CD-recensie

Een niet echt 'Nederlands' jubileum

 

© Paul Korenhof, mei 2018

 

(R.) Strauss: Der Rosenkavalier

Camilla Nylund (Die Feldmarschallin), Peter Rose (Baron Ochs auf Lerchenau), Paula Murrihy (Octavian), Martin Gantner (Herr von Faninal), Hanna-Elisabeth Müller (Sophie), Irmgard Vilsmaier (Jungfer Marianne Leitmetzerin), Michael Laurenz (Valzacchi), Kai Rüütel (Annina), Scott Wilde (Ein Polizeikommissar), Mark Omvlee (Haushofmeister der Feldmarschallin), Morschi Franz (Haushofmeister bei Faninal), Alexander Vassiliev (Ein Notar), Robert Wörle (Ein Wirt), Yosep Kang (Ein Sänger) e.a.
Koor van De Nederlandse Opera
Kinderkoor De Kickers, Muziekschool Waterland
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Marc Albrecht
Challenge Classics CC72741 (3 cd's/sacd's)
Opname: Amsterdam, september 2015

   

In hoeverre het iets te maken heeft met het vertrek van Pierre Audi, is onbekend, maar de mededeling dat Marc Albrecht in 2020 vertrekt als chefdirigent van het NedPhO en DNO kwam niet geheel onverwacht. Het is in de operawereld nu eenmaal gebruikelijk dat chefdirigenten op zijn minst hun portefeuille aanbieden bij de komst van een nieuwe artistiek directeur. Daarbij valt te verwachten dat het beleid van Sophie de Lint iets meer Italiaans-Frans georiënteerd zal zijn dan dat van haar voorganger,

Kijken we nu terug op acht jaar Marc Albrecht, dan moeten we constateren dat de Duitse chef na een ongelukkige start met Carmen de belofte die hij in de jaren daarvoor deed met Die Frau ohne Schatten ruimschoots heeft waargemaakt. Helemaal zonder problemen ging dat overigens niet. De Duitse humor van de Meistersinger lag hem kennelijk minder en in Puccini's virtuoze Gianni Schicchi ging hij even radicaal onderuit als eerder in Carmen, maar binnen het traditionele repertoire staan daar enkele onvergetelijke voorstellingen tegenover, onder meer een prachtig uitgewerkte Parsifal, een subliem gerealiseerde Arabella en orkestraal fascinerende Tristan und Isolde. Grote troeven speelde hij eveneens uit in het modernere Duitse repertoire, ondanks zijn neiging daar soms al te zeer het dynamische uiterste te zoeken (o.a. in Wozzeck ).

Zoals hij al had bewezen met Die Frau ohne Schatten, Elektra en Arabella, lag de muziek van Strauss hem misschien wel het beste en dat demonstreerde hij eveneens met de productie van Der Rosenkavalier, waarmee DNO in 2015 zijn vijftigjarig bestaan wilde bijzetten. Visueel behoorde de productie tot de meest ridicule die ik ooit heb meegemaakt, zeker voor wie het libretto van Hofmannsthal kende of echt verstond, maar muzikaal zette Albrecht de kroon op zijn werk bij DNO. Muzikaal muntte de voorstelling uit door prachtig vloeiende en fraai golvende lijnen, orkestspel van een verfijning die juist bij deze partituur past en grote precisie in afwerking en samenspel. Het enige minpuntje was het feit dat de regie van Gloger de solisten verhinderde om daar vocaal perfect bij aan te sluiten. *)

Van de zangers kan ik mij voorstellen dat zij het heel prettig vinden als een regisseur eens 'iets anders' van hen vraagt, zeker als het gaat om rollen die zij al vele malen in traditionele ensceneringen vertolkt hebben. Als hun zang daardoor beïnvloed wordt, zal dat in de zaal ook niet zo opvallen door de combinatie met die afwijkende regie, maar zonder het toneelbeeld mis ik bij de solisten, zeker in de slotscènes van I en III en in de overhandiging van de roos, iets van de pastel- en zilverkleurige verfijning die we toch allemaal zo graag in deze muziek horen. Jammer, maar we mogen het hen niet aanrekenen. Het moet toch al razend moeilijk zijn geweest om vocaal een sfeer te suggereren die tegelijkertijd door de regisseur volledig onderuit werd gehaald en die zij dus ook niet in hun spel konden leggen. De regie ging trouwens niet alleen volledig voorbij aan de Weense sfeer en het door Hofmannsthal en Strauss centraal gestelde standsverschil, maar had ook grote invloed op de tekening van de karakters, ondanks het feit dat die in het libretto en muziek duidelijk omlijnd zijn.

Het ergste slachtoffer van Gloger's karaktermoord is natuurlijk de Marschallin, een van de boeiendste en subtielst getekende vrouwenfiguren uit de hele operaliteratuur. Op het Amsterdamse toneel werd zij een zwaar gefrustreerde onbestorven weduwe uit het Gooi die de draad in het leven enigszins kwijt scheen te zijn. Het moet voor een vertolkster erg lastig zijn om die rol overtuigend te spelen en tegelijk in haar zang een totaal ander personage neer te zetten en hoewel Camilla Nylund daarin een heel eind komt, mogen we haar niet aanrekenen dat haar vertolking niet het niveau bereikt van de echt grote vertolksters. Vocaal komt zij tot een mooi uitgewerkte prestatie, helder van timbre en met een verzorgde weergave van noten en tekst, maar kennelijk verhindert Gloger's regie haar om de subtiele schakeringen van nostalgie en noblesse uit te werken tot het niveau dat wij zo graag van een Marschallin horen.

Iets dergelijks geldt ook voor de jongensachtige Octavian van Paula Murrihy, die we het afgelopen jaar maar liefst twee keer hoorden als een terecht bejubelde Sesto in La clemenza di Tito. Met haar ronde mezzosopraan (helaas weer geen sopraan in deze rol!) zet zij ook hier een overtuigend karakter neer dat van meet af aan onze volle sympathie heeft, maar onvermijdelijk zonder het decadente randje dat Hofmannsthal de rol meegaf.

Dat decadentie en klassenverschil, essentiële elementen in Der Rosenkavalier, in deze productie buiten beschouwing bleven, was ook van invloed op de Faninal van Martin Gantner en op zijn relatie met de Ochs van Peter Rose. Beide personages gedragen zich op een bepaalde manier 'ongepast', maar het constant aanwezige standsverschil moet hier zorgen voor een verschil tussen beiden 'ordinair gedrag', en dat element ontbreekt. Wat overblijft zijn twee uitstekend gezongen en al even sterk getekende karakters zonder dat we merken dat beiden tot een andere wereld behoren.

De net niet te prille, soms zelfs al duidelijk wereldwijze Sophie van Hanna-Elisabeth Müller fladdert als een dartel vogeltje door dat alles heen en om hen heen heeft DNO een sterk ensemble opgebouwd dat maar op één punt duidelijke kritiek behoeft. Het blijft namelijk een schande dat het jubileum van de Nederlandse Operastichting, zoals het ensemble officieel heet, gevierd werd zonder één Nederlandse zanger in de solistische partijen!

Opmerkelijk aan de opname is de fraaie balans tussen de redelijk verstaanbare solisten en de breed uitwaaierende, helder vastgelegde orkestklank. De samenzang is onvermijdelijk niet altijd zo homogeen als bij diverse studio-opnamen van dit werk, maar steekt toch altijd mijlenver uit boven wat wij soms via de radio uit de Met voorgeschoteld krijgen (ik besteed daaraan aandacht in Opera Actueel van 27 mei). Jammer is het ontbreken van een tekstboek. Zo verstaanbaar zijn de zangers in deze uitvoering nu ook weer niet!

______________________
*) Aangezien het hier een cd-uitgave betreft, is het niet de plaats om diep op de regie van Jan Philipp Gloger in te gaan, maar voor wie het interesseert volgen hier wel enkele vraagtekens die ik in een ander kader naar aanleiding van deze voorstelling geformuleerd heb:
– Waarom gaat de Marschallin tijdens het ‘Lever' midden op het toneel – met veertig bezoekers in haar kamer! – ostentatief en op de grond een boek liggen lezen?
– Wat is haar relatie tot haar ‘Haushofmeister' die haar even later bemoederend, alsof zij een kind is, van de grond opraapt?
– Aan het slot van het eerste bedrijf geeft zij ‘Mohammed' de roos en daarna gebeurt er even helemaal niets, maar waarom zegt zijn dan ‘Weisst ja niet wohin' (‘Maar je weet toch niet waarheen') hoewel geen reactie van hem dat ‘ja' rechtvaardigt?
– Kort daarvoor zong zij dat zij naar de kerk zou gaan om daarna ‘Onkel Greifenklau' te bezoeken. In plaats daarvan trekt zij echter de gordijnen weer dicht en schenkt zichzelf een glas cognac in en dat is heel begrijpelijk, want door de hoge ramen zien wij dat het al nacht word? Maar sinds wanneer valt in Wenen de nacht 's ochtend vóór koffietijd?
– Dat Ochs' dienaar Leopold weet hoe hij die elektronische installatie in het huis van Faninal moet bedienen, is nog verklaarbaar: hij zal bij de voorbereiding van het feest betrokken zijn geweest. Maar hoe verklaar ik dat Ochs er doelbewust heen loopt en zonder enige aarzeling zijn walsthema intoetst, terwijl hij toch nooit eerder huize Faninal bezocht heeft?
– Waarom loopt Ochs aan het slot van het tweede bedrijf in huize Faninal in zijn onderbroek? Is dat ‘modern'? (Misschien loop ik achter, maar bij mij thuis loopt nooit een gast in zijn onderbroek!)
– Het derde bedrijf speelt duidelijk in een goedkoop bordeel, maar sinds wanneer beschikken dergelijke etablissementen over een heus ‘strijkje' dat wij niet alleen hóren, maar waarvan wij enkele leden op een gegeven moment ook zién? (Ik wist in ieder geval niet dat ik ook voor muzikaal genot op de walletjes terecht kon . . .)
– Vreemd is al dat op een gegeven moment de Marschallin zich in dat bordeel vertoont. maar hoe verklaar ik de aanwezigheid in een huis van plezier van een halve schoolklas? Mag dat tegenwoordig zomaar, terwijl kinderen voor het bezoek aan een seksfilm toch minimaal 16 of zelfs 18 moeten zijn?
– De Kommissar zegt op een gegeven moment heel beleefd tegen de Marschallin ‘Retirier mich ganz gehorsamst' (‘Ik trek mij onderdanig terug'), maar in plaats daarvan verdwijnt in het vertrek waarin Faninal zich heeft teruggetrokken. Waarom?
– En waarom komt hij aan het slot mee naar buiten om even later amicaal zijn hand op de schouder van de Marschallin te leggen met een gebaar van ‘Kom Mien, we gaan'? Wat is er gebeurd waardoor hun standsverschil opeens is opgeheven? (Gezien de entourage en de manier waarop de Marschallin zich daar probleemloos beweegt, zou je bijna denken dat hij in dat zijvertrek met haar en Faninal een triootje heeft gemaakt . . .)
Over de vraag waarom Ochs weer tot zijn onderbroek gestript moet worden en wellicht zo de straat op wordt gewerkt, zal ik het maar niet ingaan. Dat zal wel iets te maken hebben met een ‘verschil in gevoel voor humor'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links