CD-recensie

 

© Paul Korenhof, maart 2017

 

Rossini Sì, Sì, Sì, Sì! - Opera Arias & Duets

Rossini: L'Italiana in Algeri 'Cruda sorte!' - 'Amici . . . Pensa all apatria' - Tancredi 'Oh, patria! . . . Di tanti palpiti' - 'Fiero incontro' - La pietra del paragone 'Quel dirmi, oh Dio!' - Semiramide 'In si barbaro sciagura' - Matilde di Shabran 'Sazia tu fossi alfine' - La gazza ladra 'Deh, pensa . . . E ben, per mia memoria' - Il barbiere di Siviglia 'Una voce poco fa'

Anoniem (naar Rossini): Duetto buffo di due gatti

Marie-Nicole Lemieux (alt), Patricia Ciofi (sopraan), Julien Véronèse (bas)
Choeur & Orchestre national de Montpellier Occitanie
Dirigent: Enrique Mazzola
Erato 0190295953263
Opname: Montpellier, 2 & 5 december 2015

   

Haar affiniteit met Rossini demonstreerde de Canadese alt Marie-Nicole Lemieux vorig jaar in Montpellier tijdens twee concerten in de Opéra Berlioz met een uitgebreide staalkaart van fragmenten uit zowel komische als serieuze opera's. Dat resulteerde in deze met 79'36" goed gevulde cd met live-opnamen - dat staat zo althans vermeld in het cd-boekje, want op de cd is van publiek weinig of niets te merken en dat is toch jammer. Sommige fragmenten vragen om applaus en het (nooit door Rossini geschreven) 'kattenduet' is zonder publieksreacties niet half zo leuk. Het 'meenemen' van applaus had echter wel betekend dat er een fragment minder op de cd had gepast, en dan is de keuze natuurlijk snel gemaakt.

Met haar volle, warme timbre geldt Lemieux momenteel als een van de beste alten voor dit repertoire en zij weet daarbij in uiteenlopende karakters te overtuigen. Dat is bij zo'n uitgebreid recital een aangename bijkomstigheid, maar er is ook nadrukkelijk aan gewerkt zowel door een volgorde die een zekere afwisseling in sfeer oproept, als door het inbrengen van twee andere stemmen, de welluidende en altijd betrouwbare sopraan Patricia Ciofi en de minder overtuigende, wat kleurloze bas Julien Veronèse. Extra aantrekkelijk is dat hier naast een paar overbekende aria's ook minder bekende fragmenten zijn opgenomen, uitgevoerd op een niveau waarop juist de minder bekende opera's in het theater niet altijd tot klinken zullen komen. Voor dat laatste moet zeker ook een compliment naar de levendige en stilistisch uitstekende begeleidingen door Enrique Mazzola en het Provençaalse orkest.

Jammer is wel dat Lemieux deze kans niet eerder heeft gekregen en dat haar medewerking aan complete registraties van opera's van Rossini beperkt gebleven is tot het rolletje van Hedwige in Guillaume Tell onder Antonio Pappano. Zij is pas in de veertig, maar bij al haar vocale kwaliteiten hoor ik toch soms een zorgwekkend begin van een wobbel en af en toe zelfs een klein rafeltje dat ik in vroegere opnamen nog niet had opgemerkt. Zeker bij een cd van tachtig minuten vraagt muzikale persoonlijkheid bovendien ook om iets meer kern in het timbre en om een exactere afwerking in de realisering van de fiorituren (coloraturen), die hier te vaak klinken als een vloeiende legatolijn, soms zelfs neigend naar portamento. De exacte realisering van die kleine nootjes kan het karakter en de emotie niet weinig versterken!

Een ander punt is de stilistiek. Mede dankzij Maria Callas en Leyla Gencer groeide een halve eeuw geleden de belangstelling voor Rossini's serieuze werken en dat leidde tot een explosieve opbloei van het rossiniaans belcanto. Sopranen als Joan Sutherland en Montserrat Caballé schitterden daarin naast virtuoze alten en mezzo's als Marilyn Horne en Lucia Valentini-Terrani, en in de jaren daarna is de belangstelling alleen nog maar gegroeid. Het aantal gespecialiseerde vertolksters hield daarmee echter geen gelijke tred. De coloratuursopranen van nu zijn minder virtuoos dan die van enkele decennia geleden en bij de alten mis ik de vocale persoonlijkheid van hun voorgangsters. Een groot probleem is bovendien dat er nog maar weinig gespecialiseerde 'zangersdirigenten' zijn die zangeressen de training kunnen geven waar Italiaans bel canto om vraagt. Niet alleen gaat de zangkunst zelf achteruit (je hoort nog maar zelden een fatsoenlijke triller of een fraai gedoseerd 'messa di voce'), maar zelfs bij sommige zangeressen van naam lijkt het juiste stijlgevoel voor bel canto te ontbreken.

Toen Cecilia Bartoli ons enkele jaren geleden onthaalde op een 'veristische' Norma die ik ooit omschreven heb als 'Santuzza verdwaald in het land van Asterix', dacht ik nog dat we te maken hadden met een incident. Inmiddels weet ik dat stilistisch aanvechtbare vertolkingen in dit repertoire geen uitzondering meer zijn en dat het 19de-eeuwse bel canto meer en meer wordt gezongen met een 'veristische expressiviteit' die voorbijgaat aan de essentie van belcanto: het creëren van een sfeer of een emotie met louter muzikale middelen.
Dat laatste is soms ook te horen bij Lemieux als zij haar zang voorziet van emoties suggererende aanzetten die eerder liggen op het terrein van 'acteren met de stem' dan op het terrein van het pure zingen. Zuchten, lachjes of snikjes horen we bij haar nog niet, maar zoals zoveel hedendaagse zangeressen gaat zij wel al een beetje die richting uit. En het erge is: ik ben bang dat wij dat maar moeten accepteren. De situatie in de operawereld doet niet vermoeden dat het Italiaanse bel canto op korte termijn dezelfde aandacht gaat krijgen die het bel canto uit de barok nog altijd wel ten dele valt (hoewel ook in mindere mate dan enkele decennia geleden).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links