CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2017

 

Bach: 6 Vioolsonates BWV 1014-1019

Guido de Neve (viool), Frank Agsteribbe (klavecimbel)

Et'cetera KTC 1596 • 44' + 63' • (2 cd's)

Opname: juli 2016, deSingel, Antwerpen

 

Het is even schrikken bij het luisteren naar de openingstrack van deze uitgave. In plaats van de kalme cadans van het prachtige adagio horen we een onrustig voortschrijden van de achtstenbeweging; als van een wandelaar op onzeker terrein, die even aarzelt voor de volgende stap. Op het buitenhoesje staat onder deze sonate ‘b minor: combines feelings of unease and melancholy. Slightly odd and therefore rarely performed'. Dat rarely performed slaat natuurlijk niet op de sonate van Bach, maar op het gebruik van de toonsoort b-klein. Een slordigheidje in de vertaling – rarely applied was helderder geweest.

Maar de toon is gezet. Dit is een benadering vanuit andere gezichtspunten. Of liever, vanuit gezichtspunten die we al lang kennen, maar nieuw geïnterpreteerd. Guido de Neve en Frank Agsteribbe hebben in opdracht van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen een onderzoek gedaan naar het ‘verband tussen kritische reflectie en artistieke praktijk'. In dit geval de publicaties uit de barok die licht werpen op de toenmalige uitvoeringspraktijk en de hedendaagse toepassing ervan. Het gaat dan vooral om de toepassing van oude stemmingen (van voor de gelijkzwevende) en de retoriek. Hier een passage uit de toelichting:

‘Reeds in de 18de eeuw publiceerden theoretici en componisten over dit fenomeen en over de consequenties die deze stemmingen hadden op de verschillende tonaliteiten: zo was er een sterk (retorisch en affectief) verschil tussen bijvoorbeeld fa klein (die werd omschreven als “zwart, in vertwijfeling, met doodsangst” en re klein (“devoot, rustig, groots”). Door hiermee rekening te houden ontstaat een kunst die veel expressiever, kleurrijker en experimenteler is dan wat we meestal horen. In de barokschilderkunst zien wij toch ook heftige kleuren, een sterke expressie en een realistische weergave van emoties? Om deze extreme retorische zeggingskracht muzikaal te realiseren, zoeken zij extremen op in klank, intonatie en beweging in de tijd (flexibel tempo).'

Nu zal de kritische lezer ogenblikkelijk opmerken dat Bach deze sonates componeerde in dezelfde tijd dat hij werkte aan zijn Wohltemperirtes Clavier, en daardoor juist uitdrukkelijk gebruik kon maken van een odd and therefore rarely used toonsoort als b-klein (wat mutatis mutandis ook geldt voor f-mineur). Maar het gaat hier niet om de juistheid van de argumentatie, maar om de creatieve toepassing ervan. Om te beginnen hebben we hier van doen met twee bevlogen muzikanten die deze werken in technisch opzicht ver de baas zijn. Aardig detail is dat opnameleiding, techniek en mastering geheel voor de verantwoordelijkheid komen van Korneel Bernolet, een klavecinist die ik hier al eens heb besproken in een mooie uitvoering van de Pièces de Clavecin en Concert van Rameau. De opnametechniek weerspiegelt in zekere zin de retoriek van de uitvoering – krachtig, expressief en zoals de Britten zeggen in your face. De luisteraar wordt niet met fluwelen handschoenen aangepakt. Wie altijd genoten heeft van de fluisterzachte eerste inzet van de viool in BWV 1014 komt hier van een koude kermis thuis.

Dit zestal sonates mag zich al een halve eeuw verheugen in de warme belangstelling van alle grote violisten, dus de catalogus puilt uit. Eentje springt er in mijn verzameling uit door de afwijkende keuze voor een orgel als begeleidend instrument, en gelukkig geen kistorgel. Violiste Alice Pierot en organist Martin Gester leveren een ingetogen en intens muzikale kijk op het label Accord (205322). Guido de Neve en Frank Agsteribbe maken waar wat ze beloven, een experimentele kijk op Bach, uitgaande van de kleurrijke beschrijvingen van de toonsoorten uit het tijdperk van voor de gelijkzwevende stemming. Een boeiend en stimulerend luisteravontuur.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links