CD-recensie

Verhelderend en fascinerend

 

© Paul Korenhof, september 2019

Gounod: Faust (versie 1859)
Benjamin Bernheim (Faust), Véronique Gens (Marguerite), Andrew Foster-Williams (Méphistophélès), Jean-Sébastien Bou (Valentin), Juliette Mars (Siebel), Ingrid Perruche (Marthe), Anas Séguin (Wagner/Un mendiant)
Vlaams Radiokoor
Les Talens Lyriques
Dirigent: Christophe Rousset
Palazzetto Bru Zane BZ1037 (boek met 3 cd's)
Opname: Puteaux en Parijs, 10-14 juni 2018

   

Ook op deze site heb ik al een paar keer uiting gegeven aan enkele bezwaren tegen de traditionele versie van Gounod's Faust . Hoewel ik meer dan eens ben meegesleept door uitmuntende uitvoeringen, riep het werk toch altijd twijfels op. Het tweede bedrijf, de vooral melodisch schitterende tuinscène, kwam vaak op mij over als een muzikale slagroomtaart, de aria van Valentin en het soldatenkoor (beide nagecomponeerd) passen dramaturgisch niet in het werk en hetzelfde geldt voor de totaal nietszeggende, overbodige rol van Wagner.

Niet zelden zette de uitvoeringspraktijk van de afgelopen driekwart eeuw mijn onbehagen ook nog eens om in puur afgrijzen. Dat Gounod zelf het werk had omgewerkt tot grand opéra kon ik nog begrijpen, al is - evenals bij Bizet's Carmen - regelmatig te horen dat de muziek berekend is op de intiemere sfeer van een opéra comique. Erger was in mijn oren de neiging om Méphistophélès te bezetten met zwarte, liefst Slavische bassen die in een Franse grand opéra niet eens thuis horen, terwijl Faust meer dan eens leek weggelopen uit Aida of Turandot. Slechts zelden maakte ik een uitvoering mee die de muziek stilistisch volledig recht deed, zoals een onvergetelijke VARA-matinee onder Roberto Benzi, maar ook dan behield ik mijn vraagtekens ten aanzien van het werk zelf.

De door Bru Zane uitgebrachte reconstructie van de originele versie, verzorgd door Paul Prévost, laat een heel ander werk horen. Voor de volledigheid geef ik alleen eerst een toelichting op de reconstructie zelf, want wat we hier horen is niet de versie die in 1859 in het Parijse Théâtre Lyrique in première ging. Het is in feite een compilatie waarin ook alle muziek is opgenomen die Gounod voorafgaand aan de première schreef en die niet werd uitgevoerd (voorzover die althans teruggevonden en gereconstrueerd kon worden).

De geschiedenis is bekend. Gounod schreef de eerste versie van Faust op een libretto van Jules Barbier en Michel Carré naar een toneelstuk van Carré met enkele aanvullingen ontleend aan het stuk van Goethe. Naar de mode van die tijd en de eisen van het Théâtre Lyrique was het werk opgezet als een 'opéra-comique de demi-caractère', een mengeling van opera en toneelstuk met relatief veel gesproken tekst en met een inhoud die serieuze elementen verbond met een lichtere, in dit geval sterk ironische toets (die overigens ook in de Faust I van Goethe niet ontbreekt).

Problemen en versies
Aan de première op 19 maart 1859 gingen echter de nodige problemen vooraf . De meeste daarvan vloeiden voort uit het feit dat het theater geleid werd door de eigenzinnige impresario Léon Carvalho die bovendien getrouwd was met de populaire Marie Miolan-Carvalho die derhalve de vrouwelijke hoofdrol moest zingen. Carvalho zag zichzelf als een dramaturgisch expert en eiste diverse ingrijpende wijzigingen, terwijl zijn vrouw zich op dit punt evenmin onbetuigd liet. Wat Gounod exact voor ogen stond, zullen we derhalve nooit weten maar gelukkig is niet alleen het grootste deel van de premièreversie bewaard gebleven, maar ook een stapeltje muziek dat op last van Carvalho niet in de partituur was opgenomen.

Omdat een opéra-comique, zeker met zulke uitgebreide dialogen, buiten het Franse taalgebied problemen opleverde, voorzag Gounod het werk voor de première in Straatsburg op 16 april 1860 van recitatieven. Voor voorstellingen in Londen laste de componist vervolgens in 1864 een aria in voor Valentin, Even the bravest heart may swell (Avant de quitter ces lieux), waarvoor hij gebruik maakte van een reeds bestaande melodie in het voorspel.

Op 3 maart 1869 volgde de première in de Parijse van een nieuwe versie met weer geheel nieuwe delen: het 'Chanson de Maître Scarabée' van Méphistophélès werd vervangen door 'Le veau d'or', een aria van Valentin met koor werd vervangen door het later zo populaire soldatenkoor, en natuurlijk werd de partituur uitgebreid met balletmuziek (waarvan sommigen overigens nog steeds betwijfelen of die inderdaad van de hand van Gounod is).

In de nu door Bru Zane gepresenteerde uitvoering ontbreken alle nagecomponeerde delen, terwijl we van de door Gounod na 1859 gewijzigde fragmenten weer we de originele versie horen. Daarnaast werd echter zoveel nooit uitgevoerde muziek teruggevonden, dat het uiteindelijke resultaat een geheel ander werk lijkt, zeker in karakter. Aan dat laatste wordt bijgedragen door uitgebreide dialogen die veel meer doen dan met name Wagner, Siebel en Marthe Schwertlein een grotere rol met een duidelijk profiel verlenen, en door onder meer een vijftal scènes met 'melodrama'.

Wagner en Siebel
Hoe anders deze 'originele' Faust is, blijkt al meteen in het eerste bedrijf. In de bekende versie gaan de openingsscène van Faust en de opkomst van Méphistophélès naadloos in elkaar over, maar de originele opzet bevat daartussenin een uitgebreide dialoogscène met een terzet voor Faust, Wagner en Siebel. Niet alleen blijkt daaruit dat Wagner en Siebel allebei studenten van Faust zijn, de eerste voor medicijnen, de tweede voor theologie, maar ook vertelt Wagner dat hij dienst heeft genomen in het leger en dat hij diezelfde dag nog met zijn vriend Valentin zal afreizen.

Die mededeling van Wagner brengt het gesprek op het feit dat Siebel nauwelijks aan studeren toekomt aangezien hij tot over zijn oren verliefd is op Valentin's zuster Marguerite, en dat leidt bij Faust tot heimwee naar de tijd waarin hij zelf jong en verliefd was. Met andere woorden: deze scène verleent niet alleen Wagner en Siebel meer profiel en een sterkere dramatische functie, maar zij plaatst ook de daarop volgende scène met Méphistophélès en de kermisscène (hier het tweede tafereel van het eerste bedrijf) in een beter kader. Onbegrijpelijk dat in het verder uitstekende, tweetalige boekwerk van 180 pagina's juist deze scène niet in de synopsis werd opgenomen!

Ook de bekende tuinscène klinkt hier totaal anders. Wat in de latere versie is uitgegroeid tot drie kwartier romantisch sentiment met enkele komische nootjes van Méphistophélès en Dame Marthe Schwertlein, is hier een kleurrijk toneelstuk met veel meer afwisseling. Dat danken we zowel aan de grotere rol van Marthe in de dialogen, als aan het feit dat we hier een elegantere Méphistophélès aantreffen, door zijn licht ironische vrolijkheid jeugdiger en mijlen verwijderd van de satanische duivel die sinds de granieten basklanken van Fjodor Sjaljapin en Boris Christoff in de mode is.

Aan de talloze andere, langere en kortere momenten die op de een of andere manier anders klinken, ga ik maar voorbij. Jammer is alleen dat de dramatisch onmisbare hoeveelheid dialogen een grotere verbreiding van deze versie in de weg zullen staan. De enige oplossing is een uitvoering in vertaling, maar dat lijkt onhaalbaar. Vanuit een soms misplaatst cultureel gevoel geeft het huidige publiek fanatiek de voorkeur aan een muziekdrama dat het niet verstaat boven een muziekdrama dat het wel verstaat. (Dat daarbij soms snobisme meespeelt, wordt duidelijk als de aversie tegen vertalingen opeens wegvalt als bijvoorbeeld een Franse opera in het Italiaans wordt uitgevoerd!)

De hier gepresenteerde uitvoering is eveneens een verrassing, zowel vocaal als stilistisch, en de inzet Les Talens Lyriques onder Christophe Rousset is een schot in de roos. Deze Faust is één en al sprankelend muziektheater in de beste traditie en klinkt daarbij totaal anders dan in traditionele uitvoeringen, ook als die gedirigeerd werden door grootmeesters van het Franse repertoire als André Cluytens of Georges Prêtre. Juist het gebruik van een authentiek instrumentarium versterkt de sfeer van de opéra-comique aanzienlijk en verleent bijvoorbeeld een leuk rustiek, bijna 'dorps' tintje aan de kermisscène. Dat het Vlaams Radiokoor daarbij niet altijd homogeen klinkt, doet aan de sfeer en de charme weinig af. We zullen dat ook maar als 'authentiek' beschouwen!

Verrassende solisten|
Twee grote verrassingen vinden we ook bij de solisten. Om te beginnen de titelrol van Benjamin Bernheim die we wel al kennen van eerdere opnamen, onder andere als Tebaldo in een dvd-productie van I Capuleti e i Montecchi uit Zürich en via de televisie als Ismaele in Nabucco uit hetzelfde theater. Hier hoorde ik hem voor het eerst in een grote Franse rol en het eerste wat frappeerde was de natuurlijkheid van zijn zang, die klinkt alsof het een andere manier van spreken is.

Bernheim's timbre lijkt op het eerste gehoor een beetje 'wit', zeker in vergelijking met echte 'Italiaanse' tenoren, maar het gemak en de souplesse van zijn toonvorming stellen hem in staat tot het aanbrengen van lichte kleurnuances die - met het tekstbegrip van een zanger in zijn moedertaal - leiden tot zeldzaam fraai fraseren. Met de idiomatische klankvorming van een 'native speaker' komt hij daarbij tot prachtige momenten, bijvoorbeeld een wondertje van voix mixte en pure lyriek horen in een bloedmooi gerealiseerd 'Ô merveille!'. Jammer dat hij zoiets in het slot van 'Salut! demeure' niet meer toepast. In de enkele opnamen van grote tenoren die het wel doen, levert het een betoverend effect op.

De tweede verrassing is de Méphistophélès van Andrew Foster-Williams, een Engelse zanger met een idiomatische realisering van het Frans en precies de stem voor wat de Fransen een 'basse-baryton' of een 'basse-chantante' noemen: meer een bariton dan een bas maar zonder de zwarte klanken van een echte bas en zonder de tenorale hoogte van de echte bariton. Het zweeft ertussenin en het maakt deze Franse duivel precies de elegante 'gentilhomme' die zowel Faust als Dame Marthe weet te verleiden. Met zijn slanke timbre weet hij bovendien de speelsheid, de humor en de ironie van zijn rol het volle pond te geven.

Tegenover hen plaatst Véronique Gens een ontroerend mooie Marguerite. Door haar timbre klinkt zij iets rijper dan menige voorgangster, maar hier is sprake van een bewuste keuze. In de traditionele, romantischer en donkerder getinte Faust zorgt de suggestie van een meisje voor een licht. onschuldig element, maar in de sfeer van de opéra-comique met een veel lichtere toets, is een iets serieuzere Marguerite juist nodig voor een heel ander contrast. Dat nog afgezien van het feit dat de partituur toont dat Gounod voor de op virtuositeit gerichte zang van Mme Carvalho op verschillende plaatsen in de partituur een - nu meestal uitgevoerd - hoger alternatief plaatste voor de door hemzelf gewenste lagere noot.

Uitmuntend in alle opzichten is de bariton Jean-Sébastien Bou als Valentin, hier zonder 'Avant de quitter ces lieux', maar wel met een levendige aria met koor na zijn terugkeer van het slagveld. Lof bovendien voor de bariton Anas Séguin als Wagner en de sopraan Ingrid Perruche als Marthe, twee rollen die aanmerkelijk beter uit de verf komen dankzij de uitgebreide dialogen. Opvallend is daarbij dat Marthe hier geen 'komische Alte' is, met een alt-timbre, maar een zogenaamde dugazon, een sopraanstem met een beperkte omvang, dus zonder de hoge noten waarmee de eerste sopraan kon pronken.

Iets dergelijks geldt voor Siebel en waar in de traditionele Faust een iets lichter timbre de voorkeur verdient, al was het maar om het kinderlijke van Siebel af te zetten tegen de demonie van Méphistophélès, gelden hier andere criteria. Hier is Siebel geen pubertje bij wie de hormoontjes rondgieren, maar een theologiestudent die verliefd is op de zuster van zijn vriend. Een donkerder timbre is hier dus op zijn plaats en Juliette Mars kwijt zich prima van die taak. Ik ben alleen niet zo blij met haar neiging om klinkers net iets te lang aan te houden waardoor het spitse en puntige van Siebel's muziek in het tweede en derde bedrijf een beetje verloren gaat.

Conclusie
Al met al een fascinerende en fraai opgenomen Faust die een plaats verdient in de boekenkast, want tussen de cd's past hij niet. Een absolute must voor iedere liefhebber van het Franse repertoire.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links