CD-recensie

 

© Paul Korenhof, oktober 2020

Rossini: Le nozze di Teti e di Peleo
Eleonora Bellocci (Teti), Mert Süngü (Peleo), Joshua Stewart (Giove), Leonor Bonilla (Cerere), Marina Comparato (Giunone)
Górecki Kamerkoor
Virtuosi Brunensis
Dirigent: Pietro Rizzo
Naxos 8.574282
Opname: Bad Wildbad, 24 & 26 juli 2018

   

De ene uitvoering is beter dan de andere, maar ondertussen heeft het Rossini Festival in Bad Wildbad wel bijzonderheden opgeleverd die dankzij Naxos een breder publiek konden vinden. De cantate (officieel: azione semi-drammatico) Le nozze di Teti e di Peleo was ons overigens niet geheel onbekend meer en het is daarbij een klein juweeltje, gezien het jaar van ontstaan niet onbegrijpelijk. Dit opdrachtwerk voor het huwelijk van de kleindochter van de Napolitaanse koning Ferdinand IV met de Duc de Berry, ontstond namelijk in 1816, het jaar van Il barbiere di Siviglia en Otello, werken die meteen daarop gevolgd zouden worden door La Cenerentola.

Geen wonder dus dat operaliefhebbers die deze cantate voor het eerst horen, in het tijdsbestek van nog geen uur diverse malen op de punt van hun stoel zullen zitten, en niet alleen vanwege de muzikale kwaliteiten op zich. Die verrukkelijke cabaletta van de slot-aria van Almaviva uit de Barbier die Rossini een jaar later verplaatste naar La Cenerentola, blijkt hij tussendoor ook hier gebruikt te hebben als afsluiting van de aria van Ceres vlak vóór de finale.

Die cabaletta is overigens lang niet het enige fragment dat uit een andere partituur afkomstig is. Het was in de 18de eeuw heel gewoon geweest om voor dit soort gelegenheidswerkjes bestaande partituren te plunderen en Rossini ging daar vrolijk mee door. Niet alleen was hij bepaald niet de enige componist die dit deed, maar hij deed het ook beslist niet uit luiheid, zoals soms gesuggereerd wordt. En bovendien deed hij het ook nog heel wat beter dan veel van zijn collegae!

Bij Rossini werd zo'n compositie niet zomaar een lappendeken van aan elkaar genaaide stukjes, maar zoals ik al eerder constateerde, wist hij een 'geleend' fragment altijd zodanig in en aan te passen, dat het naadloos in het nieuwe geheel werd opgenomen. Een grapje voor insiders is dat hij zelfs voor het begin van de finale enkele maten leent uit een van de Florentijnse intermedii die in 1589 werden geschreven voor het huwelijk van Ferdinando de' Medici met de Franse prinses Christine de Lorraine. Of zou het toeval zijn? Ik geloof het niet.

Al met al is deze Nozze voor de liefhebber als werk interessant genoeg om te hebben en aangezien een Decca-opname onder Chailly met Cecilia Bartoli en Juan Diego Flórez niet meer leverbaar schijnt te zijn, biedt Naxos voor een schappelijke prijs een leuk alternatief. In een intieme, ietwat droge opname komt het orkest onder leiding van de met italianità dirigerende Pietro Rizzo daarbij prima uit de bus. In de klank van het Poolse koor is echter minder Italiaans overitalianità te bespeuren.

Van de jeugdige solisten klinken de sopraan Eleonora Bellocci en de tenor Mert Süngü in de titelrollen wat saai en de tenor Joshua Stewart als Jupiter komt daarbij ook een beetje kelig over. De godinnen Ceres en Juno worden echter met flair neergezet door de sopraan Leonor Bonilla en de mezzosopraan Marina Comparato, waarbij de eerste zich ook met hoorbaar enthousiasme op haar 'Cenerentola-finale' werpt.

Het begeleidende cd-boekje is een woordenbrij met een paar piepkleine pasfoto's en twee pagina's met 'advertenties' die beter gebruikt hadden kunnen worden om de tekst wat prettiger af te drukken. Het (helaas alleen) Italiaanse libretto is te vinden op de site van Naxos.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links