CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2019

 

Beethoven Revelations – Cuarteto Casals

Beethoven: Strijkkwartetten op. 18 nr. 2 – op. 74 – op. 59 nr. 2 & 3 – op. 132

Cuarteto Casals: Vera Martinez Mehner, Abel Tomàs Realp, Jonathan Brown, Arnau Tomàs Realp
Harmonia Mundi HMM90 2403/5 • 2.41' • (3 cd's)
Opname: januari/februari/maart/mei 2018, Teldex Studio, Berlijn

In andere samenstelling op Spotify

 

De wervende tekst op de achterkant van deze uitgave probeert ons ervan te overtuigen dat hier sprake is van een baanbrekende werkwijze, namelijk de opgenomen werken te hergroeperen zodat de drie fasen in het creatieve proces van de componist duidelijk worden. Op deze manier worden we ons beter bewust van de ontwikkelingsgang die Beethoven doormaakte. [Voor alle duidelijkheid, die verdeling is als volgt: de vroege kwartetten (opus 18), de middelste kwartetten (opus 59, 74 en 95) en de late kwartetten (opus 127, 130, 131, 132, 135 plus de Grosse Fuge opus 133).]

Het is zonneklaar dat de ontwikkeling van Beethoven nergens beter en vooral systematischer te volgen is dan in zijn strijkkwartetten. Van de vroege kwartetten, duidelijk gebaseerd op de verworvenheden van Mozart en Haydn (en aan laatstgenoemde opgedragen) tot het laatste werk dat Beethoven stokdoof voltooide, opus 135. Een machtig overzicht over de geschiedenis van het strijkkwartet tussen 1800 en 1826. De enige componisten die kwartetten van deze kwaliteit hebben geschreven zijn Joseph Haydn, wiens opus 77 onvoltooid bleef toen hij zag wat Beethoven in zijn opus 18 presteerde, en Franz Schubert, wiens laatst voltooide kwartet in G samenvalt met het laatste kwartet van Beethoven.

Het is natuurlijk een waarheid als een koe dat men door deze manier van presenteren een direct inzicht krijgt in de ontwikkelingsgang van Beethoven, maar om dat nu baanbrekend te noemen is lichtelijk overdreven. In deze tijd van speellijsten en harde schijven vol muziek kan iedere volwassen muziekliefhebber zijn eigen baanbrekende inzichten najagen. Het heeft ook een nadeel: een werk als opus 59, de drie Razumovsky kwartetten, dat duidelijk als een triptiek werd geconcipieerd, wordt op deze manier uit elkaar getrokken. Waarbij uiteraard direct als tegenargument kan worden aangevoerd dat ze sowieso niet met zijn drieën op één cd passen.

Veel belangrijker dan de volgorde van presenteren is een onderwerp dat in de toelichting bij de cd in het geheel niet aan de orde komt. Het Cuarteto Casals is in het bezit van een verzameling waardevolle oude strijkstokken, en op deze registratie hebben ze daarvan dankbaar gebruik gemaakt. Op youtube lichten ze dat trots toe, en is een en ander ook duidelijk te zien in de concertopnamen. Zoiets maakt een wereld van verschil in de subtiliteit van de klank. Jammer dat juist dit essentiële stukje informatie ontbreekt, want de ontwikkeling van de convexe naar de concave strijkstok van Tourte vond juist plaats in de periode waarin Beethoven zijn kwartetten schreef.

Uit het bovenstaande mogen we al afleiden dat we hier met een bijzondere opname te maken hebben. Het Cuarteto Casals heeft zich al twintig jaar bewezen als een topensemble dat in een breed repertoire de ene na de andere kwaliteitsopname realiseert die inderdaad het predicaat baanbrekend verdient. Voor deze integrale van de Beethovenkwartetten hebben ze zich warm gedraaid tijdens een twee jaar durende periode met concerten. Dat alles met de bedoeling om in het Beethovenjaar 2020 de cyclus voltooid te hebben. Dat moet lukken, want deel 1 met de titel Beethoven Inventions kwam al een jaar geleden uit, en deel 3 is ‘in the can'.

Het lijkt soms alsof Beethovens strijkkwartetten vaker opgenomen dan beluisterd worden. Het aantal registraties is niet bij te houden, en iedereen heeft zijn eigen favorieten, met waarschijnlijk het Alban Berg Quartett als koploper. Inderdaad een interpretatie die beantwoord aan een ideaalbeeld – perfect samenspel, een homogeen klankbeeld, een romige strijkersklank, een constant en gelijkmatig vibrato. Alles zoals het sinds het begin van de discografische jaartelling behoorde te zijn.

Die benadering krijgt van het Cuarteto Casals een flinke trap onder zijn achterste. Uiteraard is het samenspel perfect, maar de vier individuen streven niet in de eerste plaats naar homogeniteit, maar naar zelfstandigheid. De romige strijkersklank wordt ingeruild voor een slankere benadering die ruimte geeft aan een scala dat mag variëren van room tot azijn. Het vibrato als expressie krijgt gradaties van één tot tien, in plaats van een automatische piloot.

Kwartetspel is net als alle andere vormen van muziekmaken aan voortdurende verandering onderhevig, maar is ook een van de meest terughoudende wanneer het om vernieuwing gaat. Dat geldt voor spelers zowel als liefhebbers. Het Cuarteto Casals wijst de weg naar een gezonde toekomst.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links