CD-recensie

Zangeressen redden Händels Floridante

 

© Paul Korenhof, april 2007

Händel: Floridante.

Marijana Mijakovic (Floridante), Vito Priante (Oronte), Joyce DiDonato (Elmira), Sharon Rostorf-Zamir (Rossane), Roberta Invernizzi (Timante), Riccardo Novaro (Coralbo), Il Complesso Barocco o.l.v. Alan Curtis.

Archiv Produktion 477 6566 (2 cd's)


Een van mijn ergste Händel-ervaringen was een bijna vijf uur durende uitvoering van Admeto in het Concertgebouw onder Alan Curtis, een ramp die zich verdubbelde toen die uitvoering door EMI op de plaat werd gezet en de hele geschiedenis zich noodgedwongen in mijn studeerkamer herhaalde. Inmiddels weet ik dat het zeker niet aan Händel lag en waarschijnlijk ook niet aan mij, hoewel mijn bewondering voor de muziek van deze componist wel altijd afhankelijk blijkt van de uitvoering die hem ten deel valt. Curtis als dirigent heeft echter nog steeds niet mijn voorkeur en toen de geschiedenis zich een paar jaar geleden met een andere partituur dreigde te herhalen, heb ik mezelf maar in bescherming heb genomen door voortijdig het Concertgebouw te verlaten. Misschien ga ik ooit nog van Curtis' Händel houden als ik aan chronische slapeloosheid lijd, maar voorlopig prefereer ik toch dirigenten die verder gaan dan het stilistisch verantwoord tot uitvoering brengen van het notenmateriaal, en die daarbij muziek, musici en zangers ook veel meer weten te bezielen.

Dramatische motregen

Al met al begon ik dus ietwat voorzichtig aan deze Floridante, de zoveelste 'herontdekking' van een nooit meer uitgevoerde opera van Händel, wat erop neer komt, dat het werk muzikaal de moeite waard is bij een uitvoering op het hoogste niveau, maar dat het dramatisch meer motregen dan vuurwerk is. Ik had dan ook het voornemen niet meer dan één cd per dag te draaien en dat het anders uitpakte, was te danken aan twee solisten die de temperatuur flink deden oplopen: Joyce DiDonato en Marijna Mijanovic. Ik moet eerlijk bekennen dat hun medewerking ook de belangrijkste reden was om mij aan dit experiment te wagen, maar de uitkomsten overtroffen mijn verwachtingen. Curtis blijft een dooie pier en zangers met minder persoonlijkheid komen bij hem ook niet echt uit de verf. Om eerlijk te zijn: ik heb tijdens heel wat recitatieven en diverse aria's geprofiteerd van de mogelijkheid snel naar de volgende track te gaan, maar de bijdragen van voornoemde dames heb ik soms wel drie keer achter elkaar gedraaid.

Castraat-surrogaat

Castraten bestaan niet meer en zelfs zangeressen van het type Marilyn Horne zijn niet meer dan een substituut - een welkom substituut, zonder meer, maar het blijven 'vrouwenstemmen'. Zelfs de grootste falsetzanger is echter nog minder dan een substituut. Een zanger wiens hele techniek bij het zingen van grote barokrollen in hoofdzaak berust op de exploitatie van één register, komt zelfs niet in de buurt van wat een castraat geweest moet zijn. Aan de andere kan is ook Marijana Mijanovic een zangeres die per definitie fysiek totaal anders in elkaar zit dan de toenmalige castraten, maar met haar krachtige stem, haar jongensachtige timbre en haar gedecideerde klankvorming is zij de eerste die mij de illusie geeft dat ik inderdaad luister naar zo'n merkwaardige androgyne persoonlijkheid, die bij mannen en vrouwen de temperatuur in gelijke mate kon doen oplopen. Leg hiernaast de door de computer gemanipuleerde, maar op zich overtuigende 'castraatstem' die gebruikt werd in de film Farinelli, en het verschil is evident. Mijanovic heeft inderdaad het soort stem waarvoor het achttiende-eeuwse publiek zozeer in extase kon raken, dat de dames in de zaal letterlijk in katzwijm vielen. Of zij ook een vergelijkbare techniek heeft, is moeilijk te bepalen.

Contrasterende vrouwelijkheid

Natuurlijk zullen er op het punt van de vocale techniek onvermijdelijke verschillen zijn tussen Italiaanse jongemannen die gedurende vele jaren aan een strakke discipline onderworpen waren, en een moderne jonge vrouw die in roerige tijden haar eigen leven heeft moeten opbouwen. Haar stembeheersing en haar virtuositeit zijn echter boven alle (hedendaagse) kritiek verheven en we zouden in Nederland wat meer aandacht mogen hebben voor deze zangeres, die ons land als een tweede vaderland en Amsterdam als haar thuishaven is gaan beschouwen.

Tegenover de absoluut unieke Mijanovic staat de Amerikaanse mezzosopraan Joyce DiDonato, die onlangs nog ovationeel werd toegejuicht na haar zeer zuidelijk (Spaans) getinte recital in de Kleine Zaal. Ook haar timbre beweegt zich in de lagere regionen, maar zo mannelijk als de Floridante van Mijanovic overkomt, zo vrouwelijk is de Elmira van DiDonato. In haar Elvira klinkt hier naast zinderende hartstochten ook tedere vrouwelijkheid door, en ook hier met een vocale kern en op een zangtechnisch niveau dat momenteel door weinigen geëvenaard wordt. Wat zou een echte dirigent gelukkig zijn om twee zulke zangeressen in zijn cast te hebben!

Maggi-blokje

Aan de uitvoering is verder even weinig mis als culinair aan een blik kippensoep van Unox, maar het simpele feit dat we nu producten van een vroeger zo exclusief platenlabel al met die van een soepfabrikant kunnen vergelijken, roept toch vraagtekens op. De rol van Curtis in het geheel is nauwelijks prominenter dan die van een half Maggi-blokje. Wie er ook zingt, hij dirigeert even onberispelijk door als altijd, en voortdurend heb je het gevoel dat Mijanovic en DiDonato er alleen voor staan. Dat zij desondanks hun hoge niveau tot het einde toe handhaven, pleit voor de grote persoonlijkheid van deze twee zangeressen. De anderen in de cast halen dat niveau niet. Zij doen braaf hun best, maar noch qua stem, noch qua techniek, noch qua persoonlijkheid kunnen zij zelfs maar in de schaduw staan van de twee protagonisten. Heel jammer. Dit is nu zo'n uitvoering waarbij een selectie van hoogtepunten op haar plaats zou zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links