CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2016

 

Bacewicz: Strijkkwartetten nr. 1-7 (compl.)

Silesian Quartet

Chandos CHAN 10904 • 75' + 58' • (2 cd's)

Opname: febr. 2010, jan. 2011, Concert Hall, Karol Szymanowski Academy, Katowice (Polen)

 

'Na dit recital staat ze in Nederland definitief op de kaart' voorspelde de Volkskrant in juni 2012 over Grazyna Bacewicz. Krystian Zimerman had in de serie Meesterpianisten een opmerkelijke daad gesteld door niet alleen haar Tweede Pianosonate, maar ook samen met het Hagen Quartett het Eerste Pianokwintet aan Nederland voor te stellen. En inderdaad, twee jaar later klonk dat Pianokwintet nogmaals in het Muziekgebouw aan het IJ, na nog een jaar gevolgd door het Vierde Strijkkwartet. Wanneer men in aanmerking neemt dat er alweer ruim een halve eeuw was verstreken sinds het Concertgebouworkest voor de eerste en laatste keer een werk van deze componiste programmeerde, een bemoedigend teken. Maar definitief op de kaart?

Aan het discografische front verlopen de zaken heel wat voorspoediger voor deze zonder meer belangrijke componist, die in één adem genoemd mag worden met Lutoslawski en Panufnik, en beroemdere collega's als Gorecki en Penderecki in niets nastaat. Krystian Zimerman bracht een cd uit op het label DG met voornoemde pianosonate en de beide pianokwintetten - ik heb hem hier besproken. Het label Chandos publiceerde twee cd's met vioolconcerten, waaraan Bas van Westerop een uitvoerig artikel wijdde. Op Naxos verschenen de complete strijkkwartetten op twee aparte cd's door het Lutoslawski Quartet. Het Poolse label DUX besteedde aandacht aan de werken voor kamerorkest, die ik hier eveneens besprak. Chandos publiceerde de vioolsonates en komt nu met een dubbel-cd waarop de complete strijkkwartetten, zeven in getal.

 
 
Grazyna Bacewicz

Bacewicz (1909-1969) was een formidabele alleskunner, ze paarde een succesvolle carrière als vioolvirtuoos aan een componistenloopbaan. Daarnaast speelde ze zo goed piano dat ze haar eigen duivels moeilijke Tweede pianosonate in première bracht. Schrijven kon ze ook, ze publiceerde romans, korte verhalen en reminiscenties. Haar instrumentale loopbaan werd halverwege de jaren vijftig wreed afgebroken door een ernstig auto-ongeluk. Gelukkig stak ze daarna al haar energie in haar composities. Zeven vioolconcerten en zeven strijkkwartetten voltooide ze over een tijdspanne die rijkt van het eerste vioolconcert (1937) en het Eerste strijkkwartet (1938) tot het Zevende vioolconcert (1965) en het Zevende strijkkwartet (1965).

Aan de hand van de strijkkwartetten, die het Silesian Quartet hier in chronologische volgorde presenteert, is de ontwikkeling van Bacewicz goed te volgen. Daarbij wordt tevens duidelijk dat die ontwikkeling parallel loopt aan de politieke wederwaardigheden waaraan muziekschrijvers in en na de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa werden geconfronteerd. Vooral in de naoorlogse jaren heerste in Polen onder invloed van de Soviet Unie een klimaat van socrealizm waarin de arbeidersklasse verheven moest worden door herkenbare klanken - liefst uit de volksmuziek. Het moet gezegd dat Bacewicz zich op bewonderenswaardige wijze in die slangenkuil heeft weten te handhaven. Want ook zonder deze wetenschap maakt haar Vierde strijkkwartet uit 1950 grote indruk; weliswaar met gebruikmaking van elementen uit de volksmuziek, maar met een ijzersterke architectuur en met dwingende emoties. Wat vooral opvalt is haar enorme palet aan klankleuren - net als Benjamin Britten had ze een griezelig goed oor voor de mogelijkheden van snaarinstrumenten. Hetzelfde geld overigens ook voor de kwartetten drie, vijf en zes. De eerste beide zijn iets meer een kind van hun atonale tijd, in de beide laatste vinden we invloeden terug van de jonge Poolse avantgarde, die na 1960 kansen kreeg om naar buiten te treden.

Twee registraties binnen een jaar van de complete strijkkwartetten is natuurlijk in de allereerste plaats een geweldige luxe. Vergelijken leert dat de Silesiers meer belang hechten aan het virtuose element dat in deze stukken onmiskenbaar aanwezig is, dan het Lutoslawski Quartet. Dat uit zich niet alleen in snellere tempi, maar ook in een fijnmaziger uitgewerkt dynamisch spectrum. Om kort te gaan: ze halen echt het onderste uit de kan en worden daarin gesteund door een opname die dat tot in de kleinste details laat horen en toch niet opdringerig wordt. Een schitterende aanwinst die nieuwsgierig maakt naar dat deel van het oeuvre van deze bijzondere vrouw dat we nog helemaal niet kennen: de vier symfonieën!!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links