CD-recensie

Herinnering aan gouden tijden

 

© Paul Korenhof, december 2015

 

Wagner: Tannhäuser, ouverture - Siegfried Idyll - Tristan und Isolde, voorspel & Liebestod - Götterämmerung, Rheinfahrt - Trauermarsch - 'Starke Scheite'

Birgit Nilsson (sopraan), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Pierre Monteux

Testament SBT2 1507 (2 cd's)

Live-opname: Kurzaal, Scheveningen, 1 juli 1963

 

Nog zie ik hen voor mij in de Scheveningse Kurzaal: de besnorde Pierre Monteux met zijn lange bâton die - evenals zijn landgenoot Charles Münch - mij altijd mateloos fascineerde door de onvoorstelbare rust die tijdens het dirigeren van hem uitging. Naast hem Birgit Nilsson die in een roze japon moeiteloos over de hoogste orkestrale golven heen kwam, maar die na afloop rigoureus afrekende met fans die foto's en handtekeningen van haar wilden. De recensenten, die Monteux natuurlijk al vaker gehoord hadden, zoomden vooral in op de toen al vermaarde soliste met 'Fenomenaal concert van Birgit Nilsson' of 'Birgit Nilsson ster van Wagner-concert'. Maar voor mij was de grote ster Pierre Monteux, die die avond de muziek van Wagner had laten klinken zoals ik het niet eerder gehoord had.

Die zomer van 1963 bood trouwens een Holland Festival om nu nog van te watertanden. In een regie van Franco Zeffirelli dirigeerde Carlo Maria Giulini Verdi's Falstaff in een absolute topbezetting, in de Nederlandse première van Haydn's kostelijke L'infedeltà delusa schitterden Reri Grist, Jeannette van Dijck, Nicola Monti en Peter van der Bilt, Franz-Paul Decker zorgde in Rotterdam voor een magistrale Elektra in een geheel Nederlandse bezetting met Marijke van der Lugt in de titelrol, Karajan dirigeerde twee concerten met de Berliner Philharmoniker en tot de andere grootheden die acte de présence gaven, behoorden Eugen Jochum, Benjamin Britten, Peter Pears, de onvergetelijke Nan Merriman en natuurlijk Elly Ameling.
Het was ook het Holland Festival waarin Jean Fournet de (concertante) Nederlandse première van Pénélope van Fauré verzorgde en waarin Frank Martin zijn opera Monsieur de Pourceaugnac dirigeerde. De bijdragen van De Nederlandse Opera waren Der fliegende Holländer met Gré Brouwenstijn en Bernard Haitink plus een modelvoorstelling van Rusalka met merendeels Tsjechische solisten. Verder konden we ons hart ophalen aan een breed Frans, Italiaans, Oostenrijks, Tsjechisch en Nederlands toneelaanbod met als bekroning Erik Vos' legendarische voorstelling van De Perzen in Carré, waar nog altijd een grote foto van dat evenement de centrale hal siert. Maar het was overigens ook een Holland Festival met een trieste noot, want op de dag waarop ik in Den Haag L'infedeltà delusa bezocht, werd bekend dat de immens populaire acteur en operazanger Hans Kaart op 42-jarige leeftijd tijdens een operatie was overleden, tien maanden voordat hij hier Otello zou zingen.

Bij de uitgave van Testament op twee mono-cd's van samen bijna anderhalf uur (als het goed is, betaalt u daarvoor niet de volle prijs) wordt niet vermeld waar de geluidsbanden vandaan komen, maar de rechtstreekse radio-uitzending werd door diverse landen overgenomen. Voor radiobanden van ruim een halve eeuw oud is de klank in ieder geval verrassend goed en behalve in de monoklank werkt de leeftijd van de opname eigenlijk vooral door in het ietwat matte klankbeeld en de soms dunne strijkers, onder meer aan het begin van Siegfried's Rheinfahrt.
De helderheid van de uitvoering is daarentegen onmiskenbaar, een typisch 'Franse Wagner' uit de periode vóór Pierre Boulez Bayreuth veroverde, met vlotte tempi, licht en kort gehouden blazersakkoorden, veel lyriek en weinig nadrukkelijke (zo u wilt: bombastische) accenten. Als Monteux Siegfried's Trauermarsch speelt, wordt niet het einde van de wereld aangekondigd, maar wordt een diep betreurd mens ten grave gedragen. En het Concertgebouworkest draagt de dirigent hoorbaar op handen en realiseert al zijn bedoelingen. Alleen in de Siegfried Idyll mis ik iets van de kamermuzikale lichtheid en lijkt tegen het einde de spanning even weg te zakken.

De toen 45 jaar oude Birgit Nilsson stond in 1963 op het hoogtepunt van haar kunnen. Het was de tijd van de Solti- Ring en de grote Bayreuther voorstellingen onder Karl Böhm ( Tristan und Isolde, Der Ring des Nibelungen), toen de lyriek nog in haar stem zat en een te veel aan Elektra's de neiging tot detoneren nog niet had aangewakkerd. Haar Liebestod is exemplarisch en ik prefereer het slot van Götterdämmerung zelfs boven haar opname met Solti van een jaar later, die dankzij de Decca-opname wel helderder en geaccentueerder van klank is, maar ook nadrukkelijker, 'Duitser'. Daar klinkt Brünnhilde helemaal als de Wodansdochter die de wereld wil redden, hier heeft haar zang ook nog iets van het meisjesachtige dat in opnamen van Nilsson helaas meestal ontbreekt, maar dat deze immense rol ook zulke ontroerende momenten kan verlenen. Het is ook alsof er minder spanning op haar stem staat, alsof zij niet zingt om te presteren, maar omdat zij het voor haar plezier doet. Met Monteux naast haar en het voltallige Concertgebouworkest in haar rug kan ik mij dat overigens heel goed voorstellen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links