CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2021

Donizetti: Il paria
Albina Shagimuratova (Neala), René Barbera (Idamore), Marko Mimica (Akebare), Thomas Atkins (Empsaele), Misha Kiria (Zarete), Kathryn Rudge (Zaide)
Opera Rara Chorus
Britten Sinfonia
Dirigent: Mark Elder
Opera Rara ORC60 (2 cd's)
Opname: Londen, 1-6 juni 2019

   

Ondanks het bestaan van een opname op Bongiovanni was Il paria (De paria) mij tot nu toe volslagen onbekend. Niet verwonderlijk overigens: na de eerste première in Napels op 12 januari 1829 had het werk het niet verder gebracht dan een half dozijn voorstellingen om daarna bijna twee eeuwen in de archieven te verdwijnen.

Veel aanleiding voor hernieuwde belangstelling leek er ook niet te zijn. 1829, het jaar waarin ook Il giovedi grasso en Il castello di Kenilworth ontstonden, viel ruim binnen Donizetti's galeienjaren waarvan pas met Anna Bolena voorzichtig het einde werd ingeluid. En dat Donizetti zeker in deze drukke jaren, waarin hij meer dan eens vier opera's per seizoen componeerde, niet al te kritisch kon zijn ten aanzien van de aangeboden libretti, is duidelijk.

Dat laatste heeft het melodramma Il paria ook op meerdere punten in de weg gestaan. Het door Domenico Gilardoni op basis van diverse thema's samengestelde libretto rammelt aan alle kanten en paart een zwak verhaal met een gebrek aan motivatie voor diverse handelingen van de hoofdpersonen. Zo'n tekst hoeft op zich niet desastreus te zijn als de karakters maar geloofwaardig overkomen, maar daaraan ontbreekt het eveneens.

In Il paria lijkt het bovendien of we weer verzeild zijn in de sfeer van de opera seria waarin een aria niet zozeer een dramatische functie had, maar vooral diende om een emotie muzikaal vorm te geven. Daarin slaagt Donizetti wel degelijk, maar voor het Napolitaanse van publiek van 1829 was dat onvoldoende, terwijl het dramatisch slecht onderbouwde tragische einde ook niet aan de theatrale eisen van dat moment beantwoordde.

Het verhaal dat zich afspeelt in Benares (India) in de 16de eeuw, is een hotpot van exotische elementen rond de paria Idamore. Door zijn lage afkomst te verbergen kon deze opklimmen tot een gevierd legerleider, maar als hij op het punt staat te trouwen met Neala, de dochter van Akebare, de hogepriester van Brahma en een fanatiek bestrijder van de paria's, verschijnt zijn vader Zarete ten tonele.
Idamore kan nu zijn afkomst niet langer verloochenen, maar wordt daarbij gesteund door zijn tot een hogere kaste behorende bruid. Akebare triomfeert echter en laat Idamore en diens vader ter dood brengen, niet in het minste gehinderd door het feit dat zijn eigen dochter hun lot wil delen.

Muzikaal is Il paria echter verrassend, onder meer door een uitgebreide koorpartij, hier klankrijk vertolkt door het Opera Rara Chorus, maar ook door het ontbreken van de in die tijd gebruikelijke concertato-finale aan het slot van het eerste bedrijf. Eveneens opvallend is een orkestpartij waarin vooral de prominent aanwezige houtblazers inderdaad, zoals producer Roger Parker ergens opmerkte, associaties oproepen met de muziek van Beethoven.

Het blijft jammer dat Donizetti zijn plannen voor een revisie nooit heeft kunnen realiseren, maar het is begrijpelijk dat hij delen verwerkte in onder andere Anna Bolena en Le Duc d'Albe. Aan de andere kant heeft Opera Rara met deze uitgave een waardevolle bijdrage geleverd aan de Donizetti-discografie. Een meesterwerk is Il paria niet, maar onder de bezielde en bezielende handen van Mark Elder met daarbij aansluitend spel van het Britten Sinfonia ontstond wel een uitvoering die ik met plezier meteen twee keer achtereen gedraaid heb om er goed in te komen.

Een ander probleem dat Il paria parten zal hebben gespeeld, is het vereiste vocale niveau. De partijen van Idamore en Zarete werden door Donizetti geschreven voor twee van de grootste zangers van de 19de eeuw: de tenor Giovanni Rubini en de bas Luigi Lablache, die later in Parijs deel zouden uitmaken van het 'Puritani-kwartet'.

Vooral Rubini heeft zijn stempel op de partituur gedrukt: Idamore werd wellicht de Donizetti's moeilijkste tenorrol, culminerend in een aria met dertien topnoten (hoge c's en daarboven) die bovendien niet altijd zodanig zijn geplaatst dat de tenor 'ernaartoe kan glijden'. Rubini moet een tenor geweest zijn bij wie zulke noten er met een druk op de knop uit kwam. Bijna onvoorstelbaar, zelfs bij de iets lagere stemming uit die tijd en het gebruik van voix mixte of falset.

Voor deze opname, die werd voorafgegaan door een concert in het Barbican, had Opera Rara de beschikking over de Amerikaanse tenor René Barbera, en dat was een bijzonder gelukkig toeval! Een week vóór het concert liet de oorspronkelijk geëngageerde tenor het afweten en Barbera was de enige beschikbare zanger die de stratosferische hoogten aan kon en de rol ook nog in één week tijd kon instuderen.

Dat Barbera knap gebruikt maakt van voix mixte draagt niet alleen bij tot het technische niveau van zijn vertolking, maar is ook stilistisch een pluspunt. Zijn slanke timbre, zijn muzikaliteit en zijn vertolkingskunst bekronen een prestatie waarvoor ik alleen maar grote bewondering kan opbrengen!

Op zijn website betitelt Misha Kiria zich als een 'Georgische bariton', maar zijn ronde volle timbre, iets slanker dan dat van José van Dam, is meer dat van een basse chantante en past daarmee uitstekend bij de door Lablache gecreëerde rol van Zarete.
Toegegeven, een enkele lage toon kon iets meer fundament gebruiken, maar Kiria maakt met zijn persoonlijkheid Donizetti's vaderrol volledig waar en roept in zijn aria dan ook positieve associaties op met Van Dam's indrukwekkende Nilakantha in Delibes' Lakmé. Een hoogtepunt van de opera werd mede daardoor het duet van Zarete en Idamora aan het slot van het eerste bedrijf.

De bas- en vaderrol van de hogepriester Akebare moet het helaas stellen zonder aria en gezien de sterke, op basis van religieus fanatisme doortrokken vertolking van de Kroatische basbariton Marko Mimica is dat alleen maar jammer. En zonder meteen aan Verdi's Don Carlos te denken, ben ik wel nieuwsgierig wat Donizetti gedaan zou hebben met een duet van Akebare en Zarete!

Een extra pluspunt vormt de bijdrage van de Russische Albina Shagimuratova die enkele jaren geleden de wereld veroverde met haar Semiramide (klik hier). Wederom bewijst zij hier haar affiniteit met het Italiaanse bel canto met fijzinnig afgewerkte roulades, heldere intervallen en een homogene timbre door alle registers heen. Haar tekstbegrip blijft daarbij niet achter en zo weet zij in haar droomvertelling in het eerste bedrijf haar perfect afgewerkte coloraturen nog een sterk dramatische lading te geven.

Kenmerkend voor opnamen van Opera Rara blijft het niveau van 'italianità', ook zonder één Italiaanse solist, terwijl Mark Elder wederom garant staat voor de muziekdramatische sfeer. Dat gevoegd bij de uitmuntende opname, een esthetisch fraaie presentatie en een boekje dat ook inhoudelijk een juweeltje is, maakt deze uitgave weer tot iets bijzonders.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links