CD-recensie

 

© Paul Korenhof, augustus 2006


Schubert: Winterreise D 911.

Thomas Oliemans (bariton), Bert van den Brink (piano).

Finefline Classical FL 72409 • 75' •


Na ettelijke uitvoeringen van de Winterreise, in de zaal, op de plaat, op de cd en inmiddels ook op de dvd, denk je op een gegeven moment dat het voor nieuwe uitvoerenden wel heel erg moeilijk geworden is om toch nog een nieuw licht op deze magistrale cyclus te werpen. Onzin natuurlijk. Tijden en mensen veranderen, en dat betekent automatisch dat kunst ook steeds weer anders geÔnterpreteerd wordt, maar toch kwam de in april van dit jaar opgenomen visie van Thomas Oliemans en Bert van den Brink voor mij als een volslagen verrassing.

Die verrassing werd des te groter door de leeftijd van de uitvoerenden. Een pianist van 38 roept nog geen vraagtekens op, maar bij een zanger van 29 heb je toch even een gevoel van 'misschien kan hij zijn interpretatie beter eerst nog maar een paar jaar laten rijpen'. Dat laatste kan natuurlijk altijd nog en over enige tijd zal dat waarschijnlijk ook een 'gerijpte' benadering opleveren, maar dat maakt deze 'eerste proeve' niet minder interessant. Sterker nog: we moeten maar afwachten of de frisheid, het elan en de impulsiviteit van deze opname dan op basis van een grotere ervaring ook zodanig gecompenseerd worden, dat er een nog aantrekkelijker geheel ontstaat.

Het is het intrappen van een open deur om te stellen dat Oliemans' benadering 'jeugdigheid' bezit, maar toch is het overheersende kenmerk dat hier nu eens zwaarwichtig geÔnterpreteerd wordt vanuit een somberheid, een fatalisme en een tragiek die voortkomen uit het verliezen van alle illusies. Oliemans Winterreise straalt eerder verbazing uit, ongeloof zelfs, een gevoel van 'hoe heeft het zo ver kunnen komen?'. Als luisteraar blijf je ook een beetje het gevoel houden dat het nog wel goed kan komen en eigenlijk besef je bij Der Leiermann pas echt dat het afgelopen is.

Verbazing en de neiging om vragen te stellen kenmerken ook de toelichting die de zanger zelf bij deze cyclus schreef en die aangenaam ontdaan is van ieder pseudo-intellectualisme. Die betrekkelijke lichtheid van toon trekt Oliemans ook door naar zijn stemvoering, die bijvoorbeeld in Letzte Hoffnung zo tenoraal aandoet, dat je weer helemaal begrijpt waarom Schubert zelf de cyclus voor de tenorstem geschreven heeft.

Dat de uitvoering gekenmerkt wordt door vlotte tempi, wekt in dit kader geen verbazing, maar als een enkele keer de tijd even wordt stilgezet, zoals in een met 4'46" extreem langzame Wasserflut, komt dat ook extra hard aan. Aan de andere kant worden we verrast door menige verrassing in ritme en muzikale frasering. Ik weet niet of de jazzy achtergronden van Bert van den Brink hier doorslaggevend zijn geweest, maar het zou me niet verbazen, en dat gevoel had ik helemaal tijdens een verrassend dansant gehouden Tšuschung.

Over de gebruikte vleugel wordt geen nadere informatie gegeven, maar hier past wel een woord van kritiek. Ik weet niet of het aan het instrument ligt of aan de opname, maar de baskant zindert constant door als een 'continue bas'. Dat kan positief bijdragen aan het opmerkelijke kleurpatroon, maar op den duur krijgt het toch iets eentonigs of zelfs maniŽristisch. Het doet echter geen afbreuk aan een uitvoering die iedere liefhebber van deze cyclus naast de meest gerenommeerde uitvoering in de kast kan zetten.

Natuurlijk, Oliemans is een jonge zanger die vocaal, interpretatief en technisch nog het een en ander kan leren, en Van den Brink is bij lange na geen Höll of Riegel, maar dat doet geen afbreuk aan een uitvoering die iedere liefhebber van deze cyclus naast de meest gerenommeerde uitvoering in de kast kan zetten. En voor wie nog niet zo goed thuis is in Schuberts hoogromantiek: dit is momenteel - en zeker voor de 'minder ervarenen' - misschien wel de beste uitvoering om het werk te leren kennen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links