CD-recensie

Onverslijtbare bariton

 

© Paul Korenhof, december 2014

 

Leo Nucci - Kings and Courtiers

Verdi: Rigoletto ' Cortigiani' - Il trovatore 'Il balen' - Nabucco 'Dio di Giuda' - Attila 'Dagli immortali vertici' - I due Foscari 'O vecchio cor' - L'esule - La traviata 'Di Provenza' - Tre preghiere (La preghiera del poeta - Sgombra, o gentil - Invocazione a Maria Addolorata) - Les vêprres siciliennes 'In braccio alle dovizie' - Un ballo in maschera 'Eri tu' - Don Carlos 'O Carlo, ascolta' - Macbeth 'Mal per me'.

Leo Nucci (bariton), Paolo Marcarini (piano en arrangementen), Italian Opera Chamber Ensemble

Opus Arte OA CD9026 D

Opname: Piacenza, 2014

   

Of we Leo Nucci nu zien als een 72-jarig vocaal wonder of als éénoog die koning is in het land der blinden, het feit blijft dat hij op dit moment met afstand de meest authentieke bariton is voor het Verdi-repertoire. Toch is ook hij geen echte 'Verdi-bariton' zoals Mattia Battistini, Lawrence Tibbett, Giuseppe Taddei, Ettore Bastianini of Leonard Warren. Daarvoor mist hij in zijn middenstem dat brede bronzen timbre dat bijvoorbeeld een lang crescendo op Rigoletto's 'Pietà!' in 'Cortigiani' zo effectvol kan maken. Typerend is ook dat Nucci - althans bij mijn weten - nooit Falstaff heeft gezongen. De eerste keer dat ik hem hoorde, was dat wel in Falstaff, in de befaamde voorstellingen die Giulini in 1982 in Covent Garden dirigeerde, maar in de 'lyrische' rol van Ford tegenover de titelrol van Renato Bruson. De overstap van Ford naar Falstaff, een weg die Tibbett, Warren en vele anderen met veel succes hebben gemaakt, werd nooit een kantelpunt in Nucci's carrière.

Een groot deel van Nucci geleidelijk opgebouwde faam als 'Verdi-bariton' is ongetwijfeld zijn eigen fascinatie voor dat repertoire. Al heel vroeg begon hij te studeren op de grote baritonrollen uit Verdi's opera's en na Luna, Don Carlo di Vargas en Germont begon hij al redelijk snel aan Rigoletto, Nabucco, Macbeth en Renato de rollen die uiteindelijk de kern van zijn repertoire zouden gaan vormen. Wat hij daarbij aan vocale allures te kort kwam, wist hij intelligent te compenseren met zijn dictie, zijn spel en zijn gevoel voor het dramatisch effect dat hij met kleuren en dynamische schakeringen in Verdi's melodische lijnen kon bereiken.
Zelf heb ik aanvankelijk wat sceptisch tegenover gestaan tegenover deze exploratie van het Verdi-repertoire, maar met de Rigoletto's en de Nabucco's die ik Nucci de afgelopen twintig jaar heb horen zingen, heeft hij mij ruimschoots overtuigd. Een echte Macbeth vind ik hem nog steeds niet, daarvoor klinkt hij te 'Italiaans direct en te weinig 'shakespeareaans broeierig', maar zijn Rigoletto en zijn Nabucco fascineren mij behalve door zijn zang vooral door zijn identificatie met het personage .

De onderhavige cd beidt een staalkaart aan Verdi-zang met lyriek en dramatiek, meer introverte en meer extraverte aria's, alle gezongen met groot gevoel voor het individuele karakter van iedere rol. De grote lyrische kracht van Nucci horen we bovendien ín zijn samenwerking met de pianist Paolo Mancarini in vier van Verdi's liederen die de cd voor de verzamelaar extra interessant maken, en die misschien nog meer dan de opera-aria's Nucci's fraseringskunst laten horen. De 'Tre preghiere' (Drie gebeden) vormen overigens geen door Verdi als zodanig geschreven cyclus, maar werden door zanger en pianist samengevoegd, waarbij voor het derde gebed, Invocazione a Maria Addolorata, door Nucci op basis van het gebed van Gretchen uit Goethe's Faust een nieuwe vertaling werd gemaakt in plaats van de vertaling van Balestra die Verdi in 1838 op muziek zette.

Extra bijzonderheid is dat de opnamen, gemaakt in de Sala dei Teatini van het Teatro Municipale van Piacenza, de bariton niet laten horen met orkestbegeleidingen, maar met een instrumentaal ensemble, bestaande uit een piano, twee violen, een altviool, een cello en een harp. Voor deze gelegenheid (en een tournee met dit programma) werden speciale arrangementen vervaardigd door pianist Paolo Marcarini die niet alleen de begeleiding omwerkte, maar in enkele gevallen ook uit de rest van de partituur putte (vooral uit de ouvertures of voorspelen) voor een sfeerrijke introductie. Met zijn arrangementen schiep hij enerzijds een instrumentale ondergrond vol opmerkelijke kleuren en nuances, terwijl het bescheiden instrumentarium de inmiddels toch 72-jarige zanger de mogelijkheid bood om het vocaal iets rustiger aan te doen. Bij Nucci was dat niet aan dovemansoren gezegd: de energie die hij nu niet in zijn stem hoeft te leggen, gebruikt hij optimaal in zijn voordracht, die daardoor bovendien fraai aansluit bij de kamermuzikale begeleidingen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links