CD-recensie

 

© Paul Korenhof, november 2021

Hahn: L'Île du rêve

Hélène Guilmette (Mahénu). Cyrille Dubois (Georges de Kerven, dit Loti), Anaïk Morel (Oréna), Artavazd Sargsyan (Tsen-Lee, 1er Officier), Ludivine Gombert (Téria, Faïmana), Thomas Dolié (Taïrapa, Henri, 2me Officier)
Choeur du Concert Spirituel
Münchner Rundfunkorchester
Dirigent: Hervé Niquet
Bru Zane BZ 1042 (boek met cd)
Opname: München, 24 & 26 januari 2020

   

Geboren in Caracas als zoon van een Duits-Joodse vader en een Venezolaans-Nederlandse moeder leek Reynaldo Hahn (1874-1947) niet meteen voorbestemd om een grootmeesters van de Franse licht-klassieke muziek te worden, maar hetzelfde geldt natuurlijk voor Jacques Offenbach. Hahn kwam bovendien al op de leeftijd van drie met zijn familie naar Parijs, waar zijn muzikale aanleg maakte dat hij al op elfjarige leeftijd werd toegelaten tot het Conservatoire als leerling van onder meer Jules Massenet.

Twee jaar later, als dertienjarige dus, schreef hij de melodie die hem wereldberoemd zou maken: een toonzetting van het gedicht Si mes vers avaient des ailes van Victor Hugo, tot op de dag van vandaag op het repertoire van menige lyrische sopraan en ooit een 'tophit' in de vertolking van Nellie Melba.

Ook zijn latere liederen, veelal exponenten van de Belle Époque, vonden gretig aftrek, tot in onze tijd. en tot de vocalisten die een hele cd aan hem wijdden, behoort bijvoorbeeld Susan Graham. Bru Zane liet zich op dit punt evenmin onbetuigd en publiceerde in 2019 een set van vier cd's met alle liederen in de vertolking van bariton Tannis Christoyannis en pianist Jeffrey Cohen

Zijn grootste successen behaalde Hahn echter met theaterwerken en zijn eersteling, L'Île du rêve (Droomeiland), was een opera van net iets meer dan een uur die hij schreef op aandringen van Massenet. Als migrant had hij geen kans op de Prix de Rome, maar bij Massenet stond hij zo hoog in aanzien, dat deze ook hem de onderscheiding gunde waarop gelauwerden recht hadden, namelijk een debuut aan een van de Parijse operatheaters. Léon Carvalho, de autoritaire directeur van de Opéra Comique, toonde zich echter weinig coöperatief, zodat de première pas in 1898 plaats vond onder diens opvolger, de legendarische Albert Carré.

Het libretto van L'Île du rêve, een 'Polynesische Idylle' in drie bedrijven, baseerden Georges Hartmann en André Alexandre op Le Mariage de Loti van dezelfde Pierre Loti (pseudoniem voor Louis Marie Julien Viaud) die Messager en Puccini de stof had geleverd voor Madame Chrysanthème en Madama Butterfly. Het verhaal (afgaande op de titel met een sterk autobiografisch element) speelt zich in dit geval af op Tahiti waar de Franse officier Georges de Kerven wordt omgedoopt tot Loti en een idylle beleeft met het meisje Mahénu.

In eerste instantie doet de verhaallijn denken aan die van Madama Butterfly, alleen is het hier de exotische bruid die de westerse officier in de steek laat. Als Loti wordt teruggeroepen, wil hij haar meenemen naar Frankrijk, maar haar familie raadt haar dit nadrukkelijk af. Daar zal zij een vreemde zijn en de kans op een teleurstelling is levensgroot, zeker omdat hun liefde daar niet meer gevoed wordt door de betoverende sfeer van een Polynesisch eiland. Hoewel Mahénu Loti heeft beloofd zich bij hem te voegen, besluit zij op Tahiti te blijven en zij laat hem zonder afscheid vertrekken.

Doordat de geplande première geen doorgang vond, kon Hahn zijn partituur in alle rust te reviseren en hoewel het resultaat geen meesterwerk was, verdientL'Île du rêve beslist meer aandacht dan het in 1898 gekregen heeft. In dit geval had de jonge componist overigens wel de pers tegen. Het feit dat hij een kans kreeg die normaal was voorbehouden aan een winnaar van de Prix de Rome, leidde bij voorbaat tot afgunst en wilde speculaties, zelfs tot de suggestie dat hij zijn première met veel geld gekocht zou hebben.

Dat alles had zijn neerslag op de artikelen die na de première verschenen en het gevolg was dat het werk na negen voorstellingen van het toneel verdween. Hoe onterecht dat was, bewijst deze cd-première, in januari 2020 opgenomen tijdens concerten in het Prinzregentenheater. Onder leiding van Hervé Niquet komt het Münchner Rundfunkorchester andermaal tot een sprankelende, Frans getinte uitvoering die in die nog altijd betoverende zaal akoestisch fraai werd vastgelegd.

Grote namen treffen wij in de bezetting niet aan, maar wel solisten die thuis zijn in zowel de Franse taal als de Franse muziek, en die de opeenvolging van korte scènes zonder grote aria's een overtuigende theatersfeer weten te geven. De Frans-Canadese sopraan Hélène Guilmette en de Franse tenor Cyrille Dubois treffen precies de sfeer die past bij een liefdesdroom, en in de kleinere rollen horen we een opmerkelijke bijdrage van de mezzosopraan Anaïk Morel als de zuster van Mahénu. Deze is na haar huwelijk met eveneens een Franse officier op Tahiti achtergebleven, naar nu blijkt tot haar geluk, want halverwege de opera bereikt haar het bericht dat zij weduwe is geworden.

De uitmuntende opname is verpakt in een fraai, gebonden boekwerk van 128 pagina's met leeslinten, waarin zowel de vijf begeleidende artikelen als het libretto in het Frans en het Engels werden afgedrukt. Bij die artikelen bevindt zich naast een verslag van de première een interview uit 1898 met de componist Reynaldo Hahn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links