CD & DVD-recensie

Il ritorno di Poppea in Salisburgo

 

© Paul Korenhof, september 2019

Monteverdi: L'incoronazione di Poppea

Sonya Yoncheva (Poppea), Kate Lindsey (Nerone), Stéphanie d'Oustrac (Ottavia), Carlo Vistoli (Ottone), Renato Dolcini (Seneca), Ana Quintans (Virtù, Drusilla), Marcel Beekman (Nutrice, Famigliare I), Dominique Visse (Arnalta), Lea Desandre (Amore, Valletto), Tamara Banjesevic (Fortuna, Damigella), Claire Debono (Pallade, Venere), Alessandro Fisher (Lucano, Soldato I, Tribuno, Famigliare II), David Webb (Liberto, Soldato II, Tribuno), Padraic Rowan (Littore, Console I, Famigliare III), Virgile Ancely (Mercurio, Console II)
Needcompany, Sarah Lutz (solo)
BODHI PROJECT
SEAD Salzburg Experimental Academy of Dance
Les Arts Florissants
Dirigent: William Christie
Regie, toneelbeeld, choreografie: Jan Lauwers
Kostuums: Lemm&Barkey
Harmonia Mundi HAF 8902622-24 (3 cd's + dvd)
Opname: Salzburg, augustus 2018

   

Nog altijd wekken moderne critici de indruk dat Pierre Audi de opera's van Monteverdi in Nederland op de kaart heeft gezet. Lang voor diens komst naar Nederland waren voorstellingen van L'incoronazione di Poppea en La favola d'Orfeo echter al hoogtepunten in de programmering van Hans de Roo en ook de muzikale basis voor Audi's regiedebuut met een spectaculaire Il ritorno d 'Ulisse in patria was al in die periode gelegd.

De door Alan Curtis, Gustav Leonhardt en Filippo Sanjust verzorgde L'incoronazione di Poppea die ik in 1971 in de Koninklijke Schouwburg zag, sloeg zelfs in als een bom. Een buitenlandse recensent schreef dat het publiek na afloop jubelde alsof Verdi's Il trovatore was uitgevoerd met de vier beste zangers die op dat moment te vinden waren. Die voorstelling staat ook nog altijd op mijn netvlies en delen kan ik zelfs nog in mijn gehoor terugroepen. Dat geldt in het bijzonder voor de dood van Seneca met de bas Pieter van der Berg in misschien wel zijn allermooiste vertolking, voor de onvergetelijke Arnalta van Michel Sénéchal en voor de bijdragen van Marco Bakker en Philip Langridge in enkele ondersteunende rollen. (Kennelijk maakten de vrouwen toen op mij minder indruk . . .)

Harnoncourt
Ruim twintig later zag ik Langridge in Salzburg terug als Nero en ook die productie, geleid door Nikolaus Harnoncourt, staat in mijn geheugen gegrift. Bij diverse fanatieke aanhangers van het 'authentieke musiceren' viel die uitvoering verkeerd, vooral door de omvang van het begeleidende Concentus Musicus en de bezetting van Nero met een tenor, maar ik voelde mij er heel wel bij. Om te beginnen zou in het Großes Festspielhaus een kleiner instrumentarium wellicht te dun hebben geklonken, iets wat later drie maanden later bevestigd werd met de steriele productie die Audi met Christophe Rousset bij DNO presenteerde.

Natuurlijk is een tenor-Nero door zowel zijn klank als de transpositie verder verwijderd van een castraat dan een mezzosopraan of countertenor, maar de fenomenale creatie van Langridge was wel een hoofdstuk apart. Zijn Nero was huiveringwekkend sluw, immoreel en karakterloos, en daarbij sterk erotisch geobsedeerd. De combinatie van dat alles met de betoverende Poppea van Sylvia McNair (als toeschouwer moest je Nero op dit punt onwillekeurig gelijk geven) en de suggestieve regie van Jürgen Flimm leverde een voorstelling met een ongekende sensuele spankracht op.

Die Salzburger Poppea met verder o.a. Marjana Lipovsek, Jochen Kowalski en Kurt Moll, was meer dan alleen maar een van de fascinerendste voorstellingen die ik ooit meemaakte. Die avond werd ik mij er ook van bewust dat Monteverdi's Poppea behoort tot de beste opera's die ons zijn overgeleverd. Of moet ik zeggen 'de' Poppea van Monteverdi en Cavalli'? Ik heb het idee dat niet alleen het libretto van Busenello maakt dat ik dit werk prefereer boven Orfeo en Ulisse, maar ook de (vermoedelijke) finishing touch van Cavalli, wat met 'Pur ti mira' misschien zelfs letterlijk kan worden opgevat. (Regelmatig bekruipt mij daarnaast het gevoel dat met name Drusilla essentiële passages aan hem te danken heeft.)

Jubileumuitgave
Bij het 40-jarig bestaan van Les Arts Florissants verzorgde William Christie vorig jaar een nieuwe Salzburger productie, ditmaal in het kleinere Haus für Mozart. Ter gelegenheid van dat jubileum bracht Harmonia Mundi de productie uit op drie cd's in een fraai maar niet altijd even makkelijk leesbaar boekwerk met als extraatje een dvd met een videoregistratie van de voorstelling.

Daarbij valt op dat het een andere registratie betreft dan vorig jaar op medici.tv te zien was. De verschillen in cameravoering, tempo, de bewegingen van de personages en de hoeveelheid zichtbaar bloot zijn klein maar onmiskenbaar. Een duidelijker verschil is zichtbaar in het spel van Poppea en voor mij komt haar personage in de registratie voor medici.tv zelfs sterker over.

De productie zelf verschilt aanzienlijk van die uit 1993. Om te beginnen maakt het Haus für Mozart een andere muzikale benadering wenselijk dan het Großes Festspielhaus en dat beantwoordde Christie met een kleiner 'orkestje' maar een relatief groot continuo. Het resultaat houdt het midden tussen de bredere, theatraal gerichte aanpak van Harnoncourt en het precieus-ielige klankspectrum van Rousset in Amsterdam. De levendigheid en de instrumentale kleurenrijkdom maken de voorstelling echter muzikaal en dramatisch minstens zo effectief als die van Harnoncourt, toen precies een kwart eeuw eerder.

Voor de bezetting van de hoofdrollen bleef Christie dichter bij de intenties van Monteverdi door de mezzosopraan Kate Lindsey, een zangeres met een licht en helder timbre, te casten als een Nero die op de eerste plaats een jonge minnaar is. Waarom de regie haar in kostumering (elegante broekpakken en lang sluik haar) zo vrouwelijk maakte, soms eerder een verleidelijke Poppea dan een verleide Nero, is mij een raadsel. Of behoort regisseur Jan Lauwers tot de mensen voor wie een broek per definitie mannelijk is?

Sonya Yoncheva zingt en speelt een mooi vrouwelijke Poppea, maar is minder de geraffineerde verleidster dan Sylvia McNair (nog steeds te horen in de opname onder Gardiner) of een latere vertolkster als Danielle De Niese. Een absoluut winstpunt is daarentegen de nobele Ottavia van Stéphanie d'Oustrac en als ik Nero was geweest, was de voorstelling misschien anders geëindigd!

Opmerkelijke vertolkingen komen eveneens van de bas Renato Dolcini als een jonge maar welluidende Seneca, van de tenor Marcel Beekman als een subtiele Nutrice en van de sopraan Ana Quintans als een Drusilla die in stem en spel dicht in de buurt van een mooie Poppea komt. Opmerkelijk is Lea Desandre als een leuk gekarakteriseerde Amore, mooi contrasterend met de bijna te realistische Valletto van dezelfde sopraan. Arnalta is een kolfje naar de hand van countertenor Dominique Visse en als zijn laatste solo geen maximaal effect bereikt, is dat wellicht te wijten aan het feit dat het regie-gedoe eromheen hem verleidt tot enig chargeren.

Hopelijk nooit weer
Tot slot daarom enkele opmerkingen over de enscenering, al moet de bijgevoegde dvd gezien worden als toegift en niet als reden om deze uitgave aan te schaffen. Het videogeluid illustreert dat met slechts 192 kbps, voldoende voor een gemiddelde televisie, maar niet op het niveau van de prachtig heldere cd's, die in de klank meer diepte laten horen. (Voor de goede orde: ik speelde beide media op dezelfde installatie af.)

In een interview schijnt de Belgische regisseur Jan Lauwers te hebben verklaard dat L'incoronazione di Poppea de enige opera is die hij zou willen regisseren. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. Waar het de zingende personages betreft zet hij nog wel een boeiende voorstelling neer, maar hij verzint er zoveel omheen dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Dansers dansen en figuranten figureren dat het een lieve lust is - en kennelijk ook met de nodige lust. Kleding en ontkleding wisselen elkaar af in diverse stadia waarbij er ook nog regelmatig wordt gecopuleerd, gemoord en nog zo het een en ander.

Gelukkig zoemt de camera voortdurend in op de handelende personen (zeker in de officiële dvd-versie), hoewel we nog steeds veel overbodig gedans, gewriemel en ge-weet-ik-wat-allemaal te zien krijgen. Irritant dieptepunt is een constant ronddraaiende figuur midden op het toneel die niets met de handeling te maken heeft. Die menselijke draaitol wordt wel regelmatig vervangen - en begrijpelijk: ik word al tureluurs als ik ernaar kijk, laat staan dat je zelf steeds moet staan ronddraaien!

Het lijkt me dat het publiek in Salzburg gek geworden moet zijn van al dat gedoe, waarvan gelukkig op de meegeleverde dvd minder te zien is dan tijdens de uitzending van medici.tv. Een ander nadeel is dat de wel duidelijk overdachte personenregie vooral individueel is met weinig helderheid in de interactie, ook al doordat de personages zich regelmatig rechtstreeks tot het publiek richten. Het toneelbeeld, een nu eens kleurige, dan weer gevlekte toneelvloer met soms onbegrijpelijke videobeelden, verleent aan het drama evenmin veel kader.

Kwaliteitsverschil
Als geheel dus een bijzondere uitgave waarop weinig aan te merken is, maar voor hifi-fanaten nogmaals een waarschuwing. Het draait om de cd's en de klank daarvan is dan ook superieur aan die van de dvd (mp3 met 192 kbps), die daarbij een framegrootte heeft van 720x480 (bij medici.tv 1280x720). Bovendien laat de dvd in de zang van Seneca aan het begin van het tweede bedrijf een lelijke overgang naar de tweede laag horen; een ander minpunt bij de dvd is de niet altijd logische track-indeling.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links