de omstandigheden waaronder die tot stand kwam, noch over het klinkende resultaat, waar hij niets meer mee te maken wilde hebben. Voor Norman Lebrecht een buitenkansje om de plaat op te nemen in zijn overzicht van 20 Recordings that should never have been made waar ze op de tweede plaats staat (in het boek The Life and Death of Classical Music). Eén zin springt er uit: Oistrakh and Richter, ashamed of their performance, asked Karajan for one last take. ‘No time', said Karajan, ‘we have to pose for the cover photographs.' Richter voegt daar nog aan toe: ‘And what a nauseating photograph it is, with him posing artfully and the rest of us grinning like idiots'. [Monsaingeon, p. 118].

Tien jaar later, in september 1979, besloot het label DG dat het tijd werd voor een opname van het Tripelconcert met drie jonge toptalenten, opnieuw onder de leiding van Von Karajan aan het hoofd van de Berliner – dit keer niet in de Jesus-Christus Kirche maar in de Philharmonie. Die solisten waren violiste Anne-Sophie Mutter (net zestien geworden), cellist Yo-Yo Ma (24 jaar) en pianist Mark Zeltser (32). De plaat werd uitgebracht in 1980.

Veertig jaar later is het tijd voor een Tripeljubileum: de tweehonderdvijftigste verjaardag van Ludwig van Beethoven, het twintigjarig bestaan van het West-Eastern Divan Orchestra, en het feit dat het tripelconcert met Anne-Sophie Mutter en Yo-Yo Ma veertig jaar geleden werd uitgebracht. De pianist bij deze gelegenheid is veteraan Daniel Barenboim, die het door hemzelf opgerichte Israëlisch-Palestijnse West-East Divan Orchestra dirigeert. Het feest werd gevierd met een tournee die het orkest bracht naar Barenboims geboortestad Buenos Aires, en zijn huidige standplaats Berlijn. Het klinkende resultaat is live op deze cd vastgelegd.

Ook op deze uitgave wordt de melomaan op zijn wenken bediend. Twee topsolisten, die veertig jaar later nog steeds op de Parnassus van hun kunnen presteren en een veteraan die op een ongeëvenaarde carrière als dirigent zowel als pianist mag bogen. Kennen we iemand die hem dat nadoet (hij was vijfenzeventig toen deze concerten plaatsvonden)? Het spreekt bijna vanzelf dat we hier een ouderwetse Beethoven krijgen voorgeschoteld, met ruimte voor romantische agogiek en een verzadigde orkestklank. De vernieuwende inzichten van Frans Brüggen zijn aan deze virtuozen niet besteed. In het Tripelconcert zal dat aan de verwachtingen van heel wat muziekliefhebbers beantwoorden, in de Zevende symfonie leidt het tot een eindresultaat dat zich niet onderscheidt van talloze recente opnamen die niet uitstijgen boven wat we een halve eeuw geleden ook al hoorden. De lakmoesproef zit wat mij betreft in de inleiding van het eerste deel (0.57 op de teller), waar de tweede violen het hoofdthema inzetten. Zoals op vrijwel alle opnamen wordt dat ook hier door de trompetten volledig weggeblazen. Daarmee is de toon gezet voor de rest van het stuk. Van enige ritmische en dynamische nuance is geen sprake. Maar het is wel het feest van een heerlijk jong orkest dat vol enthousiasme musiceert.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links