CD-recensie

Een 'nieuwe Netrebko'?

 

© Paul Korenhof, februari 2017

 

Aida Garifullina
G
ounod: Roméo et Juliette 'Je veux vivre'
Delibes: Lakmé 'Où va la jeune hindoue?'
Rimski-Korsakov: Sadko lied van de Indische koopman (arr. Paul Bateman) - Het sneeuwmeisje aria van Snegoerotsjka - De gouden haan Hymne aan de zon - aria van de koningin van Sjemacha - De roos en de nachtegaal op. 2 nr. 2
Tsjaikovski: Serenade op. 63 nr. 6 - Mazeppa Maria's wiegelied
Rachmaninov: Seringen op. 21.5 - Hoe mooi is het hier op. 21 nr. 7 - Vocalise op. 34 nr. 14
Solovieb-Sedoj: Middernacht in Moskou
anon.: Alluki - Kozakken-wiegeliedje

Aida Garifullina (sopraan)
ORF Radio-Symphonieorchester Wien
Dirigent: Cornelius Meister
Decca 0289 478 8305 0
Opname: Wenen, februari, maart en mei 2016

   

Waar zijn nog producers als Walter Legge die zangers in de opnamestudio noot voor noot begeleidden en zelfs de best opgeleide onder hen waar nodig nog coachten? Toen ik vorig jaar in een voorstelling van Boris Godoenov van de Weense Staatsopera, met René Pape in de titelrol, de mij nog onbekende Aida Garifullina als Ksenja hoorde, moest ik terugdenken aan een voorstelling van een halve eeuw eerder, toen in Covent Garden een jonge Kiri Te Kanawa die rol tegenover Boris Christoff.
Deze cd trekt de parallel echter niet door en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat een gebrek aan coaching daarbij een grote rol speelt. Wellicht komt de cd ook te vroeg, omdat Decca zo snel mogelijk wilde aanknopen bij het succes van de film over Florence Foster Jenkins, waarin de jonge Tataarse de rol van de coloratuursopraan Lily Pons zingt. Haar esthetisch verantwoorde uiterlijk zal eveneens een rol hebben gespeeld (men hoopt natuurlijk op 'een nieuwe Anna Netrebko'), want ook in de operawereld is glamour een grote rol gaan spelen en lijkt het uiterlijk belangrijker dan stem, zangkunst en vocale expressie.

Vooralsnog biedt deze debuut-cd vooral mooie beloften, waarbij een fraaie klank kennelijk belangrijker is dan artistieke en zangtechnische afwerking. Garifullina beschikt over een vooral in het midden fluwelige lyrische sopraan met een duidelijke dispositie voor het zingen van coloraturen en met een romiger timbre maar ook met minder sprankeling dan we hoorden op de debuut-cd van Olga Peretyatko. Dat zal ook hebben bijgedragen aan de beslissing om de cd niet te vullen met coloratuuraria's, maar om die af te wisselen met een variëteit aan romantische Russische en Tataarse liederen.
Helaas zijn de mensen achter de sopraan zich onvoldoende bewust geweest van het feit dat jonge zangers begeleid en gecoacht moeten worden. Serafin en Bonynge deden dat nog bij Callas en Sutherland toen deze al wereldfaam hadden en wat er mis kan gaan als zoiets niet gebeurt, zien we aan de vrije val waarin Gortsjakova dankzij Gergjev terechtkwam of aan de expressieloze poezeligheid waarin de gouden stem van Anna Netrebko beland is.

Deze cd demonstreert de eerste gevaren voor Garifullina, die hier dingen doet waarvoor een echte 'zangersdirigent' al bij de twee Franse aria's regelmatig zou aftikken, maar die nu ongegeneerd op de cd zijn gezet. De problemen beginnen als in het virtuoze 'Je veux vivre' uit Roméo et Juliette, waar Garifullina duidelijk moeite heeft met de exacte lengte van de noten in coloratuurpassages en al helemaal met voorslagen. In de eerste twaalf maten noteert Gounod bijvoorbeeld negen keer een kwart voorafgegaan door een voorslag, maar bij Garifullina klinkt dat consequent als negen keer twee achtsten, wat een speelse galop verandert in een vlotte draf. Ook leuk, maar niet hetzelfde en zeker niet wat de componist heeft bedoeld. Hoe het wel moet demonstreren tal van coloratuursopranen uit het verleden met als idiomatisch niet ideaal maar technisch perfect voorbeeld Joan Sutherland in haar dubbelalbum The Art of the Prima Donna.

Erg benieuwd was ik naar de realisering van datzelfde walslied door Garifullina vorige week in een voorstelling van de Weense Staatsopera onder leiding van Plácido Domingo, de man die haar op zijn Veronese concours min of meer ontdekt heeft. Daar werd meteen duidelijk dat er sinds de opname van de cd-versie aan haar zang was gewerkt, maar het hier wel aanwezige lengteverschil resulteerde niet echt in een frisse voorslag met een strak in het ritme gehouden kwartnoot. Eerder kreeg het geheel iets slepends doordat die kwartnoot zelfs nog iets te lang werd aangehouden.
Tijdens de voorstelling en bij het slotapplaus toonde het Weense publiek zich uitermate enthousiast, maar dat leek mij toch sterk beïnvloed door de combinatie van de vocale élégance van Juan Diego Flórez als Roméo met een Juliette die er ook echt als een Juliette uitzag. Niet dat ik een voorstander ben van een overjarige matrone in die rol, maar ik hoor toch liever een vertolking die vocaal wat exacter is (en liefst ook een beetje verstaanbaar - maar 'in het Frans zingen' is in de Weense Staatsopera een zo mogelijk nog groter probleem dan stilistisch 'Frans zingen' . . .).

Terug naar de cd. Ook bij de 'klokjesaria' uit Lakmé heb ik het klavieruittreksel er maar bij gepakt en wederom bleek Garifullina ietwat vrij om te gaan met de notenlengte. Nu schrijft Delibes in die aria regelmatig 'Presque en Récitatif' boven de vocale lijn, maar zo vrij als hier hoeft het ook weer niet. Weinig fraai is bovendien dat zij zelfs adem haalt in het midden van een coloratuurpassage, en daarnaast klinkt haar Frans hier nog minder idiomatisch. In de frase 'La jeune fille accourt et brave leurs fureurs' zingt zij [fijje] i.p.v. [ fíeje], [ekor] i.p.v. [akkóer], [lur] i.p.v. [leur], [ferur] i.p.v. [fúreur] en ga zo maar door. Alle open, heldere klinkers worden afgezwakt en ook daardoor worden woorden - ondanks de microfoon - soms compleet onverstaanbaar.
Essentieel in haar vertelling over de 'jeune hindoue' is bovendien dat het hindoemeisje in de vreemdeling Vishnou de zoon van Brahma herkent, dus je zou verwachten dat de naam Vishnou enige aandacht zou krijgen, maar als toehoorder moet je echt weten wat er staat om het ook te kunnen verstaan. In zijn totaliteit klinkt de aria bovenal te romantisch gefraseerd te dromerig. De noten zijn er verder wel, fraai van klank ook, maar de 'klokjes' ontbreken. Bovendien vraagt deze aria vraagt echt om een glorieuze, aangehouden triller aan het slot, maar daarvan is helaas weinig te bespeuren.

Het overgrote deel van deze met 59' gelukkig niet overvolle cd is gevuld met Russische muziek in een mélange van aria's, liederen en lichter repertoire, met een tenor-aria uit Sadko in een arrangement voor sopraan, een vrijheid waarin sopranen als Lily Pons haar zijn voorgegaan. Over de accuratesse en de verstaanbaarheid van het Russische repertoire durf ik echter minder uitspraken te doen. Het komt allemaal redelijk idiomatisch maar tegelijk wat gladjes over, alsof ook hier de gepolijste, vloeiende klanken voorop staan. Boven de balk is er bovendien weinig variatie in kleuring en ook technisch moet er nog een en ander gebeuren om bijvoorbeeld een vrije hoogte te suggereren. Wel zijn er kort aangezette trillers die erop wijzen dat een echte triller wel binnen haar bereik ligt, maar voorlopig is die er nog lang niet en dat moet toch haar leraren worden aangerekend.

Cornelius Meister zorgt met zijn Weens radio-orkest voor degelijke begeleidingen, maar laat te veel aan zijn soliste over en lijkt zich er ook niet van bewust dat een zangeres iets anders is dan een zingend muziekinstrument. Dat is hem misschien niet aan te rekenen; hem had deze cd gewoon niet toevertrouwd moeten worden. Het slot, het populaire Moskouse Nachten, klinkt door een in Moskou opgenomen begeleiding een stuk ruimtelijker dan de voorgaande opnamen. Een leuke afsluiting, maar door het klankverschil toch ook ietwat merkwaardig.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links