CD-recensie

 

© Paul Korenhof, december 2005

 

Pfitzner: Das Christelflein.

Marlis Petersen (Christelflein), Martina Rüping (Christkindchen), Kevin Connors (Frieder Gumpach), Christian Bauer (Jochen), Michael Volle (Knecht Ruprecht), Andreas Hörl (Herr von Gumpach), Friedemann Röhlig (Tannengreis), Richard Salter (Franz), Andrea Sokol (spreekstem).
Tölzer Knabenchor, Münchner Rundfunkorchester o.l.v. Claus Peter Flor.

CPO 777 155-2 (2 cd's)


Heinrich Pfitzners operaatje biedt anderhalf uur charmant en welluidend muzikaal vermaak over een klein kerstengeltje dat nog niets begrijpt van de grote mensenwereld (of van de grote-mensenwereld, want zo'n streepje zorgt wel voor een betekenisverschil - dat begrijpt iedereen, alleen de Nederlandse Taalunie niet). Vooral door een wel heel grote naïveteit heeft dit werkje zich echter geen vaste plaats op het repertoire kunnen verwerven, zelfs niet in de schaduw van Humperdincks Hänsel und Gretel, waarop menig Duits ouderpaar nog graag zijn kinderen met Kerstmis trakteert. Daarvoor mist de gezapig voortkabbelende partituur werk de sprankeling en de muzikale dramatiek, mogelijk doordat het van oorsprong als toneelstuk met muziek.in München in première ging (1906).

Wellicht had Pfitzner toen de hoop dat een meer 'volwassen' opzet het werk beter levensvatbaar zou maken, maar ook de opera (met gesproken dialogen), die in 1917 in Dresden in première ging, hield niet stand. Het werk was nog steeds te zoetelijk en ook een goede concertante uitvoering, waarin de dialogen vervangen werden door uiterst summiere tussenteksten, vermag het werk niet van de grond te krijgen. Het blijft allemaal te lief en de charme moet daarmee vooral komen van de muzikale kwaliteiten van de uitvoering.

Dat is Claus Peter Flor wel toevertrouwd en met een betrekkelijk jong solistenteam verzorgde hij in december 2004 enkele uitvoeringen in de Philharmonie am Gasteig in München, waar CPO toen microfoons ophing om het geheel op cd uit te brengen. Een welkome aanvulling van de catalogus en een leuke uitvoering met uitermate verzorgd en sfeervol orkestspel en met frisse en charmante stemmen. De overtuigendste prestaties komen daarbij van Martina Rüping, die we onlangs nog in Rotterdam hoorden tijdens het Gergiev Festival, en Marlis Petersen, de opmerkelijke Lulu van de Hamburgse Staatsopera tijdens het afgelopen Holland Festival. De vergelijking met een opname uit november 1979 van de Bayerische Rundfunk valt echter uit in het voordeel van de oudere opname, die enkele jaren geleden door Orfeo werd uitgebracht (C 437 992 I).

De beide dirigenten (Kurt Eichhorn op Orfeo) houden elkaar in evenwicht, opnametechnisch 'wint' CPO door een grotere helderheid, maar het oudere solistenteam met Helen Donath in de titelrol en verder onder anderen Janet Perry, Alexander Malta, Nikolaus Hillebrand en Claus H. Ahnsjö brengt aanzienlijk meer expressiviteit en vocale persoonlijkheid mee. Het grootste pluspunt bij Orfeo is echter - hoe vreemd het ook moge klinken - de verteller Alois Fink, die het werk met volwassen rust benadert. De tussenteksten van Andrea Sokol zijn dermate mierzoet, dat een fondantkransje daarnaast een hartig borrelhapje lijkt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links