CD-recensie
© Paul Korenhof, oktober 2022 |
Na vijf weken die vrijwel geheel gewijd waren aan de Biennale di Venezia en werken als Humperdinck's Königskinder was het hoog tijd voor iets anders. Dat werd dus Le Testament de la Tante Caroline, de luchtige operette op een wel zeer luchtig thema die Albert Roussel (1869-1937) tot veler verbazing aan het einde van zijn leven schreef. Een onwaarschijnlijk klinkende première in het Tsjechische Olornouc op 14 november 1936 was geen succes, maar na de Parijse première in de Opéra Comique op 11 maart 1937 werd de muziek alom geprezen. Het libretto leverde echter een stroom van klachten op, zelfs aan het adres van de voor culturele zaken verantwoordelijke minister. De tante Caroline uit de titel, die een immens fortuin heeft verdiend 'in het vak', blijkt dit namelijk te hebben nagelaten aan diegene onder haar drie nichten, die binnen een jaar na haar dood een nakomeling heeft geproduceerd. Van die drie nichten, die tijdens haar leven overigens hun neus ophaalden voor hun zedeloze tante, zijn er twee (Christine en Noémie) getrouwd maar nog kinderloos, terwijl de derde (Béatrice) zich heeft teruggetrokken in een klooster. Christine en Noémie doen vergeefse pogingen een nakomeling op de wereld te zetten, en als dat niet lukt proberen zij allebei, onafhankelijk van elkaar, de buit binnen te halen met een kind dat zij ergens vandaan hebben geplukt. Uiteindelijk 'wint' Béatrice echter, niet door geïntrigeer, maar haars ondanks. Zij is namelijk in het klooster gegaan als boete voor een misstap en op het laatste moment blijkt dat Noël, de chauffeur van tante Carolime, de zoon is die daaraan het levenslicht te danken heeft. Komt het u bekend voor? Mogelijk, want hetzelfde thema was ook al gebruikt door onder meer Guy de Maupassant, maar het libretto van Nino (pseudoniem van Michel Velber) straalt voldoende inventiviteit en frisheid uit om op eigen benen te staan en de muziek van Roussel tintelt en sprankelt dat het een lieve lust is. Critici als Maurice Yvain verweten Roussel dat hij zijn partituur niet had voorzien van de in een operette gebruikelijke meezingers en wijsjes die slagersjongens konden fluiten, maar wie die eis niet stelt (en een beetje overweg kan met de gesproken dialogen), ontdekt hier een klein juweeltje, vrolijk en luchtig, zelfs op het briljante af. Verder merken we weinig van dat publiek, want afgezien van een kort slotapplaus moeten we het stellen zonder de bijval na de afzonderlijke muzieknummers. Gelukkig maar, want anders had de amusante voorstelling niet op één cd gepast. Klein probleem: geen libretto beschikbaar op de site van Naxos terwijl de korte samenvatting in het cd-boekje meer de essentie van het verhaal weergeeft dan dat er sprake is van een echte synopsis. index |
|