CD-recensie

Rossini in Wormsley

 

© Paul Korenhof, augustus 2014

 

Rossini: Maometto Secondo

Pail Nilon (Erisso), Sian Davies (Anna), Darren Jeffery (Maometto), Caitlin Hulcup (Calco), Christopher Diffey (Condulmiero), Richard Dowling (Selimo), Garsington Opera Orchestra and Chorus o.l.v. David Perry

AVIE AV2312 (3 cd's)

Opname: Wormsley, juni-juli 2013

   

Halverwege Londen en Oxford ligt Wormsley, vooral bekend vanwege het uitgestrekte landgoed waar (Sir) John Paul Getty cricketgronden liet aanleggen die volgens insiders tot de beste ter wereld behoren. Britser kan het bijna niet, maar zowel de in Amerika geboren miljardairszoon als zijn erfgenamen droegen ook de opera een warm hart toe. Hetzelfde geldt voor Leonard en Rosalind Ingram, die in 1989 op hun landgoed Garsington Manor bij Oxford de Garsington Opera stichtten, dat zich vooral richtte op de opera's van Rossini van wie deze instelling in de eerste 25 jaar van zijn bestaan maar liefst twaalf werken uitvoerde.
Door de plotselinge dood van Ingram zou het door hem gestichte 'tweede Glyndebourne' wellicht aan zijn einde zijn gekomen, als de Getty-familie zich er niet over had ontfermd. Als gevolg daarvan verhuisde de Garsington Opera naar Wormsley, waar in een spectaculair glazen Opera Pavillion in de heuvels van Chiltern het Garsington Festival kon worden voortgezet. Op het programma van het jaarlijkse festival stonden overigens bij lange na niet alleen opera's van Rossini. Ook werken van andere componisten, onder wie, Mozart, Haydn en Vivaldi, stonden op het programma en meerdere malen leidde dat tot gastvoorstellingen in andere theaters. Hoogtepunt daarbij was de reis die met een productie van Richard Strauss' Die Aegyptische Helena uit 2007 kon worden ondernomen naar de Metropolitan Opera in New York.

Het 25-jarig bestaan van de Garsington Opera werd luister bijgezet met de cd-uitgave van Rossini's Maometto Secondo , de productie die vorig jaar ter gelegenheid van het jubileum op de planken werd gebracht. Dat het gegeven werd aangegrepen voor een enscenering waarin het oost-west-conflict centraal stond, lag natuurlijk in de lijn der verwachting, ook als het Rossini ongetwijfeld veel meer te doen is geweest om de persoonlijke conflicten van de hoofdpersonen, ongeacht waar zij vandaan komen.
Interessanter bij beluistering van de muziek is bovendien het feit dat de componist in dit werk uit 1820 aan het experimenteren is met de conventies van het muziekdrama, waarbij hij overduidelijk afstand neemt van de ariacultuur die de opera seria ruim een eeuw lang beheerst had. Sterker nog: wellicht in geen andere serieuze opera van Rossini zitten naar verhouding zo weinig 'echte' aria's, terwijl de componist wel streeft naar muzikale structuren die de muzikale eenheid moeten versterken. Dat resulteerde hier in het befaamde, 867 maten lange 'terzettone' ('groot terzet') dat de laatste dertig minuten van het eerste bedrijf, vanaf het inleidende recitatief 'No, tacer non deggio', samensmeedt tot één muziekdramatisch geheel.

Hoewel de opera vernoemd is naar de mannelijke hoofdpersoon, de Turkse sultan Maometto, is de echte hoofdrol weggelegd voor Anna, de dochter van de Venetiaanse gouverneur van het door Maometto belegerde Negroponte. Zij is ooit in Corinthe, de vorige standplaats van haar vader, verliefd geworden op een onbekende die zij nu herkent in Maometto, maar in het daardoor ontstane gewetensconflict blijft zij uiteindelijk trouw aan haar vaderland, waarbij zij zelfs misbruik maakt van Maometto's ridderlijke opstelling tegenover haar.
De door Rossini voor zijn echtgenote Isabella Colbran geschreven rol van Anna is een van de meest 'complete' vrouwenfiguren uit het oeuvre van de componist en een voorloopster van Bellini's romantische heldinnen. Hoewel Colbran in 1820 technisch al op haar retour was, vereist de rol naast fraaie legatolijnen en een intense frasering nog altijd een virtuositeit waaraan slechts een beperkt aantal sopranen kunnen beantwoorden. De Amerikaanse sopraan Sian Davies blijkt technische echter tegen vrijwel alle eisen opgewassen, maar wel wordt haar vertolking soms ontsierd door een wat scherpe hoogte. Bij de Britse basbariton Darren Jeffery horen we echter een omgekeerde tendens. Zijn hoogte is prachtig en zijn doorleefde frasering geeft een weldadig reliëf aan de titelrol, maar hij is niet altijd opgewassen tegen de fiorituren die Rossini's partituur van hem vraagt, terwijl zijn weinig imposante laagte mij doet vermoeden dat hij uiteindelijk toch meer een bariton dan een bas is.

De ervaren en duidelijk autoriteit uitstralende lyrische tenor Paul Nilon maakt van Anna's vader Erisso een krachtige vocale peiler onder deze uitvoering en ik heb eveneens met veel plezier geluisterd naar de mezzosopraan Caitlin Hulcup in de travestierol van de Venetiaanse generaal Calbo, door Erisso uitgekozen als echtgenoot voor zijn dochter. Haar timbre is een beetje aan de lichte kant, maar zij gooit zich met veel aplomb in een rol die wat mij betreft best wat groter had mogen zijn.
David Parry, lange tijd de vaste dirigent van Opera Rara, zorgt voor een stilistisch verantwoorde verklanking waarbij hij goed respons krijgt van het adhoc-orkest, maar het aandeel van het (amateur-?)koor blijft daarbij wat achter. Ook had ik de opname graag een fractie voller en warmer gehoord. De presentatie als een boekje met harde kaft is echter bijzonder aantrekkelijk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links