CD-recensie

© Paul Korenhof, oktober 2007


Mahler: Das klagende Lied (oorspronkelijke versie).

Alessandra Marc (sopraan), Susanne Resmark (mezzosopraan), Arnold Bezuyen (tenor), Andreas Schmidt (bariton), Alexander Kalbitz (jongenssopraan), Georg Drexel (jongensalt), Groot Omroepkoor, Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

Quattro Live QL 2007-01

Live-opname: 3 september 2005


Voor een platenverzamelaar van de oude stempel is de aanduiding 'QuattroLive' op de voorzijde van het cd-mapje (geen saai plastic doosje dit keer) even schrikken. Zal de een of andere onverlaat toch proberen om dat afgrijselijke quadrofoniesysteem nieuw leven in te blazen? Gelukkig valt het mee. Het is een van de variaties op het getal 'vier', waarmee het Hilversumse omroepbedrijf bij gebrek aan echte originaliteit alles mee wil aanduiden wat met Radio 4 te maken heeft (en laten we eerlijk zijn: het is in ieder geval beter dan het nog veel flauwere Klara-gedoe van de BRT).

Een betere opening van deze nieuwe, door de NPS geproduceerde cd-reeks is overigens nauwelijks denkbaar. Niet alleen omdat we ondanks de groeiende waardering voor Das klagende Lied nog altijd niet overvoerd zijn met opnamen van de oorspronkelijke driedelige versie, maar ook omdat voor Jaap van Zweden nauwelijks een beter werk denkbaar was om zijn visitekaartje als chefdirigent van de radio-orkesten af te geven. Zijn grote affiniteit voor Mahler, die vanaf het eerste moment de rode draad in zijn dirigentencarrière werd, stoelt niet alleen op zijn eigen ervaringen met de talloze uitvoeringen die hij als concertmeester meemaakte onder dirigenten als Haitink en Bernstein. Vanaf zijn eerste optreden, toen een carrière in het muziektheater voor hemzelf nog geen realiteit was, hoorde ik in hem ook een geboren operadirigent, zelfs met een duidelijke aanleg voor het Verdi-repertoire. Een zekere vorm van drama kan zijn optreden niet ontzegd worden, maar dramatiek blijkt ook inherent aan zijn musiceren, en ook dan kom je bijna automatisch uit bij Mahler, zelf een operadirigent van het zuiverste water, maar wellicht ook de meest 'dramatische' van alle symfonische componisten, zowel in zijn muzikale taal als in het theatrale van zijn effecten.

Dat Das klagende Lied binnen Mahlers oeuvre het dichtst in de buurt van de opera komt, is duidelijk. Niet alleen is het gegeven doortrokken van dramatiek, maar ook de uitwerking ervan in een tekst die regelmatig het karakter van een theatraal bijzonder effectieve dialoog krijgt. Eigenlijk is het zelfs merkwaardig dat nog geen regisseur van formaat het werk in Amsterdam of een ander 'Mahler-centrum' op het toneel heeft gezet (het zou toch een kolfje naar de hand van Harry Kupfer geweest moeten zijn) en het is juist dat theatrale karakter dat bij Van Zweden het volle pond krijgt. Niet dat hij de lyriek of de melancholie onderbelicht, maar waar hij kan uitpakken, doet hij dat 'con tutta forza', maar ook zonder dat hij de balans uit het oog verliest.

Bij alle aandacht van Mahler voor het detail is  Das klagende Lied bepaald geen verfijnd werk. De muziek klinkt vaak rauw, beweegt zich tussen uitersten en maakt niet zelden gebruik van effecten die het randje van de goede smaak dicht naderen. Door de kern van het gegeven, een brute broedermoord, in de oorspronkelijke versie te benadrukken door het scherpe contrast tussen twee ijle, onvolgroeide jongensstemmen en een romantisch symfonieorkest dat niet zelden in volle vaart door de bocht gaat, nam de componist enorme risico's die zich alleen door de expressiviteit van de muziek niet tegen hem hebben gekeerd.

Dat Mahler moeite had het werk in deze vorm uitgevoerd te krijgen, is echter alleszins begrijpelijk, maar ook dat Van Zweden merkbaar in zijn element is. Uit het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest haalt hij daarbij alles wat erin zit en hij aarzelt niet om ze zelfs over de grens van hun eigen kunnen te drijven. Dat het beeld daarbij niet dichtslibt, ondanks een overmaat aan klanken in het lagere deel van het toonspectrum, pleit voor zowel het meesterschap van de dirigent als voor het technische team onder leiding van Lodewijk Colette.

De solisten houden bij al dit geweld prima stand, al zou ik me juist in deze partituur krachtiger timbres kunnen voorstellen dan Arnold Bezuyen (een 'last minute' invaller) en Andreas Schmidt. De sopraan Alessandra Marc en de mezzosopraan Susanne Resmark zijn beide voor geen kleintje vervaard en knap is ook de manier waarop de beide jongens van het Tölzer Knabenchor zich weren. Enkele vocale oneffenheden zijn bij een live-opname van zo'n gigantisch werk natuurlijk niet te vermijden, maar om eerlijk te zijn: ik heb deze uitvoering verscheidene malen beluisterd en steeds bleek ik na afloop zo meegesleept door dirigent, koor en orkest, dat ik me van de vocalisten nauwelijks iets herinnerde.

Informatie van Radio 4: Abonnementhouders van seizoen 2007/08 op concertseries van de radio-orkesten ontvangen deze cd gratis. Radio Nederland Wereldomroep distribueert de opnamen van QuattroLive wereldwijd via 1200 partnerradiostations. Per jaar zal QuattroLive vier cd's´s uitgeven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links