CD-recensie

 

© Paul Korenhof, februari 2022

Henze: Das verratene Meer

Vera-Lotte Boecker (Fusako Kuroda), Bo Skovhus (Ryuji Tsukazaki), Josh Lovell (Noboru - Nummer Drei), Erik van Heyningen (Nummer Eins), Kangmin Justin Kim (Nummer Zwei), Stefan Astakhov (Nummer Vier), Martin Hä ß ler (Nummer Fünf), Jörg Schneider (Stimme eines Schiffsmaats)
Wiener Staatsoper
Dirigent: Simone Young
Capriccio C5460 (2 cd's)
Wenen, 14 december 2020

   

Tussen 1986 en 1989 schreef Hans Werner Henze de eerste versie van Das verratene Meer voor de Deutsche Oper Berlin, waar het werk op 5 mei 1990 in première ging. Aan de basis lag de korte roman Gogo no eiko van de Japanse auteur Yukio Mishima uit 1963, die in 1969 in Nederland verscheen als Een zeeman door de zee verstoten. Vijf jaar later herzag Henze zijn partituur waarbij hij deze met ruim een kwartier aan instrumentale muziek uitbreidde, en die versie ging in 2005 onder de Japanse titel als concertante uitvoering in Salzburg in première.

Voor de Weense Staatsopera stelden Sergio Morabito en zijn mede-regisseur Jossie Wieler een nieuwe partituur samen op basis van beide versies. De online première daarvan, op 14 december 2020 in een lege Staatsopera, werd een van de fascinerendste operamomenten uit twee coronajaren. Een sterk muziekdrama werd onder leiding van Simone Young elektriserend uitgevoerd met imponerende hoofdrollen van de bariton Bo Skovhus en de jonge tenor Josh Lovell. Daarbij kwam ik trouwens ook onder de indruk van de regie van Wieler en Morabito, die nu eens in grote lijnen in overeenstemming was met libretto en muziek.

Bij de verschijning van de gelijktijdig opgenomen cd-uitgave had ik dan ook zoiets van 'dit kan niet op de cd - dit moet je zíen'. Ik had ongelijk, al was het maar omdat via de cd de tekst helderder doorkomt, zodat ik zelden mijn toevlucht hoefde nemen tot het tekstboekje. Wel blijf ik erbij dat Henze ook met dit werk een opera schreef die door de nauwe band tussen tekst en muziek alleen in het theater volledig tot zijn recht kan komen. Niet alleen vanwege de handeling, maar ook doordat het drama de juiste ambiance biedt voor de psychologisch getinte tussenspelen, die in hun werking meer dan eens aan de tussenspelen in Berg's Wozzeck doen denken.

Een zeeman door de zee verstoten van Yukio Mishima beschrijft vooral de opbloeiende liefde tussen de jonge weduwe Fusako en de zeeman Ryuji. Hun relatie wordt aanvankelijk toegejuicht door Fusako's 13-jarige zoon Noboru, die gefascineerd is door de zee en het beroep van zeeman. Zijn gevoelens slaan echter steeds meer om naarmate Ryuji meer een gewone man en minder een stoere zeeman wordt.

Als blijkt dat Ryuji zijn stiefvader gaat worden, laat Noboru zich nog meer opzwepen door de fascistoïde ideeën van een jeugdbende waarbij hij zich heeft aangesloten. Uiteindelijk gaat hij Ryuji zelfs zien als een minderwaardig schepsel dat het recht op leven verspeeld heeft. Boek en opera eindigen ermee dat hij op aandrang van de bende zijn toekomstige stiefvader vermoordt.

Evenals het boek valt de opera uiteen in twee delen waarvan de veertien scènes vrijwel parallel lopen aan de vijftien hoofdstukken van het boek. In het eerste deel, 'Zomer', beleven we de groeiende relatie tussen zowel Fusako en Ryuji als Noboru en Ryuji, waarbij de laatste belooft om Fusako niet te verraden dat haar zoon lid is ven een jeugdbende. Veel tijd is daar ook niet voor, want twee dagen na hun eerste ontmoeting vertrekt Ryuji weer naar zee.

Een bewust aangebrachte wijzing in het verhaal is de verplaatsing van de rituele moord op een poesje waartoe Noboru door de bendeleden wordt aangezet. In het boek vinden we die scène halverwege het eerste deel, maar in de opera is die verplaatst naar het slot daarvan, als voorbode van de moord op Ryuji aan het slot van het tweede deel.

Als Ryuji in het tweede deel, 'Winter', in Yokohama is teruggekeerd, vraagt hij Fusako ten huwelijk. Zowel zijn gedrag in het algemeen (hij vergoelijkt het feit dat Noboru zijn samenzijn met Fusako begluurt) als zijn bekentenis dat hij een afkeer heeft van de zee, worden echter door Noboru en de jeugdbende als onmannelijk ervaren. Zij veroordelen hem ter dood en Noboru krijgt de taak het vonnis te voltrekken.

Elk van de vijftien hoofdstukken van de sterk auctoriale roman van Mishima is geschreven vanuit het perspectief van een van de hoofdpersonen. Daarmee komen hun denk- en gevoelswereld de lezer helder voor ogen te staan en in bij Noboru en Ryuji is de toch altijd moeilijke vertaalslag naar het theater uitstekend gelukt. De aanpak van Henze draagt daaraan niet weinig bij, zoals blijkt uit de indeling van de partituur, waarin de eerste twee tussenspelen de aanduiding 'Noboru's droom' en 'Ryuji's droom' dragen.

Weliswaar krijgt Fusako tegen het einde van de opera een 'eigen scène' waarin zij droomt over haar leven na de bruiloft, maar als karakteranalyse blijft die ver achter bij het inzicht dat Mishima ons biedt en dat ons een beeld geeft van de wijze waarop zij de vijf jaren na de dood van haar eerste echtgenoot doorleefd heeft.

Voor de regie in Wenen was dat wellicht de reden om af te wijken van het libretto van Hans Ulrich Treichel door een poging Fusako in de twee laatste scènes meer reliëf te geven. Bij het luisteren naar de cd's speelt dat natuurlijk niet mee, maar wel staat in het cd-boekje een synopsis op basis van de Weense enscenering. (Een synopsis die beantwoordt aan de partituur van Henze, is te vinden op de Engelse site van Wikipedia. klik hier)

Meende ik aanvankelijk dat de muziek van Henze zo theatraal was dat die het op de cd minder goed zou doen dan in de zaal, bij beluistering van deze uitgave ben ik daarvan teruggekomen. In de begeleiding van de solisten is de orkestpartij niet minder sterk dan in de met dramatische tussenspelen, waarbij Henze zich, ondanks een groot aandeel voor het slagwerk, niet liet verleiden tot het zoeken naar een Japanse klankkleur. Zijn belangstelling ging duidelijk niet uit naar de bij Mishima aanwezige Japanse sfeer, maar naar de relaties en innerlijke conflicten van de personages.

Dat Fusako als karakter vager blijft dan Noboru en Ryuji, kan mogelijk verklaard worden door het feit dat zij geen echte conflicten kent en ook geen oog heeft voor de realiteit waarin haar zoon verkeert. Naast die dramaturgische onderbelichting van Fusako bleef voor mij de vertolking door Vera-Lotte Boecker wat vaag met momenten waarop haar stem naar het schrille neigde. Skovhus en Lovell weten hun rollen vocaal meer geloofwaardigheid te verlenen, waarbij zij een autoriteit uitstralen die ook overeind blijft in bijvoorbeeld de ensembles met 'de bende'.

Dat laatste brengt mij bij een punt waarop de opera van Henze op mij geloofwaardiger overkomt dan de roman van Mishima. Bij het lezen van zijn Zeeman had ik steeds moeite met de volwassen teksten en hun hoog niveau van schrijftaal die hij 13-jarigen in de mond legt, en vooral hun leider. Henze onderving dit door de bendeleden - zes bij Mishima, vijf in de opera - met volwassen stemmen te bezetten, Nummer Een zelfs met een bas. (In hun Weense enscenering sloten Wieler en Morabito daarbij aan door de bendeleden neer te zetten als jeugdige vertegenwoordigers van het establishment dat door Mishima zo werd verafschuwd.)

De fraai opgenomen cd's worden door Capriccio gepresenteerd in een sobere cassette met daarin een uitklaphoes en een degelijk cd-boekje. Wel bevat dat boekje veel kleine letters op volbedrukte pagina's. Wellicht was het resultaat visueel iets aantrekkelijker geworden, als de biografieën van de medewerkers niet zo overdreven lang waren geweest. Een kort stukje is altijd meer dan welkom, maar lange en gedetailleerde beschrijvingen zijn overbodig. Daar hebben we internet voor.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links