CD-recensie

Onweerstaanbare extravaganza

 

© Paul Korenhof, augustus 2016

 

Corigliano: The Ghosts of Versailles

Christopher Maltman (Beaumarchais), Kristinn Sigmundsson (Louis XVI), Patricia Racette (Marie Antoinette), Scott Scully (Marquis), Lucas Meachem (Figaro), Lucy Schaufer (Susanna), Joshua Guerrero (Count Almaviva), Guanqun Yu (Rosina), Brenton Ryan (Léon), Stacey Tappan (Florestine), Robert Brubaker (Bégearss), Joel Sorensen (Wilhelm), Renée Rapier (Cherubino), Philip Cokorinos (Suleyman Pasha), Museap Kim (British Ambassador), Patti LuPone (Samira) e.v.a., LA Opera
Dirigent: James Conlon

PentaTone Classics PTC 5186 538 (2 sacd's)

Opname: Los Angeles, februari-maart 2015

 


Gelukkig zijn u en ik Nederlanders, want in het buitenland leven toch maar vreemde mensen. Dat merk je vooral als je daar naar het theater gaat. Natuurlijk hebben ze daar ook echt 'modern theater', maar tegelijk mogen klassieke auteurs als Shakespeare en Molière der nog 'gewoon' worden uitgevoerd, zonder drastische ingrepen in de tekst en zonder dat de acteurs op de vreemdste momenten in hun blootje gaan lopen om elkaar danmet afval te bekogelen of met slagroom in te smeren. En moderne opera's mogen daar zelfs nogeen libretto hebben dat een 'gewoon publiek' kan begrijpen, en muziek waarvan de leek zich niet hoeft af te vragen of het al begonnen is of dat ze nog zitten te stemmen. En het vreemdste: een gezelschap in Londen, Parijs of New York dat zulke voorstellingen brengt en ook nog volle zalen trekt, wordt niet vanwege dat feit alleen al door de gezamenlijke critici de grond in geboord. Een totaal andere wereld dus, een achtergebleven gebied met mensen die absoluut niet begrijpen dat zoiets in deze tijd echt niet meer kan!

'American Operas'
Als gevolg van dat alles verschilt het karakter van veel Amerikaanse opera's essentieel van wat wij in Europa - en zeker in Nederland - gewend zijn. Kort door de bocht kan men stellen dat Amerikaanse componisten de lijnen van Puccini en Britten hebben doorgetrokken en overgoten met een flinke scheut Hollywoodsaus. En met succes! Om een voorbeeld te noemen: omjubelde uitvoeringen van Dead Man Walking van Jake Heggie naar het verfilmde boek van Sister Helen Prejean hebben zelfs al geleid tot twee commerciële opnamen: de premièreregistratie met Susan Graham (San Francisco 2000, Erato) en een latere met Joyce DiDonato (Houston 2012), beide met Frederica von Stade als de moeder van de ter dood veroordeelde Joseph De Rocher.

Jazz, Elvis Presley, Amerikaanse pop en Amerikaanse musicals gaan er hier in als zoete broodjes, maar ondanks pogingen van onder meer Hans de Roo om verandering te brengen in de Europese huiver voor Amerikaanse opera's, staat de Europese belangstelling daarvoor nog altijd op een laag pitje. Kennelijk zijn ze dramaturgisch en/of muzikaal te conventioneel, traditioneel of voorspelbaar voor onze 'moderne' smaak, maar dat weerhoudt het label Pentatone niet van een nieuwe cd-reeks onder het eerlijke motto 'American Operas'. De eerste twee uitgaven daarin betreffen The Ghosts of Versailles van John Corigliano, in première gegaan op 19 december 1991, en Cold Mountain van Jennifer Higdon waarvan de Santa Fe Opera op 1 augustus 2015 de première verzorgde.

'Grand opera buffa'
De ontstaansgeschiedenis van The Ghosts of Versailles begon toen James Levine in 1980 met de componist John Corigliano de mogelijkheden besprak voor een nieuw opera voor het eeuwfeest van de Met in 1991. Het enthousiasme van de componist voor de komische opera's van Mozart ketste echter af op Levine's mening dat zijn theater 'te groot voor een buffo-opera' was, waarop Corigliano repliceerde dat hij ook een 'grand opera buffa' kon schrijven. Levine ging overstag.;
Dit gesprek leidde tot een groots opgezet 'historische' opera op een tekst van William Hoffmann naar L'autre Tartuffe ou La mère coupable (1792), het laatste deel uit de Figaro-trilogie van Beaumarchais. In een plot met de Franse schrijver als hoofdpersoon bracht Hoffman personages uit diens stuk samen met historische figuren uit de periode van de Franse Revolutie. Tijdens een rossiniaanse wirwar van gebeurtenissen ontstaat dan een relatie tussen de onthoofde Marie-Antoinette en de schepper van Figaro en Almaviva, die zijn eigen personages inzet in de hoop de loop van de geschiedenis met terugwerkende kracht te veranderen. Dat lijkt te lukken, maar op het laatste moment accepteert de onthoofde koningin de loop van de gebeurtenissen en legt zij zich neer bij haar historisch lot.

Coloratuur-aria
Het resultaat is een extravagant, op en top theatraal en kleurrijk spektakel waarvoor Corigliano muziek schreef in een gematigd modern idioom met parodistische verwijzingen naar Mozart, Rossini, Strauss, Wagner en andere componisten. Muzikaal hoogtepunt daarbij is de uitgebreide buffo-finale van het eerste bedrijf met als centraal element een virtuoze, speciaal voor de alt Marilyn Horne geschreven coloratuur-aria met reminiscenties aan Candide van Bernstein. Ondanks het succes verdween het werk echter van het toneel, vooral omdat de cast van twaalf hoofdrollen, twaalf kleinere rollen en een reeks bijrollen hernemingen voor de Met vrijwel onbetaalbaar maakte. Belangstellenden moesten het doen met laserdiscs en een vhs-band (een dvd is alleen in kleine oplage beschikbaar geweest), maar nu is er deze nieuwe opname die vorig jaar werd gemaakt tijdens een voorstelling door de Los Angeles Opera.

Sterk theatraal
Natuurlijk was ik vooral nieuwsgierig hoe het werk na een kwart eeuw en zonder toneelbeeld op mij zou overkomen, maar dat viel absoluut niet tegen. Dramaturgisch is The Ghosts of Versailles niet over de hele linie even sterk en kennis van het libretto is een vereiste, want wie de cd's opzet en ondertussen gaat afwassen, koffie zetten of de krant lezen, mist de boot volledig. Corigliano's partituur zal niemand door 'moderniteit' afschrikken, maar het is geen muzikaal behang. Afgezien misschien van fragmenten als Samira's coloratuur-aria en Figaro's verrukkelijke pendant van Rossini's 'Largo al factotum' is het sterk theatrale muziek die constant vraagt om aandacht, ook - en vaak zelfs vooral - voor de tekst. Het is nu eenmaal een opera en zoals Joseph Kerman al zei: 'opera is drama'.

Hoewel de Met in 1991 meer bekende namen kon inzetten, ontlopen de uitvoeringen elkaar weinig. Dat is vooral te danken aan James Conlon, een doorgewinterd theaterman die de touwtjes strak in handen houdt en koor, orkest en solisten opstuwt naar een niveau waarop de Met jaloers mag zijn. Meteen na hem moet Christopher Maltman genoemd worden. Nog meer dan indertijd Hakan Hagegard bouwt deze Engelse bariton, die onlangs in Amsterdam imponeerde als Don Giovanni, de rol van Beaumarchais uit tot de spil van de voorstelling. Waar Hagegard vooral de marionettenspeler was die voortdurend aan alle touwtjes probeerde te trekken, verschuift bij Maltman het accent steeds meer naar zijn ontluikende gevoelens voor Marie-Antoinette en zijn verlangen haar lot te veranderen. Prachtig tegenspel krijgt hij daarbij van Patricia Racette, ronder van toon dan Teresa Stratas die echter, zeker in combinatie met het visuele aspect, de ongelukkige koningin iets kwetsbaarder wist te maken.

Patty LuPone
Vocaal voortreffelijk en geknipt voor hun rol zijn ook de bariton Lucas Meachem als een uitbundige Figaro, de bas Kristinn Sigmundsson als een solide Louis XVI, en de tenoren Robert Brubaker en Joshua Guerrera als respectievelijk een geslepen Bégearss en een licht ontvlambare Almaviva. Bij de kleinere partijen vinden we zowaar een link met de eerste uitvoering: de toen nog jonge bas Philip Cokorinos die bij de wereldpremière de drie zinnetjes van de Engelse ambassadeur zong, keert hier in dezelfde finale I terug in het cameo-rolletje van Suleyman Pasha. En als ik het dan toch over die finale heb: ik hield een beetje mijn hart vast voor het aandeel van Patty Lupone. Een grandioos artieste, dat staat buiten kijf, maar een musicalster in een aria vol coloraturen die niemand minder dan Marilyn Horne op het lijf geschreven is? Wie op alle slakken zout legt, moet constateren dat LuPone het vocaal tegen Horne moet afleggen, maar wat zij als zingende actrice - en met een pracht van een stem - met haar scène doet, is meeslepend theatraal vuurwerk op het hoogste niveau.

Weinig details
Voor een uitgave op twee cd's was het nodig de hele eerste akte op één cd te krijgen. Dat is gelukt, maar helaas was er daarna geen ruimte meer voor het waarschijnlijk ovationele applaus, waardoor de uitbundige eerste finale een beetje abrupt eindigt. De beide cd's (sacd's met een prachtig heldere opname vol theatersfeer) gaan verpakt in een gedistingeerd kartonnen doosje met een ruim opgezet, goed leesbaar cd-boekje, waarin echter weinig aandacht is voor details. Zo zijn er twee hele pagina's gewijd aan perscitaten n.a.v. de wereldpremière in 1991, maar was het zo moeilijk om daar ook even de datum bij te zetten?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links