CD-recensie

Nostalgie en italianità in Don Pasquale

 

© Paul Korenhof, april 2008

 

Donizetti: Don Pasquale.

Fernando Corena (Don Pasquale), Afro Poli (Dottore Malatesta), Agostino Lazzari (Ernesto), Dora Gatta (Norina), Gino del Signore (Un notaro), k oor en orkest van het Teatro alla Scala o.l.v. Armando La Rosa Parodi.

Gala GL 100.796

Opname: Urania, Milaan 1951


Donizetti schreef de titelrol in Don Pasquale niet voor een karakteristieke buffo-bas of een baritono brillante, en al helemaal niet voor een afgezongen heldenbariton, maar voor de grote Luigi Lablache, de grootse bas van zijn tijd, met een vol en sonoor timbre, en daarnaast ook een uitstekend acteur. Vind zo iemand tegenwoordig nog maar eens! De meeste theaters proberen het niet eens en aangezien de meeste regisseurs met dit werk het liefst op de karikaturale toer gaan, is iedereen al lang blij met het 'karikaturale' timbre van een echte komediant of van een grootheid uit vroeger tijden die nog een beetje stem over heeft. Dat was ooit anders en in de jaren vijftig en zestig was Don Pasquale het paradepaardje van Fernando Corena (1916-1984), een zanger die zich weliswaar op het komische repertoire geconcentreerd had, maar die ons ook menige serieuze opname heeft nagelaten.

ItalianitÓ

Tot de belangrijkste opnamen van Corena behoort de Don Pasquale die hij in 1951 opnam voor Urania onder leiding van de in dit repertoire doorknede Armando La Rosa Parodi. Die namen zullen de moderne operaliefhebber nog maar weinig zeggen en hetzelfde geldt voor de rest van de bezetting. De breed getimbreerde, eigenlijk net iets te 'veristische' veteraan Afro Poli zong Malatesta, Agostino Lazzari, een van de leidende Italiaanse leggierotenoren van dat moment (die stemsoort bestond toen nog!) zong Ernesto en Norina was in handen van de misschien een beetje monochrome, maar uiterst capabele Dora Gatta. Samen maakten zij deze Don Pasquale tot een heerlijk Donizetti-festijn en door de sfeer en vooral de italianitÓ waarvan het geheel doortrokken is, blijft dit na al die jaren nog altijd mijn favoriete opname van deze opera. Dit blijft een opera die vraagt om zangers bij wie het Italiaans met de paplepel ingegoten is, en niet alleen voor het duet 'Cheti, cheti, immantinente'. Hier telt ieder woord en vooral Corena en Poli zijn op dat punt onverbeterlijk, terwijl Lazzari - hoewel hij Tito Schipa natuurlijk niet doet vergeten - zich op hoog niveau bij hen aansluit.

Aanvullingen

De cd-transcriptie van Gala klinkt even natuurlijk als het origineel en toen ik de originele lp's ernaast legde, kon ik geen spoor van schadelijke filtering ontdekken. Sterker nog: zelfs de groefloop was intact gebleven en dat komt toch veel prettiger over dan het steriele vacuŘm van menige digitalisering. Alleen zou een kleine pauze vˇˇr de laatste scŔne wel prettig zijn geweest.

Helaas is de verdeling van de muziek over de beide cd's niet helemaal gelukkig. Om zoveel mogelijk ruimte over te houden voor aanvullingen werd besloten de eerste cd af te breken op het dramatisch belangrijkste moment van de opera, als in het duet Norina-Pasquale de komedie even omslaat in tragedie. Dat is extra jammer, omdat ter aanvulling niet werd gekozen voor andere opnamen met Corena. In plaats daarvan horen we delen uit een klanktechnisch heel mat minder fraaie opname van Rossini's Il Turco in Italia van de RAI uit 1958, met als enige punt van overeenkomst dat Lazzari er soms even in te horen is. De eenvoudige tekstbijlage (nog altijd een millimeter te groot voor het doosje) past in de sobere afwerking die we van Gala gewend zijn.

Uit het plakboek van een verzamelaar...

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links