CD-recensie

 

© Paul Korenhof, augustus 2008


 

Dvorįk: Symfonie nr. 6 in D, op. 60 - Vodnik (De Waterman) op. 107.

Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Jakov Kreizberg.

PentaTone Classics PTC 5186 302 (sacd)

 

 

 


In de jaren tachtig verraste het toen nog jonge label Chandos met een Tsjaikovski-cyclus die zich door zijn frisse, muzikale benadering en de buitengewoon fraaie opname naast alle gevestigde interpretaties staande kon houden. De dirigent was Mariss Jansons, op dat moment chefdirigent van het Philharmonisch Orkest van Oslo dat door hem tot grote hoogten werd opgestuwd. Aan dat effect, maar ook aan die artistieke combinatie moest ik denken tijdens het beluisteren van de derde uitgave in de Dvorįk-cyclus die PentaTone momenteel opneemt met Yakov Kreizberg en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Of het echt een cyclus gaat worden, blijft natuurlijk afwachten (het aantal onvoltooide cyclussen is onderhand niet meer te overzien), maar de eerste drie uitgaven hebben inmiddels een niet meer weg te denken plaats in mijn discotheek veroverd.

PentaTone begon in 2003 met een 'Nieuwe Wereld' (gekoppeld aan Romeo en Julia van Tsjaikovski) die ongeveer parallel aan de opname van het KCO onder Jansons op de markt kwam, en die daarbij bepaald niet in de schaduw bleef. Waar het KCO misschien iets meer virtuositeit en een grootser klankbeeld ten toon spreidde, overtuigde het NedPhO door sfeer en lyriek, waarbij de doorzichtige en puntgave surround-opname bijna deed vergeten dat de opname niet in het Concertgebouw was gemaakt, maar in de Beurs van Berlage. Vorig jaar volgde de Achtste Symfonie en de indruk die de Negende had gemaakt werd eerder overtroffen dan geėvenaard, terwijl de combinatie met De Woudduif op. 110 en De Middagheks op. 108 het accent extra op Dvorįk legde.

De Zesde Symfonie heeft mij tot dusver nooit zoveel gezegd. Mooie muziek en ik kan me voorstellen dat het werk lange tijd bijzonder populair is geweest, maar daar bleef het dan ook bij. Bij deze uitvoering ging ik echter recht overeind zitten - en niet alleen omdat de muziek vanaf de eerste maat in opulente klankgolven de kamer binnen kwam. De frisse lyriek van het eerste deel wordt doorgetrokken in het Adagio, dat ondanks de erin doorklinkende weemoed geen spoor van sentimentaliteit vertoont. De daarop volgende Furiant vraagt om vuurwerk en Kreizberg grijpt die kans met beide handen aan, maar hij onthoudt zich van effectwerk en zorgt dat de totale balans nergens verstoord wordt. Smetana ligt op de loer, maar het blijft Dvorįk, zoals in de Finale ondanks de parallellen met Brahms eveneens het eigen karakter van de componist behouden blijft. Het symfonisch gedicht Vodnik (De waterman) vormt een passende aanvulling en halverwege begon ik opeens te hopen op ene complete Rusalka onder Kreizberg. Als De Nederlands Opera niet meedoet, mag het van mij ook concertant!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links