CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2019

 

Beethoven: Pianoconcert nr. 2 in Bes, op. 19 Tripelconcert in C, op. 56

Maria João Pires (piano, op. 19), Lars Vogt (piano), Gordan Nikolitch (viool), Tim Hugh (cello), London Symphony Orchestra o.l.v. Bernard Haitink
LSO Live LSO0745 • 67' • (sacd)
Live-opname: 17&21 febr. 2013 (op. 19), 26/7 nov. 2005 (op. 56), Barbican, Londen

Tsjaikovski: Symfonie nr. 4 in f, op. 36
Moesorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling

London Symphony Orchestra o.l.v. Gianandrea Noseda
LSO Live LSO0810 • 74' • (sacd)
Live-opname: 29 okt. & 1 nov. 2017 (Symf. 4), 3 juni 2018 (Schilderijententoonstelling), Barbican, Londen

 


We leven in een tijd waarin ieder orkest, ensemble of solist de mogelijkheid heeft om de eigen prestaties voor de eeuwigheid vast te leggen. Dat leidt onvermijdelijk tot een bodemloze put van registraties die elkaar meer en meer overlappen totdat zelfs de doorgewinterde verzamelaar het zicht kwijt is en in de put verdrinkt. Maris Jansons die met twee toporkesten hetzelfde repertoire aflevert lijkt een chique voorbeeld, maar dat speelt zich tenmiste nog af in een sfeer van Bayern-München tegen Ajax. In Londen moet men op de vierkante centimeter vechten om de gunsten van het publiek, in zalen die niet vrolijk stemmen. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar twee cd's die in eigen beheer werden uitgebracht door het London Symphony Orchestra, het Londense toporkest, eentje met concerten van Beethoven, de andere met orkestwerken van Tsjaikovski en Moesorgski, opgenomen op diverse tijdstippen en verenigd onder twee dirigenten van naam.

De talrijke avontuurlijke cd's die overwaaien uit het Verenigd Koninkrijk zouden kunnen suggereren dat daar een bloeiend concertleven floreert waarin avontuurlijk en afwisselend wordt geprogammeerd. But alass, zeker in Londen concurreren de daar talrijk aanwezige symfonieorkesten elkaar dood met het afdraaien van steeds maar hetzelfde ijzeren repertoire. Concerten vol standaardrepertoire met anderhalve repetitie zijn sinds jaar en dag de norm. Natuurlijk (en gelukkig) zijn er uitzonderingen als de Proms, maar die danken we aan de Publieke Omroep, de BBC. De BBC onderhoudt in zijn eentje vijf orkesten, die hun repertoire voor een deel afstemmen op studioconcerten, gekoppeld aan een opname.

Het London Symphony Orchestra concurreert direct met het London Philharmonic Orchestra, waar Bernard Haitink jarenlang chef was en schitterende opnamen realiseerde voor EMI, in een tijd dat er nog geld werd verdiend met het uitbrengen van cd's. Hier staat hij voor het London Symphony op twee data die acht jaar uit elkaar liggen. In 2005 werd Beethovens Tripelconcert opgenomen met Lars Vogt en twee solisten uit het orkest: concertmeester Gordan Nikolitch (tevens concertmeester en artistiek leider van het Nederlands Kamerorkest) en solocellist Tim Hugh. Acht jaar later werd Beethovens Tweede pianoconcert uitgevoerd met de Portugese pianiste Maria Joao Pires. Pires heeft heel veel Mozartconcerten opgenomen, maar voor zover ik heb kunnen nagaan is dit haar eerste registratie van het Tweede Bee thovenconcert met Daniel Harding nam ze vijf jaar geleden de concerten drie en vier op. Iedere opname van Pires is een evenement, en hier is het niet anders. Maar wat vooral frappeert is het verschil dat Haitink maakt in slechts acht jaar (voor hem een oogwenk), en op zijn leeftijd. In het boekje staat een lijst van medewerkende musici, en daaruit kan men opmaken dat de bezetting van het strijkorkest aan de basis bestond uit drie contrabassen. Dat drukt niet alleen een getal uit maar ook een mentaliteit. En durf, zeker als je je hele leven met veel grotere aantallen op een podium hebt gestaan. Het is overduidelijk dat Pires en Haitink elkaar begrepen en er een ingetogen feestje van hebben gemaakt. Bovendien is de geluidstechniek in 2013 vele malen beter dan in 2005. Alleen al om het Tweede Beethoven concert (het was in werkelijkheid zijn eerste, nog geschreven voor een Mozartbezetting) is dit schijfje de moeite waard. Een klein wonder.

De overgang naar Gianandrea Noseda in Tsjaikowski's Vierde Symfonie is rondweg ontluisterend. Hier wreekt zich de slechte gewoonte om het ijzeren repertoire op de automatische piloot te spelen. Een sleetse orkestklank met een routineuze intonatie, gecombineerd met een dirigent die er onder zulke omstandigheden ook geen raad mee weet en een akoestiek waar je droevig van wordt lieten mij beduusd achter. Wijlen Hans Vonk wist wel raad met Tsjaikovski's Vierde, getuige zijn live-opname uit Saint Louis. De uitvoering van de Schilderijententoonstelling van een jaar later is geen haar beter. Alweer die sloffige intonatie, alsof het niemand interesseert, Noseda die het laat gebeuren en die grauwe akoestiek. Wie is hiermee gebaat?

Simon Rattle is de nieuwe chef van het London Symphony Orchestra, en aan zijn benoeming is de bouw van een gloednieuwe concertzaal verbonden. Rattle krijgt altijd zijn zin (zie Birmingham), hij heeft een slimme kijk op programmeren en hij weet hoe hij een orkest op de rails moet krijgen. Aan de horizon glimmert hoop.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links