CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2017

 

Antheil: Symfonie nr. 3 (American)– Tom Sawyer Overture – Hot-Time Dance – McKonkey's Ferry Overture – Suite uit ‘Capital of the World'

Radio-Sinfonie-Orchester Frankfurt o.l.v. Hugh Wolff

CPO 777 040-2 • 61' •
Opname: juli en augustus 2001, HR Sendesaal, Frankfurt am Main

 

George Antheil (1900-1959) draagt de geuzennaam Bad boy of music – tevens de titel van zijn autobiografie (bad boy = enfant terrible). De werken waarmee hij die reputatie verdiende zijn dankzij Reinbert de Leeuw in Nederland bijna repertoire geworden: het ‘Ballet Mécanique', de ‘Sonata Sauvage', de ‘Airplane Sonata' en ‘A Jazz Symphony' om een paar opvallende titels te noemen. Heel anders is het gesteld met de symfonicus Antheil, waarvan meestal wordt beweerd dat die een mager conservatief aftreksel van bad boy Antheil zou zijn. In de jaren vijftig maakte Sir Eugene Goossens voor het label Everest een opname van de Vierde symfonie, die wel eens tot die reputatie bijgedragen zou kunnen hebben. Bij oppervlakkige beluistering lijkt de beschuldiging inderdaad niet ongegrond: dat werk klinkt als ‘Sjostakovitsj visits Hollywood'. Die uitgave bleef decennia lang het enige dat herinnerde aan de symfonicus Antheil. Pas na het jaar 2000 kwam daar verandering in: zowel het label Naxos als CPO zorgden voor een integrale opname van de complete symfonieën (de tweede werd door de componist ingetrokken).

Wie met de kennis van nu naar deze cd luistert zal in de American Symphony in het eerste deel de Derde symfonie van Copland horen, in het langzame deel de Eerste van Mahler, in het scherzo Charles Ives en in de finale de Vijfde van Sjostakovitsj. Nu de feiten. Antheil begon aan dit werk in 1936 en voltooide het in 1939. Copland schreef zijn derde symfonie in 1946, Mahler was nog niet tot het collectieve muzikale bewustzijn doorgedrongen, Ives zou pas decennia later herontdekt worden en Sjostakovitsj schreef zijn kassakraker in 1936. Antheil wordt nogal eens van plagiaat beschuldigd, maar de feiten spreken hem dus vrij. Zelfs voornoemde Vierde symfonie uit 1942, die nog veel meer op de sociaal-realistische Sjostakovitsj lijkt, is grotendeels ‘getild' uit de opera Transatlantic van 1929. Antheil heeft zijn eigen variant van verheffende muziek voor de massa geschapen, niets meer en niets minder. Ondanks de lof van collega Copland heeft hij zijn doel, de geschiedenis in te gaan als een groot symfonicus, niet bereikt. Het is typerend voor de staat waarin Amerikaanse orkesten verkeren dat deze cyclus is gemaakt met een Duits orkest, gesteund door de Duitse publieke omroep (Hessische Rundfunk). Het resultaat is zonder meer van grote klasse: onberispelijk orkestspel onder een toegewijde dirigent in een warme en heldere akoestiek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links