CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2019

 

(C.Ph.E.) Bach: Fluitsonates: in G, Wq 123 – in e, Wq 124 – in Bes, Wq 125 – in a, Wq 128 – in D, Wq 131 – La Gabriel Wq 117/35 – La Caroline Wq 117/39 – Klaviersonate in g, Wq 65

Toshiyuki Shibata (traverso), Bart Naessens (klavecimbel)
Et'cetera KTC 1667 • 65' •
Opname: juni 2019, Zwartezusterklooster, Oudenaarde (B)

 

Als Ton Koopman Bachs zonen cijfers zou moeten geven, hoe zou het rapport er dan uitzien? Carl Philipp Emanuel krijgt natuurlijk een tien?
“Ja, een tien, maar het kan ook een vier zijn. Hij wordt in zijn tijd als een uniek genie gezien, maar je leest ook dat hij zo geïnteresseerd was in geld dat hij veel mindere werken heeft geschreven.”
Ton Koopman, in een interview met Erik Voermans, Het Parool, 3 oktober 2019

De enige echte Bach heet vandaag Johann Sebastian, maar in de tweede helft van de achttiende eeuw was dat anders. Toen kende men een andere Bach, en die heette [Carl Philipp] Emanuel. Hij was het vijfde kind van Johann Sebastian en diens eerste echtgenote Maria Barbara, en na Wilhelm Friedemann het tweede dat overleefde. Vader Bach had hoge verwachtingen van zijn zonen, en dus zorgde hij ervoor dat ze een rechtenstudie aan de universiteit van Leipzig volgden. In beide gevallen kroop het bloed waar het niet gaan kon: Wilhelm Friedemann werd een beroemd organist, Emanuel een groot componist. Dat ging niet vanzelf, Emanuel heeft lang op materiële welstand moeten wachten. Aan het Berlijnse hof van Frederik de Grote genoot hij weliswaar aanzien, maar moest hij van een karig honorarium rondkomen. Pas toen hij in 1768 zijn peetvader Telemann kon opvolgen als muziekdirecteur van de stad Hamburg braken er zonniger tijden aan.

Op deze cd speelt de Japanse traversospeler Toshiyuki Shibata een vijftal fluitsonates waarvan Emanuel er vier (Wq 124, 125, 128, 131) schreef voor zijn broodheer Frederik de grote, tussen 1737 en 1747. Aan het hof van Frederik moest hij overigens concurreren met Johann Joachim Quantz, die de vorst van stapels fluitmuziek voorzag en een al even vorstelijk salaris genoot. Geen wonder dat Emanuel geïnteresseerd was in geld…

Het werk van Emanuel slaat de brug tussen Johann Sebastian en de Weense klassieken Mozart en Haydn. Zijn werk wordt gekenmerkt door grilligheden: in tempi, overgangen tussen onderdelen, tegenstellingen in toonsoort, onverwachte modulaties, plotselinge stiltes en wat dies meer zij. Onvoorspelbare muziek, sanguinisch en melancholisch tegelijk. Hij was de perfecte wegbereider voor de ‘Sturm und Drang' waarin Joseph Haydn zich zou uitleven. Haydn erkende maar al te graag de grote invloed die CPE op zijn componeren heeft gehad – om van Beethoven maar te zwijgen.

Op deze cd merken we van die grilligheden nog niets, kennelijk was Frederik er niet op gesteld. Hier leren we Emanuel kennen als de meesterknecht van zijn vader, die op bestelling uitgelezen vakwerk aflevert. Er zijn uiteraard verschillen: waar Sebastian in zijn fluitsonates contrapuntische hoogstandjes uit zijn mouw schudt houdt Emanuel het op elegante melodieën met een welluidende ondersteuning.

Dat brengt ons op de manier waarop deze werkjes worden uitgevoerd. In de catalogus van Alfred Wotquenne staan ze onder de rubriek ‘Solos für Flöte' met bij de individuele werken de toevoeging Flauto traverso col Basso. Die toevoeging houdt volgend de toen heersende uitvoeringspraktijk in dat de bas van het verplichte toetsinstrument versterkt kan worden door een cello. De meeste uitvoeringen doen dat ook: zo nam Jed Wentz de complete sonates (Wq 123-134) op voor het label Brilliant. Shibata ziet af van de cello en kiest voor het klavecimbel van Bart Naessens, die daarnaast gelegenheid krijgt om te soleren in een Sonate en twee kleine stukjes die geschoeid zijn op de Franse leest van Couperin en Rameau, kleine vignetten met de namen Gabriel en Caroline.

In zijn eigen inleidende tekst vraagt Shibata zich af waarom hij deze sonates wil opnemen terwijl er al zoveel opnamen beschikbaar zijn. Een goede vraag die hij zelf beantwoord met de observatie dat het romantische element in Emanuels componeren, de ‘Empfindsamkeit' niet altijd genoeg aandacht krijgt. Hij eindigt zijn betoog dan ook met een hartelijk May the emotion be with you.

 De emotie horen we terug in een smaakvolle agogiek, een uitgelezen virtuositeit en een hier en daar gedurfd rubato van klavecinist Bart Naessens. Samen met opnameman Koen Uvin zorgen ze voor een boeiende luisterervaring. Of Emanuel een tien krijgt kunt u zo zelf bepalen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links