CD-recensie

Ten onrechte nog steeds vergeten

 

© Paul Korenhof, maart 2012

 

 
   
   
   
   
   

Schreker: Irrelohe

Roman Sadnik (Heinrich), Ingeborg Greiner (Eva), Daniela Denschlag (Lola), Mark Morouse (Peter), Mark Rosenthal (Christobald), Valentin Jar (Fünkchen), Piotr Micinski (Strahlbusch), Ramaz Chikviladze (Ratzekahl), Rafel Bruck (Anselmus), Martin Tzonev (Der Förster), Boris Beletzkiy (Der Pfarrer), Johannes Marx (Der Müller), Josef Michael Linnek (Ein Lakai), koor van Theater Bonn, Beethoven Orchester Bonn o.l.v. Stefan Blunier

MDG-Live MDG 937 1687-6 (3 sacd's)

Opname: Bonn, november 2010


Van al Schrekers opera's is Irrelohe waarschijnlijk de meest wagneriaanse, al was het maar in de thematische verstrengeling van motieven uit Der fliegende Holländer, Tannhäuser en Tristan und Isolde, waaraan de componist in zijn libretto ongegeneerd ook nog een aardige dosis andere schrijvers en componisten toevoegde. Bewust of onbewust? Dat valt moeilijk te zeggen, omdat veel natuurlijk gewoon 'in de lucht' zat. De tijd van het expressionisme (Irrelohe ging op 27 maart 1924 in Keulen in première) was nu eenmaal een ware smeltkroes van elementen uit romantiek en naturalisme, maar het dient gezegd dat Schreker daarin uitstekend zijn eigen weg wist te gaan met werken die duidelijk het geheel eigen stempel van de componist dragen.
Op dat laatste vormt Irrelohe geen uitzondering en het is mij een raadsel waarom dit werk nooit echt heeft kunnen profiteren van de belangstelling voor de Entartete Musik en andere cultuurelementen uit het interbellum. Ik werd mij daarvan weer terdege bewust toen ik in november 2010 met een aantal studenten in Bonn de generale repetitie bezocht van de voorstelling die een jaar later door MDG op cd werd uitgebracht, overigens vooral op basis van de banden die diezelfde avond gemaakt werden. Hoewel de regie niet helemaal beantwoordde aan mijn gevoel voor logica, zorgde de partituur, uitstekend verklankt door het Beethoven Orchester Bonn onder Stefan Blunier, voor een avond die mij voor de zoveelste maal overtuigde van de kwaliteiten van Schreker als operacomponist.

Het ontstaan van Irrelohe lijkt meer een kwestie van toeval dan van een bewust proces, vooral dankzij het verhaal dat Schreker ooit tijdens een nachtelijke treinreis gewekt werd door de stem van de conducteur die het station Irrelohen aankondigde. Veel boeiender is de thematiek, de bevrijding van een sexuele vloek, waarmee Schreker zich ook als persoon sterk 'wagneriaans' opstelde. Beide hadden duidelijk moeite om in het reine te komen met hun sexualiteit en trachtten dat in hun werken van zich af te schrijven. Zij kozen daarvoor ook allebei het thema van de verlossende vrouw, dat wij hier terugvinden in Eva, een Senta-achtig personage, dat uiteindelijk door haar overgave aan graaf Heinrich zowel hem als zijn geslacht bevrijd van de vloek die diens wellustige vader over zijn nakomelingen had afgeroepen.

Het door de componist geschreven libretto past helemaal in de tijd van films als Das Kabinet des Dr. Caligari van Robert Wiene (1920) en Nosferatu van Friedrich Murnau (1922). Een nietsontziende graaf heeft een meisje tijdens haar bruiloft ten overstaan van alle gasten verkracht en daarmee een vloek op zijn eigen geslacht geladen. De uit deze schanddaad geboren zoon Peter, wil trouwen met Eva, maar deze prefereert uiteindelijk Heinrich, de zoon van de graaf. Peter, die begint te beseffen dat hij eveneens een zoon van de graaf is, daagt zijn broer uit tot een tweegevecht en delft daarbij het onderspit. Tijdens de bruiloft van Heinrich met Eva valt zijn kasteel, slot Irrelohe, ten prooi aan een brand die gesticht is door de teruggekeerde bruidegom van Peters moeder. Eva verzoent hem echter met zijn lot en zijn afkomst, en overtuigt hem ervan dat het geluk ook voor hem nog is weggelegd.

De door Stefan Blumier strak en toch met een grote rijkdom aan nuances geleide voorstelling heeft - naast de Bonner Generalmusikdirektor - het Beethoven Orchester Bonn als tweede ster. In zijn economisch opgebouwde partituur (drie bedrijven van iets meer dan veertig minuten) legde de componist de grootste dramatiek ook bij zijn kleurrijke orkestpartij, die hij overigens wel zo opbouwde, dat de solisten er over het algemeen redelijk goed boven uit kunnen komen.
Op dit punt, maar ook als het gaat om de sfeer, is deze opname zonder mee rte prefereren boven de versie die de ORF in 1989 in Wenen vastlegde met de Wiener Symphoniker onder Peter Gülke, en die in 1995 door Sony werd uitgebracht. Na de voorstelling in Bonn was ik niet helemaal enthousiast over de solisten, maar vermoedelijk dankzij een subtiel spel met de microfoons komen zij hier heel wat overtuigender uit de verf. Geen uitschieters, maar wel een degelijk ensemble dat dit bijzondere werk van Schreker alle recht doet wedervaren. De SACD-uitgave beluisterde ik in conventioneel stereo en evenals bij de opname van Der Golem van d'Albert, die MDG tien maanden eerder in hetzelfde theater vastlegde, werd ik ook hier aangenaam verrast door de manier waarop de sfeer van de voorstelling in de huiskamer bleef doorklinken. Heel genereus is de presentatie: hoewel de hele opera makkelijk op twee cd's had gepast, koos MDG toch voor een uitgave op drie cd's, zodat de tweede akte niet halverwege hoefde te worden afgebroken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links