CD-recensie

 

© Paul Korenhof, augustus 2019

Rossini: Eduardo e Cristina
Kenneth Tarver (Carlo), Silvia Dalla Benetta (Cristina), Laura Polverelli (Eduardo), Baurzhan Anderzhanov (Giacomo), Xiang Xu (Atlei)
Camerata Bach Choir Poznan
Virtuosi Brunensis
Dirigent: Gianluigi Gelmetti
Naxos 8660466-67 (2 cd's)
Opname: 2017, Bad Wildbad (D)

   

Iets meer dan een halve eeuw geleden was Rossini voor velen niet veel meer dan de componist van drie bekende komische opera's, een Franse komedie (Le Comte Ory) en een grand-opéra (Guillaume Tell). Alleen in Italië vond ook met enige regelmaat een uitvoering plaats van een van zijn opere serie en dankzij de medewerking van met name Leyla Gencer vonden diverse daarvan op matig klinkende lp's hun weg naar verzamelaars.

Het kantelpunt werd waarschijnlijk een serie voorstellingen van Semiramide in Milaan en Venetië met Joan Sutherland en de daarop volgende Decca-opname met naast haar een adembenemende Marilyn Horne als Arsace. Tegen die tijd betrad ook Montserrat Caballé het belcanto-toneel en gedrieën hebben zij een essentiële bijdrage geleverd aan de Rossini-renaissance. Hoogtepunt daarbij werd de legendarische herontdekking van Il viaggio a Reims in een modeluitvoering onder Claudio Abbado, waarmee misschien wel Rossini's beste partituur na anderhalve eeuw aan de vergetelheid ontrukt werd.

In de decennia die volgden werd zo ongeveer iedere noot van Rossini onder het stof vandaan gehaald, waarbij we voor menige verrassing kwamen te staan. Veel daarvan zijn te danken aan het Rossini Festival in Pesaro, maar zijn kleinere broertje in Bad Wildbad, niet ver van Karlsruhe, laat zich evenmin onbetuigd. Er gaat minder geld om en de solisten zijn niet altijd van hetzelfde niveau, maar de charme van dit Duitse Rossini-festival is onweerstaanbaar.

Nog altijd wordt door beide festivals veel aandacht geschonken aan Rossini's minder bekende werken en regelmatgig leidt dat tot een uitgave op cd of dvd, zoals nu gebeurde met Eduardo e Cristina. Het probleem is echter dat we ons kunnen afvragen of dit werk in Rossini's oeuvre wel een zelfstandige plaats verdient. Eduardo e Cristina ontstond in 1819 in opdracht van het Teatro San Benedetto in Venetië, en kreeg bepaald niet de aandacht die de componist besteedde aan werken die hij voor 'zijn eigen' Teatro San Carlo in Napels schreef.

Het probleem begon toen Rossini merkte dat de productie van zijn meest recente opera voor Napels, Ermione, hem onvoldoende tijd liet voor een volledig nieuw werk. Hij besloot daarom een partituur samen te stellen die voornamelijk was opgebouwd uit delen uit Adelaide di Borgogna, Ricciaro e Zoraide en Ermione, drie opera's die bij het Venetiaanse publiek nog onbekend waren. Zijn librettisten gaf hij vervolgens de opdracht een tekst die ooit in Napels voor Stefano Pavesi was geschreven onder de titel Odoardo e Cristina, zodanig om te werken dat de tekst bij Rossini's muziekkeuze zou passen. Waar nodig werd ook nog even muziek van anderen ingelast (waaronder ook een aria van Pavesi) en Rossini hoefde daarna alleen nog hier en daar wat aan te passen, een ouverture te schrijven (wat hij eveneens deed op basis van muzikale recycling) en aan het geheel wat recitatieven toe te voegen.

Nog afgezien van het feit dat de partituur weinig origineel was, behoeft het geen betoog dat Eduardo e Cristina ook als muziekdrama geen hoge ogen gooide. De muziek was echter wel sterk genoeg om het werk in de eerste helft van de 19de eeuw behalve in andere Italiaanse steden ook uitvoeringen te bezorgen in Boedapest, Boekarest, Wenen, München, Graz, Sint-Petersburg en New York. Daarna raakte het in de vergetelheid en zelfs de Rossini-renaissance liet het werk meestal links liggen. Begrijpelijk, want driekwart van de partituur kenden we al uit andere opera's waarin de muziek meestal ook meer dramatische kracht bezat.

Tegenwoordig kijken we graag een beetje neer op de 'pasticcio' of 'centone', maar zo'n muzikale lappendeken was tot in de eerste helft van de 19de eeuw heel normaal. Men ging er pas zijn neus voor ophalen toen het romantische principe van het individueel scheppende genie de kunstwereld ging beheersen. Dat wil echter niet zeggen dat wij bij voorbaat op zo'n pasticcio moeten neerkijken, zeker niet als een man als Rossini er zelf de hand in had.

Dat Eduardo e Cristina al in 1997 in Bad Wildbad onder het stof vandaan werd gehaald, valt daarom alleszins te prijzen, al was het maar uit cultuurhistorisch oogpunt. Wel is jammer dat men, mogelijk uit misplaatst purisme, bij de concertante uitvoering uit 2017 besloot de door Rossini zelf toegevoegde aria van Pavesi weer te schrappen. Enigszins inconsequent bovendien, aangezien twee andere delen van onbekende componisten wel in de uitvoering werden opgenomen.

Gevoel voor stijl en sfeer kan niet ontzegd worden aan de levendige directie van Gianluigi Gelmetti, die in Rossini-land gezien wordt als een waardig vervanger van de kort geleden overleden Alberto Zedda. Helaas heeft hij de omstandigheden niet helemaal mee, om te beginnen door een akoestiek (of een opname) die de muziek niet helemaal de sprankeling en de helderheid verleent die men ervan zou mogen verwachten.

Bij de solisten is Kenneth Tarver als de Zweedse koning Carlo duidelijk de primus inter pares, niet alleen door zijn technisch solide zang met een elegante ornamentering en vrijwel altijd fraaie topnoten. In het aanvoelen van de belcanto-stijl springt de Amerikaanse tenor er duidelijk uit, hoewel de mezzosopraan Laura Polverelli als de legeraanvoerder Eduardo op alle punten eveneens haar mannetje staat. Hooguit zou ik haar iets meer flair en persoonlijkheid toewensen.

Geen kwaad woord ook voor de uit Kazakhstan afkomstige bas Baurzhan Anderzhanov als de Schotse veldheer Giacomo (helaas beroofd van Pavesi's aria) en de Chinese tenor Xiang Xu als kapitein van de wacht, die zich beide redelijk thuis lijken te voelen in het Italiaanse bel canto. Een tegenvaller is echter de sopraan Silvia Dalla Benetta als Carlo's dochter Cristina, uitgehuwelijkt aan Giacomo, maar in het geheim getrouwd met Eduardo. Zij werpt zich enthousiast op een rol die helaas een beetje boven haar macht ligt en zet daardoor meer druk op haar zang dan wenselijk is. Het maakt haar toonvorming niet fraaier, vooral niet in de hoogte, en werkt ook ten koste van haar aandacht voor het bel canto.

De weinig briljante opname heb ik al vermeld en zoals gebruikelijk bij Naxos gaan de cd's niet vergezeld van een libretto. In dit geval is het ook niet op de website te vinden, maar wel vond ik elders een fotografische herdruk van de Italiaanse tekst (klik hier) en van de originele tekst met een (gotische) Duitse vertaling (klik hier). Het blijft behelpen, maar iets is beter dan niets.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links