CD-recensie

Proeve van een opera

 

© Paul Korenhof, oktober 2012

 

 

Hacquart: De tromfeerende Min

De Koning: De vryadje van Cloris en Roosje (fragm.)

Van Rijndorp: De bruiloft van Kloris en Roosje

Camerata Trajectina

Globe GLO 6069

Opname: augustus 2011, Bunnik


Nieuwe studenten confronteer ik aan het begin van de colleges altijd met de onvermijdelijke vraag 'Wat is opera?' Iedere discussie is immers onmogelijk als de gehanteerde begrippen niet vooraf gedefinieerd zijn, maar zoals mijn eigen mentor Frits Noske ooit tegen mij zei, blijkt zelfs in gerenommeerde naslagwerken op dit gebied het woord 'opera' vaak niet als afzonderlijk lemma opgenomen te zijn. Het centrale punt in de definitie daarvan is natuurlijk het adagium dat Joseph Kerman aan zijn vermaarde beschouwing heeft meegegeven: 'opera is drama'. Zonder drama kun je zingen en spelen wat je wilt, maar 'opera' wordt het niet. Als illustratie neem ik meestal La favola d'Orfeo van Monteverdi, een werk dat begint als pretentieloos muziekspel met zang en dans, en dat pas uitgroeit tot echt 'muziekdrama' bij de opkomst van de Messagiera in het tweede bedrijf. Tot die tijd gebeurt er wel het een en ander, maar een causaal actie-reactieverband moet wachten, tot het bericht van het sterven van Euridice bij Orfeo een emotioneel, psychologisch proces in werking zet.

Met echte dramatiek hebben wij in Nederland nooit zoveel gehad. Nog afgezien van het verzet van de predikanten tegen de verdorvenheid die zij met het theater associeerden, zijn wij een volk van praters en vertellers, ook op het toneel. en pas de afgelopen decennia werd door 'echte' toneelschrijvers (en een toneelschrijferster!) vaderlands toneel van enig niveau geschreven. In de eeuwen daarvoor werd op het Nederlandse toneel vooral veel verteld, veel te veel zelfs. Vondel's bodeverhalen zijn nog historisch verklaarbaar vanuit de classicistische verering van de 'drie eenheden', maar daarna kwamen we terecht in twee eeuwen gemoraliseer en we eindigden met de grote vergissing dat iedere bekende romanschrijver 'dus ook' (en gesubsidieerd…) toneel moest kunnen schrijven. Zodra het ging om operalibretti, raakten we helemaal op een zijspoor. Opera met al die malle tekstboeken kon je nu eenmaal niet als serieus drama beschouwen, dus kon iedereen een libretto schrijven, zelfs een journalist als Jan Blokker. Ook in die houding komt gelukkig een beetje verandering, maar wie vier eeuwen Nederlandse operageschiedenis bekijkt, ziet een opvallende rode draad van moraliserend, vertellend theater met slechts af en toe een heel klein beetje echt drama.

Voor de ontwikkeling van ons nationale operaleven valt dat alles des te meer te betreuren, omdat onze Republiek het eerste land was buiten Italië, waar een operatheater werd neergezet. Dit theater, gesticht door Theodoro (Dirk) Stryker, dat op 31 december 1680 officieel werd geopend met een Le Fatiche d'ercole per Deianira op muziek van de Venetiaanse organist Pietro Ziani, verrees dankzij de hoofdstedelijke predikanten weliswaar buiten het Amsterdamse stadscentrum, maar trok bezoekers uit heel Holland onder wie ook stadhouder Willem III. Eerder waren echter reeds operavoorstellingen gegeven gegeven in de tweehonderd meter noordelijker gelegen en in 1638 geopende schouwburg aan de Keizersgracht, ter hoogte van het huidige nummer 384. Daar werd muziektheater opgevoerd op teksten van onder anderen Jan Hermansz Krul op muziek van diverse Amsterdamse toondichters en ondanks financiële problemen en tegenwerking van de predikanten was ook daar het succes opmerkelijk.

Toch wordt om duistere redenen als 'eerste Nederlandse opera' meestal een werk genoemd dat pas in 1678 ontstond en toen waarschijnlijk in Den Haag in première ging: De triomfeerende Min op tekst van Dirk Buysero (1644-1707) en op muziek van Carolus Hacquart (ca 1640-1701). Niet helemaal correct dus, ook niet als we aanvoeren dat de werken die eerder in Amsterdam ten tonele waren gekomen, eerder bestempeld kunnen worden als theatraal amusement 'met zang en dans'. Het cd-boekje bij deze uitvoering door Camerata Trajectina stelt namelijk diezelfde vraag bij een opname van de bewaard gebleven muziek, die zonder gesproken teksten nog geen veertig minuten in beslag neemt. Te weinig eigenlijk, want als het gaat om speelsheid en puntigheid is deze muzikale ode op de vrede van Nijmegen een klein juweeltje dat in deze uitvoering sprankelt van levendigheid en charme. Een opera is de ware zin des woords is De triomfeerende Min inderdaad niet, en het vocale aandeel blijft bovendien beperkt tot illustratieve of beschrijvende liederen, maar dat doet weinig af aan de charme van dit brokje 17de-eeuws muziektheater.
Een bijzonder compliment verdient bovendien de verstaanbaarheid van tekst en muziek, die mede te danken zal zijn aan de voortreffelijke opname. Gelukkig maar want de bewaard gebleven muziek van de twee versies van De bruiloft van Kloris en Roosje waarmee de cd werd aangevuld, zou ondanks het muzikale belang toch wel aan charme hebben ingeboet, als de heerlijk boertige teksten (in de stijl van een dichter als Brederode) niet zo heerlijk helder en begrijpelijk uit de luidsprekers zouden zijn gekomen. Voor de liefhebbers een juweel van een cd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links