CD-recensie

Ook sopranen worden ouder

 

© Paul Korenhof, september 2013

 

Anna Netrebko - Verdi

Verdi: Macbeth 'Nel dì della vittoria… Vieni! t'affretta… Or tutti sorgete' - 'La luce langue' - 'Una macchia è qui tuttora' - Giovanna d'Arco 'Qui! Qui, dove più s'apre'… O faticida forreste' - I vespri siciliani 'Arrigo! Ah, parli a un core' - 'Mercé, dilette amiche' - Don Carlo 'Tu che la vanità' - Il trovatore 'Vanne, lasciami… D'amor sull'ali rosee… Miserere… Tu vedrai che amore in terra'

Anna Netrebko (sopraan), Rolando Villázon (tenor) Teatro Regio Torino o.l.v. Gianandrea Noseda

DG 479 1052

Opname: Turijn, juli en december 2012

* * *

Lucia Aliberti - Early Verdi Arias

Verdi: I vespri siciliani'Mercé, dilette amiche' - I masnadieri 'Tu del mio Carlo… Carlo vive?' - Alzira 'Da Gusman, su fragil barca… Nel'astro che più fulgido' - Attila 'Allor che I forti coroni… Da te questo or m'è concesso' - Aroldo 'Ah! dagli scanni eterei… Ah, dal sen di quella tomba' - I Lombardi 'Se vano è il pregare … I vinti sorgono' - Giovanna d'Arco 'Sempre all'alba ed alla sera' - Un giorno di regno 'Non san quant' io nel petto… Non vo' quell vecchio' - La battaglia di Legnano 'Quante volte… A frenarti, o cor nel petto' - Ernani 'Ernani, involami… Tutto sprezzo che d'Ernani' - I due Foscari 'Tu al cui sguardo onnipossente… O patrizi, tremate' - Macbeth 'Si colmi il calice'.

Lucia Aliberti (sopraan), Orchestra Sinfonica e Coro Sinfonico di Milano Giuseppe Verdi o.l.v. Oleg Caetani

Challenge Records CC72589

Opname: Milaan, juli 2008

 
 

Anna Netrebko
Al enige tijd verbaasde ik mij over de aankondiging dat de nog altijd in lieftalligheid en poezeligheid grossierende Anna Netrebko volgend jaar in München Lady Macbeth gaat zingen. Dat kon eenvoudig geen pr-stunt zijn en dus wachtte ik met spanning op deze cd met voorproefjes, daarbij voor lief nemend dat solisten tegenwoordig muziek al vastleggen voordat zij er op het podium in gegroeid zijn. Publicitair werkt dat meestal wel goed, artistiek is er het een en ander op aan te merken, maar het is nu eenmaal een gang van zaken die vooral de grote labels graag hanteren, al was het maar om van een grotere verkoop te profiteren tijdens en meteen na de eigenlijke uitvoeringen.
Zeker bij een rol als Lady Macbeth kunnen we ervan uitgaan dat een mogelijke opname na een intensieve repetitieperiode met een regisseur en een dirigent meer inzicht en verdieping zou opleveren, maar in dit geval is het wel interessant te horen wat ons te wachten staat en dat liegt er niet om. Zelfs als de opnametechnici een beetje gemanipuleerd hebben en de stem van Netrebko 'groter' weergeven dan die in werkelijkheid klinkt, is het resultaat nog alleszins verrassend. Hier krijg ik voor het eerst de indruk dat ik 'de echte Netrebko' hoor, een echte operastem met dramatisch potentieel en geen poezelig geluid als illustratie bij de door DG in omloop gebrachte foto's en videoclips.

Tot nu toe was Netrebko voor mij niet meer dan een 'mooie' lyrische sopraan die veel van haar bewonderaars te danken had aan haar uiterlijk en de daarop gebaseerde pr-machine, maar die in expressiviteit grote overeenkomsten vertoonde met een etalagepop. Dat leek in deze visueel ingestelde tijd echter niemand te horen, zeker niet in Nederland, waar ooit een Edison werd toegekend aan haar opname van La traviata. Waarschijnlijk had de deskundige jury nooit de opnamen van Maria Callas, Renata Scotto of Montserrat Caballé beluisterd, en kennelijk viel ook niemand op dat voor de routinematig dirigerende Carlo Rizzi kennelijk maar één ding van belang was: het DG's kostbare stersopraan zo veel mogelijk naar de zin maken, bijvoorbeeld door schaamteloos bij de tweede strofe van 'Libiamo' zijn tempo aan haar behoeften aan te passen.

De hele pr-machine van DG rond Netrebko hanteert nog altijd de uitstraling van 'het meisje van hiernaast dat het zo ver geschopt heeft', maar sommige van haar vertolkingen in het belcantorepertoire (met name Giulietta in I Capuleti ed i Montecchi en Anna Bolena) gaven mij al de indruk dat de zangeres tot meer in staat was dan zij vooralsnog liet horen. Haar nieuwe cd met Verdi-aria's bewijst niet alleen dat haar stem gegroeid is, maar ook dat haar gevoel voor dramatiek haar heeft laten evolueren naar 'volwassen' rollen. Natuurlijk staat zij daarbij aan het begin van een nieuwe fase en is zij nog niet helemaal opgewassen tegen een vergelijking met Maria Callas of Renata Scotto (om mij te beperken tot twee legendarische Violetta's), maar het begin is er.
Wel krijg ik de indruk dat zij met een toegewijde en sensitieve operadirigent als Tullio Serafin of Claudio Abbado een nog veel indrukwekkender Verdi-recital had kunnen neerzetten dan hier het geval is. Technisch staat Gianandrea Noseda beslist zijn mannetje, maar hij kan soms door de muziek denderen met de subtiliteit van een op hol geslagen rinoceros. Daaronder lijden niet alleen fragmenten waarvan de sfeer bepaald wordt door felle dramatiek of sterke ritmiek, waarbij hij bovendien niets weet aan te vangen met de wisselwerking tussen zangstem en koor in 'Mercé, dilette amiche'.

Eerlijk is eerlijk: zo erg als bij de Lucia di Lammermoor die Noseda in 1998 in de Zaterdag-Matinee dirigeerde, is het hier niet, maar vooral zijn lyriek blijft problematisch. Mee-ademen met de zangers is bovendien bepaald niet zijn sterkste punt, laat staan dat hij toekomt aan het stimuleren van fraseringen. 'Arrigo! Ah, parli a un core' laat hij verzanden in een gebrek aan expressie en 'Tu che la vanita' wordt een eenzame strijd van Netrebko om het beeld van de gedesillusioneerde Elisabetta voor ons op te roepen. Zij staat daarin alleen en mist bovendien de ervaring met deze muziek met onder meer het gevolg dat alle noten met dezelfde dynamiek ook dezelfde kleuring krijgen, wat dit boeiende vrouwenportret tot een monochroom canvas dreigt te maken.
De beste delen van deze cd zijn de aria uit Giovanna d'Arco, de opera die zij dit jaar in Salzburg zong, en de grote scène uit het derde bedrijf van Il trovatore. Deze Leonora past haar vocaal kennelijk als een handschoen en sluit in dramatiek aan bij de huidige fase van haar ontwikkeling, waardoor zij zowel in het recitatief als in 'D'amor sull'ali rosee' in kleuring en frasering tot een uitstekend resultaat komt. Jammer dat Noseda daarin weer niet met haar meegaat ren als even later in het 'Miserere' Rolando Villázon zelf zijn kansen grijpt, horen we hoe dat Verdi's muziek van het ene moment op het andere op een (nog) hoger niveau kan brengen. Het lijkt trouwens of Netrebko daar goed naar haar partner luistert, want de cabaletta 'Tu vedrai' spettert even later de luidsprekers uit.

Lucia Aliberti
De veertien jaar oudere Siciliaanse sopraan Lucia Aliberti debuteerde in 1978 in Spoleto in La sonnambula en specialiseerde zich van meet af aan in het 19de-eeuwse bel canto. Een spectaculair debuut als Lucia di Lammermoor aan de Deutsche Opera Berlin in 1983 werd het begin van een carrière waarin zij vooral in Duitsland zou uitgroeien tot een belcantoster die - ook door een door haarzelf gecultiveerde stemklank - door menigeen werd beschouwd als de opvolgster van Maria Callas. Elders was haar faam minder groot, hoewel zij bij liefhebbers over de gehele wereld bekend stond als een van de laatste grote belcantospecialisten die Italië heeft voortgebracht.
Tegelijk beperkt die specialisatie haar populariteit. Van 'gewone' operasolisten (de rond haar opgebouwde mediahype plaatst Netrebko in een andere categorie) wordt verlangd dat zij een breed repertoire opbouwen en niet dat zij zich beperken tot een handvol belcantorollen, tenzij zij daarmee de Met aan hun voeten kunnen krijgen. Wie nu in Europa carrière wil maken, moet bij voorkeur rollen vertolken in werken die regisseurs interessant vinden en daartoe behoren zeker niet de opera's van Bellini, de eveneens op Sicilië geboren componist die door de jaren heen in Aliberti een groot pleitbezorgster heeft gevonden. Zijn werken worden door menige regisseur zelfs niet eens serieus genomen, laat staan een zangeres die het als haar roeping ziet die opera's te propageren en rollen te vermijden die haar stijlgevoel en haar vocale flexibiliteit zouden kunnen aantasten.

Vanaf de eerste keer dat ik Aliberti in het theater hoorde (L'elisir d'amore - Brussel, 1985) was ik onder de indruk van haar techniek en haar integere zangstijl, die geheel gericht leek op trouw aan de partituur. De overeenkomsten met de 'Callas-klank' hebben mij ook in rollen als Norma en Lucia nooit gestoord, maar wel werden zowel haar zang als haar interpretaties in mijn oren soms te eenkleurig, en paradoxaal genoeg juist door haar aandacht voor haar techniek.
Zeker bij Bellini dient een perfecte techniek niet als demonstratie van technische perfectie, maar om een maximale schakering in kleuring en frasering mogelijk te maken. Bij Aliberti kreeg ik echter de indruk dat zij haar vertolkingen ondergeschikt maakte aan haar techniek waardoor die iets mechanisch krijgt, ten koste van kleuring en de schijn van spontaneïteit. In het theater en bij een complete opera val dat minder op, maar bij haar recitals werd ik soms bekropen door een gevoel van eentonigheid.

Ter gelegenheid van het Verdi-jaar komt Aliberti nu met een afwisselend en voor de liefhebber bijzonder aantrekkelijk recital met overwegend minder bekende aria's, op twee na alle uit de periode vóór Rigoletto. Bij deze 'jonge Verdi' past echter iets meer vuurwerk dan we hier horen en ik ben er niet zeker van wat precies de oorzaak is waarom het vaak een beetje mat klinkt. Of beter: de belangrijkste oorzaak, want er zijn er twee. Aan de ene kant heeft het timbre van Aliberti inmiddels toch wel aan glans ingeboet en hoewel zij haar fiorituren nog uitstekend weet te realiseren, wordt haar zang toch gekenmerkt door een zekere voorzichtigheid.
Aan de andere kant ontsteekt dirigent Oleg Caetani ook niet bepaald veel vuurwerk. Zijn directie is terughoudend met soms iets te lage tempi, onder andere in de aria uit I Lombardi, en weinig dramatische accenten, zeker in het drinklied van Lady Macbeth. Of Caetani dit doet in een poging zijn soliste ter wille te zijn (dan wel haar agent die deze cd produceerde), of dat deze benadering zijn eigen opvattingen weerspiegelt, wordt niet duidelijk. Een feit is echter dat hij er daardoor niet in slaagt Aliberti te inspireren tot de vocale dramatiek waar Verdi om vraagt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links