CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, augustus 2019

 

Bach: Clavier-Übung I-IV (voor orgel ingericht door HansJörg Albrecht) – Sinfonia in D, BWV 29 (bew. Marcel Dupré) – Chaconne in d voor viool, BWV 1004 (bew. Arno Landmann) – Passacaglia & Fuga in c, BWV 582

Münchener Bach-Chor, Christian Brembeck (koororgel), HansJörg Albrecht (dirigent, orgel)
Oehms OC 020 • 79' + 79' + 74' + 48' + 69' + 80' • (6 cd's)
Opname: 2007 (IV), 2008 (III), 2009 (II en overige werken), 2011 (IV), locaties in de bespreking

 

Bach liet vier Clavier-Übungen na: de zes Partita's (I), het Italiaanse Concert plus de Franse Ouverture (II), de Orgelmis (III) en de Goldberg-variaties (IV). Alleen de Clavier-Übung III is een oorspronkelijk orgelwerk, de overige drie zijn bedoeld voor het klavecimbel. HansJörg Albrecht (1972) is werkzaam als organist en dirigent, en in beide disciplines is hij in letterlijke zin sinds 2006 thuis op het label Oehms, met als klinkend resultaat rond de twintig cd's. Hij valt op door zijn avontuurlijke repertoirekeuze en zijn transcriptiedrift, die reikt van Bach tot Wagner. Tussen 2007 en 2011 kwamen de vier Clavier-Übungen separaat uit op het label van Dieter Oehms, de man die in de beginjaren van de cd verantwoordelijk was voor menige interessante uitgave op het budgetlabel Arte Nova. Dat label ging roemloos ten onder, maar de krenten uit de pap verschenen opnieuw op het label Oehms.

Albrecht koos ervoor om zijn transcripties in te spelen op orgels met een moderne factuur, gebaseerd op barokke principes. Het zijn stuk voor stuk grote instrumenten, een keuze die aangeeft dat Albrecht niet uit is op een kamermuzikale vertaling van de klavecimbelwerken, maar ze fors wil uitvergroten, wat hij extra benadrukt in zijn registraties, die een uitbundig plenum inclusief schallende bazuinen niet schuwen. Ieder van de Übungen klinkt op een ander instrument, als volgt:

Voor de zes Partita's koos Albrecht een groot drieklaviers instrument in de Pfarrkirche St. Cyriakus in Krefeld-Hüls, in 1999 gebouwd door de Zwitserse firma Metzler. Het in aanleg intieme karakter van de Partita's wordt hier radicaal uitvergroot naar de inherente grandeur die de noten ook in zich hebben. Albrecht heeft consequent gekozen voor een zelfstandige pedaalpartij, en dat alleen al verheft deze werken naar een ruimere dimensie. Helaas gaat die ruimere dimensie in de praktijk van de Pfarrkirche gepaard met een al even ruime akoestiek. De vaste geluidsman van Albrecht op al deze opnamen, Martin Fischer, heeft er (ongetwijfeld in overleg met Albrecht) voor gekozen om afstand tot het instrument te bewaren, en dat resulteert in het forte in een klinkend resultaat waar orgelliefhebbers mee hebben leren leven, maar dat door de gemiddelde luisteraar ervaren wordt als ‘orgelsoep'. Dat neemt niet weg dat er momenten zijn van overweldigende grandeur die niemand, orgelfanaat of niet, mag missen.

De Clavier-Übung II klinkt op een orgel van de firma Mühleisen uit Straatsburg, gebouwd in 2004 voor de St. Pauluskerk in Harsewinkel (halverwege tussen Münster en Bielefeld). Naast het Italiaanse Concert en de Französische Ouvertüre was er nog ruimte voor twee extra's: de Sinfonia BWV 29 in de bewerking van Marcel Dupré en de Chaconne uit de tweede partita voor soloviool in de versie van Arno Landmann. In die keuzes geeft Albrecht aan waar zijn voorkeuren liggen als het om transcripties gaat. Ook hier koos hij voor een drieklaviers kolos van 45 stemmen, waaronder twee 32-voeters in het pedaal. Een instrument dat in de Elzas werd gebouwd en zijn afkomst niet verloochent. De akoestiek van de Pauluskerk werkt deze keer van harte mee met de opnametechniek, met aangename resultaten. Iedere noot wordt gehoord. Als toegift krijgen we een volbloed symfonische interpretatie van de Passacaglia in c. Daarmee geeft Albrecht definitief zijn geloofsbrieven af.

Het enige echte orgelwerk in deze verzameling is de Clavier-Übung III, de Parnassus voor iedere organist, en een bron van misverstanden wanneer het om de uitvoeringspraktijk gaat. Dat begint al met het Preludium dat aan de eigenlijke inhoud (koraalfantasieën) voorafgaat en dat helemaal op het eind zijn oplossing vindt in de bijbehorende fuga. Dat suggereert dat de Übung uitgevoerd moet worden zoals hij gedrukt werd. Heel didactisch schreef Bach twee versies van een orgelmis in Lutherse zin: een grote (twee klavieren en pedaal) en een kleine (één manuaal). Ieder van die versies heeft zijn eigen samenhang en verdient die ook, maar organisten kunnen het over de correcte uitvoering in het kader van Clavier-Übung III niet eens worden. Albrecht maakt het in zekere zin overzichtelijker door de bijbehorende koralen te laten zingen door zijn Münchner Bach-Chor. Hij plaatst het betreffende koraal tussen de grote en de kleine versie van de koraalbewerkingen. De koralen werden opgenomen in de Pfarrkirche St. Martin in München-Loosbach, het orgelaandeel op het Metzler-Orgel (1998) zu St. Jacob & Leonhard in Hopfgarten/Brixental, Oostenrijk.

Voor de vierde Clavier-Übung koos Albrecht opnieuw een instrument van orgelmaker Mühleisen uit Straatsburg, in de Stiftskirche te Bad Gandersheim en daterend uit 2000. De Goldberg-Variaties zijn sinds Glenn Gould vergroeid met de piano. Weinigen wagen zich aan een orgelversie, en wie meedoet denkt ernstig na over het bijpassende instrument. Een bescheiden exemplaar lijkt voor de hand te liggen, maar ook hier kiest Albrecht voor een grootse aanpak, met een maximum aan klankkleuren. In zijn voordracht ligt het accent op een wat ouderwets legato, dat wel wordt gecombineerd met een fantasierijke omgang met versieringen.

Albrecht heeft voor dit project gekozen voor instrumenten die niet ouder zijn dan twintig jaar, hoewel ze soms huizen in een prachtige historische kast (Krefeld, Brixental). Dat op zich kan niet anders dan een duidelijk statement zijn, dat de nadruk legt op het feit dat we hier voor driekwart met transcripties te maken hebben die duidelijk het origineel in een nieuwe jas willen steken. De toelichting beperkt zich tot één kantje over Bach in het algemeen. Wel worden van de orgels foto's en disposities afgedrukt. De opname verschilt uiteraard van locatie tot locatie, waarbij steeds is gezocht naar de grootst mogelijke doorzichtigheid in combinatie met voldoende warmte en galm. Alleen bij de Partita's loopt zoals hierboven opgemerkt het klankbeeld soms wat dicht, voor het overige niets dan lof. Dat geldt uiteraard ook voor het virtuoze spel van Hansjörg Albrecht.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links