CD-recensie

Operaverwarring opgehelderd

 

© Paul Korenhof, juni 2014

 

Donizetti: Rita (Deux hommes et une femme)

Katarina Karnéus (Rita), Barry Banks (Pepé), Christopher Maltman (Gasparo)
The Hallé o.l.v. Mark Elder

Opera Rara ORC50

Opname: Manchester, september 2012

 

Een van de eerste opera's van Donizetti waarvan ik een complete opname bezat, was Rita , een opname in het Italiaans uit 1956 onder René Leibowitz op één elpee met Graziella Sciutti in de titelrol, maar helaas zonder libretto. Dat vond ik pas bij een opname op Cetra met Giuseppina Arnaldi en daarbij voegde zich later nog een RCA-versie met Cecilia Fusco, beide eveneens in het Italiaans.
Hoewel ik het werk inmiddels in de beschikbare literatuur had leren kennen als Rita, ou Le Mari battu, een opéra comique met gesproken dialogen, volgden alle drie deze Italiaanse uitvoeringen de Italiaanse traditie met gezongen recitatieven. Zoals dat in Italië bij dit soort luchtige werkjes gebruikelijk was, werd de hoofdrol in alle drie de uitvoeringen bovendien gezongen door een naar de soubrette neigende lyrische sopraanstem. De documentatie bleef echter wat warrig, wat waarschijnlijk samenhing met het feit dat het werkje pas op 7 mei 1860, twaalf jaar na de dood van de componist, in de Opéra Comique in première ging.

Toen ik later mijn encyclopedie schreef, was ik inmiddels zover dat ik daarin kon vermelden dat Rita, ou Le Mari battu (Rita, of De man die de klappen kreeg), ook opgevoerd als Deux hommes et une femme (Twee mannen en een vrouw), een komisch operaatje was op een libretto van Gustave Vaëz (= Jean van Nieuwenhuysen), maar op basis van de toen bekende gegevens schreef ik ook dat Donizetti voor de compositie in 1841 gebruik had gemaakt van een Italiaanse tekst van E. Colosimo met de titel Due uomini ed una donna .
Als de informatie in het cd-boekje van Opera Rara juist is (en ik heb geen reden daaraan te twijfelen) kloppen van dit alles alleen de naam van de librettist Vaëz, de titel Deux hommes et une femme en wellicht ook het jaartal 1841, terwijl voor de Parijse première de titel Rita, ou Le Mari battu werd gebruikt, waarbij de puntige tekst van Vaëz links en rechts een beetje geromantiseerd was. (De naam van de verder onbekende Colosimo is alleen verbonden met de Italiaanse theaterversie, waarbij de dialogen dus tot recitatieven werden ongewerkt en heeft met de oorspronkelijke compositie niets van doen.)

Inhoudelijk blijft het werkje natuurlijk in grote lijnen hetzelfde: De herbergierster Rita heeft haar tweede echtgenoot Pepé afgericht tot pantoffelheld, nadat de eerste, Gasparo, er in de huwelijksnacht vandoor was gegaan. De terugkeer van Gasparo leidt tot een kaartspelletje met Rita als inzet, waarbij beiden hun best doen te verliezen. Het lot wijst Pepé als 'winnaar' aan, maar deze krijgt van Gasparo praktische tips om te voorkomen dat hij weer onder de plak komt.
In zijn benadering van de partituur tracht Mark Elder echter met succes het werk niet te presenteren als een luchtig niemendalletje, maar als een compositie waaraan de rijpe Donizetti alle mogelijke aandacht heeft gegeven en dat plaatst de muziek toch meer op het niveau van zowel Donizetti's 'grote' werken uit die periode als de opera's van zijn tijdgenoot Auber. Het gebruik van de uitstekend verstaanbare Franse dialogen vormt daarbij een extra winstpunt, waarbij de inzet van drie niet-Franse solisten bewonderenswaardig moet worden genoemd.
Natuurlijk zou het werkje anders geklonken hebben met Jane Rhodes of Liliane Berton, Michel Dens en André Mallabrera in de solistische partijen, maar de gouden tijden van de opéra comique zijn nu eenmaal voorgoed voorbij en met deze solisten ben ik dik tevreden. Erg prettig is bovendien dat de Franse gewoonte om een 'speelsopraan' als d etessitura dat toelaat door een lichte mezzosopraan te laten zingen, iets wat bijvoorbeeld ook vaak gebeurde met rollen als Zerlina, Despina en Susanna. De Zweedse Katarina Karnéus kwijt zich uitstekend van die rol, terwijl de Engelse tenor Barry Banks zich devenmin onbetuigd laat als de ietwat sullige echtgenoot die zich aan het slot niet aan het huwelijksgenot kan ontworstelen. Fraai gezongen en raak getypeerd is de Gasparo van de bariton Christopher Maltman, een lyrische bariton van wie ik veel meer zou willen horen, zeker in Donizetti en lyrische Verdi-rollen, en die eveneens uitstekend weg weet met het Frans.

Zoals we van Opera Rara konden verwachten, presenteert dit label ons de complete en zorgvuldig gereconstrueerde oorspronkelijke versie uit 1838-1841 in een opname die aan alle kanten met de grootste zorg omgeven is. Als altijd bevat de uitgave (in een schuifcassette) een juweel van een cd-boekje met de uitstraling van een 'collector's item'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links