CD-recensie

 

© Paul Korenhof, maart 2024

Rossini: Elisabetta, regina d'Inghilterra

Serena Farnocchia (Elisabetta), Patrick Kabongo (Leicester), Mert Süngü (Norfolk), Veronica Marini (Matilde), Mara Gaudenzi (Enrico), Luis Aguilar (Guglielmo)
Cracow Philharmonic Chorus & Orchestra
Dirigent: Antonino Fogliani
Naxos 8.660538-39 (2 cd's)
Opname: Krakow, 3-4 juli 2021 & Bad Wildbad, 21 juli 2021

 

Zowel in het oeuvre van Rossini als in de Italiaanse opera is Elisabetta een sleutelwerk. Het was Rossini's eerste grote succes in Napels en tevens zijn eerste hechte samenwerking met zijn latere echtgenote Isabella Colbran, terwijl het werk in de Italiaanse operawereld de toon zette voor een lange reeks 'Engelse' opera's. Enerzijds waren die gebaseerd op de Engelse geschiedenis, anderzijds hadden ze een plot die was ontleend aan Engelse historische romans, in het bijzonder die van Walter Scott. Het libretto van Giovanni Schmidt voor Elisabetta is echter niet gebaseerd op Kenilworth van Scott, zoals zelfs vermeld wordt in ten minste één toonaangevend boek over de opera's van Rossini (die roman verscheen pas in 1821), maar op het gelijknamige toneelstuk van Carlo Federici.

Dat het werk nooit tot het grote repertoire doordrong heeft ten dele te maken met het feit dat Rossini in 1815 nog niet helemaal zijn draai had gevonden, en met het feit dat lange tijd vooral zijn komische opera's in de belangstelling stonden. Het heeft echter ook een praktische reden. Niet alleen werd de ouverture, die al was overgenomen uit Aureliano in Palmira, een jaar later door de componist nogmaals gebruikt voor Il barbiere di Siviglia, maar we horen meerdere delen uit Elisabetta in andere opera's terug. Rossini had kennelijk niet het gevoel dat hij voor de eeuwigheid schreef, maar dat we zoveel muziek uit deze toch al niet echt sterke opera ook in andere werken kunnen horen, verminderde onvermijdelijk de belangstelling voor dit werk.

Voor mijn eerste kennismaking met Elisabetta zorgde een technisch niet bepaald ideale maar muzikaal boeiende live-opname met Leyla Gencer, Margherita Guglielmi, Umberto Grillo en Pietro Bottazzo die later werd gevolgd door een ook in klank voortreffelijke lp-versie met Montserrat Caballé, Valerie Masterson, José Carreras en Ugo Benelli. Twee decennia geleden verscheen bovendien bij Opera Rara een opname met onder meer Jennifer Larmore en Bruce Ford, terwijl inmiddels ook een tweetal registratie op dvd verkrijgbaar zijn (of zijn geweest).

Wie zoekt kan dus zeker een bevredigende opname vinden en dat is wel zo prettig, want voor deze uitgave kan ik niet echt warm lopen. Het begint al met een ouverture waar geen kraak of smaak aan zit en die bovendien klinkt alsof een bundel hoge tonen is uitgefilterd. Ook later klinkt de door Antonino Fogliani routineus geleide opera minder geïnspireerd dan ik gewend ben van het festival 'Rossini in Wildbad' en toen na de ouverture het koor inzette, daalde de mijn interesse nog verder. Welke muziek in Polen is opgenomen en welke in Duitsland, wordt niet vermeld, maar de slotscène werd in ieder geval vastgelegd in Wildbad. Alleen had Naxos het daarop volgende applausje beter kunnen wegsnijden. Vooral gezien het aandeel van het koor in die finale, kan ik mij de matige bijval heel goed voorstellen.

Voor een lichtpuntje zorgen enkele solisten, en dan vooral de jeugdige, warmbloedige Leicester van de tenor Patrick Kabongo; jammer is hooguit dat zijn laagte het een keertje laat afweten. Verder horen we een degelijk gezongen titelrol van de sopraan Serena Farnocchia en een sympathieke maar niet echt opvallende Matilde van de sopraan Veronica Marini. In het lastige rolletje van Norfolk horen we Mert Süngü, in klank en voordracht een ideale tenore leggiero die echter iets te veel over Rossini's coloraturen heen glijdt.

Het cd-boekje vermeldt vol trots dat aan deze uitvoering een nieuwe editie op basis van het autograaf en de manuscripten ten grondslag ligt. Ik had die editie graag onder betere omstandigheden gehoord.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links