CD-recensie

 

© Paul Korenhof, april 2013

 

Gounod: Roméo et Juliette

Andrea Bocelli (Roméo), Maite Alberola (Juliette), Fabrizio Beggi (Le Duc de Vérone), Franco Sala (Paris), Marzio Giossi (Capulet), Elena Traversi (Gertrude), Blagoj Nakoski (Tybalt), Alessandro Luongo (Mercutio), Annalisa Stroppa (Stéphano), Biagio Pizzuti (Grégorio), Manuel Pieratelli (Benvolio),
Andrea Mastroni (Frère Laurent), Teatro Carlo Felice di Genova o.l.v. Fabio Luisi

Decca 478 4372 (2 cd's)

Opname: Genua, 21, 24-26 en 28 februari, 1-3 maart 2012

   

Volgens het opgeklopte tekstje achterop deze uitgave (bijna tien bijvoeglijke bepalingen in een zinnetje van 27 woorden) legt Andrea Bocelli 'zijn uniek hartstochtelijke benadering' in 'weer een van de grootste operapartituren'. Nu zal zelfs een fervent bewonderaars van Gounod drie keer nadenken eer hij Roméo et Juliette betitelt als een van de 'grootste operapartituren', maar helaas is van een 'uniek hartstochtelijke benadering' nog veel minder te merken. Mijn indruk van Bocelli's aandeel komt niet verder dan 'saai en kleurloos', en de uitgave als geheel is zonder meer overbodig.
Dat het noodlijdende operatheater van Genua dankbaar gebruik maakte van Bocelli's wens om Roméo te zingen, kan ik me overigens wel voorstellen. Het kan zalen vol fans opleveren en voor de echte operaliefhebbers stond bovendien een 'tweede bezetting' klaar. Dat Bocelli's eigen productiemaatschappij een en ander graag wilde opnemen, is eveneens begrijpelijk, maar waarom niet een leuke cd met hoogtepunten? Die sluit toch veel beter aan bij de wensen van Bocelli's eigen publiek? En waarom wil een respectabel label als Decca dan een complete registratie internationaal op de markt wil brengen? Is dit niet een heel diepe knieval voor de commercie?

De enige gefundeerde reden voor een complete uitgave is dat het de enige mogelijkheid biedt de stem van Andrea Bocelli gedurende de hele opera ook echt te hóren. Zonder versterking komt zijn dunne timbre in een theater niet ver, zeker niet in samenzang of als het orkest zich een beetje roert. Aan de andere kant is het pijnlijk hoe weinig kleur zijn zang via de cd ten toon spreidt. Als dit hartstocht is, is het de hartstocht van de misdienaar die ervan droomt priester te worden, niet de hartstocht van een puber bij wie de hormonen door zijn lichaam gieren en die dan opeens de mooiste nacht van zijn leven beleeft. Bij zo'n Romeo valt iedere Julia bij voorbaat al in slaap! Iedere operaliefhebber trouwens ook. Het enige positieve punt is dat alle noten er zijn - wat niet wil zeggen dat zij ook altijd een genoegen zijn om naar te luisteren. Van dynamiek is bovendien nauwelijks sprake, van bezieling nog minder, terwijl zijn schoolse Frans niet de indruk wekt dat hij ook begrijpt wat hij zingt.

Het grootste manco is hier echter Bocelli's gebrek aan gevoel voor ensemblekunst. In een opera die voor de helft bestaat uit liefdesduetten, klinkt hij de eerste bedrijven constant alsof hij alleen op het toneel staat, totaal ongehinderd door een sopraan met wie hij moet 'samenklinken', laat staan dat hij erin slaagt zijn stem naar haar toe te kleuren. Pas in de laatste akte gebeurt er iets, maar dan wel op de verkeerde manier: tijdens het slotduet ontaardt zijn stijl van zingen in een larmoyant verisme dat niet met de Franse opera te maken heeft.
Hoewel zijn tegenspeelster Maite Alberola niet excelleert in de jeugdigheid en de sprankelende virtuositeit waar haar rol om vraagt en in de hoogte soms ook gespannen klinkt, zet zij een respectabele Juliette neer, zeker waar Gounod's melodieën om een bredere lyriek vragen en op de momenten die naar de tragedie neigen. De overige rollen zijn betrouwbaar bezet met Italiaanse solisten die keurig Frans zingen, zij het niet altijd stilistisch 'Frans'. Vooral Annalisa Stroppa als de page Stéphano en Alessandro Luongo als Mercutio weten daarbij te overtuigen en eigenlijk betreurde ik verder alleen het gebrek aan autoriteit bij Andrea Mastroni's Frère Laurent, waardoor de huwelijksscène nog meer in de lucht bleef hangen.

Onder leiding van Fabio Luisi, toen chefdirigent in Genua, komt de gehele uitvoering bijzonder verzorgd over, maar toch komt het orkest ietwat onderkoeld over. De klank is er wel, maar het geheel komt onvoldoende tot leven, zeker in de diverse duetten. Uit het cd-boekje blijkt echter dat Bocelli's zijn eigen 'recording engineer' had meegenomen en het lijkt alsof die de taak had ervoor te zorgen dat de stem van zijn protegé (werkgever?) nooit echt in de verdrukking zou komen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links