CD-recensie

Averechtse levenslessen

 

© Paul Korenhof, mei 2015

 

Cavalieri: Rappresentatione di Anima e di Corpo

Marie-Claude Chappui (Anima), Johannes Weisser (Corpo), Gyula Orendt (Tempo, Consiglio), Mark Milhofer (Intelletto, Piacere), Kyungho Kim (Primo Compagno di Piacere), Marcos Fink (Mondo, Secondo Compagno di Piacere), Luciana Mancini (Vita mondana), Christina Roterberg (Angelo Custode, Anima beata), Elisabeth Fleming, Benno Schachtner, Florian Feth, Hugo Oliveira (Anime beate), Serena Malcangi (Avveduto), Loredana Gintoli (Prudentio), Koor van de Deutsche Staatsoper Berlin, Concerto Vocale & Akademie für Alte Musik Berlin
Dirigent: René Jacobs

Harmonia Mundi HMC 902200.01

Opname: Berlijn, mei 2014

   

Als ik vroeger met mijn leerlingen Dante's Divina Commedia behandelde, kon ik nooit nalaten te zeggen dat ik liever naar de hel ging dan naar de hemel. Al die brave zalige geesten die alleen maar braaf en gehoorzaam hadden geleefd, lijken mij nog steeds verschrikkelijk saai, terwijl je in de hel de mensen vindt die met volle teugen van het leven wisten te genieten. Bovendien is de selectieprocedure aan de hemelpoort toch ietwat onrechtvaardig: als we op de geschriften afgaan, bevinden zich in de hel immers heel wat mensen die daar terechtkwamen wegens handelingen die inmiddels volledig geaccepteerd zijn. Zet mij dus maar bij die 'zondaars', dan heb ik later ook nog een beetje plezier!

Dergelijke overwegingen steken nog steeds de kop op als ik met studenten praat over de Romeinse opera, waarbij ik onvermijdelijk begin met de Rappresentatione di Anima e di Corpo van Emilio de' Cavalieri op een tekst van van Padre Agostino Manni. Inhoudelijk doet deze muzikale moraliteit ('per recitar cantando') waarop Cavalieri in 1600 het Romeinse publiek vergaste, vooral denken aan onze eigen middeleeuwse Elckerlyc. Behalve zéér hoogstaand, zéér leerzaam en zéér interessant is het werk echter ook een vroeg brok muziektheater op hoog niveau dat ik prefereer boven de ons bekende werken van Jacopo Peri uit dezelfde periode (diens Euridice ontstond eveneens in 1600).
Af en toe duikt hier echter ook de dubbele moraal op die enkele decennia later Il Sant' Alessio van Landi zijn grootste charme zou verlenen. Laten we eerlijk zijn: die veelgeprezen 'heilige' Alessio is niet alleen een kwezel van de eerste orde, maar ook nog een onmens die vijf minuten na de huwelijkssluiting zijn nieuwbakken echtgenote in de steek liet om God te gaan dienen - waardoor zij onder de rooms-katholieke wetgeving gedoemd was om als onbestorven weduwe weg te kwijnen. De grootste charme van Il Sant' Alessio, voor ons en ongetwijfeld ook voor de Romeinen van vier eeuwen geleden, ligt in het 'onchristelijke' maar wel zeer komische aandeel van een paar bedienden en in de wervelende dans- en koorscènes van een groepje duivels, die op effectieve wijze verhinderen dat de toeschouwers van alle getoonde braafheid in slaap vallen.

In Cavalieri's 'nuovamente posta in musica' komen dergelijke excessen, die toch een vreemd licht werpen op de (toenmalige?) katholieke mentaliteit, gelukkig niet voor. Aan braafheid is hier geen gebrek, maar gelukkig had de componist een goed ontwikkeld gevoel voor verhoudingen, waardoor de drie bedrijven met een totale lengte van vijf kwartier niet gingen verzanden. Bovendien maakte de opbouw van het libretto dat de allegorische bijdragen van 'het plezier' en 'het mondaine leven' ook hier zorgen voor welkome onderbrekingen van alle verheerlijking van al wat verder maar deugdzaam is.

Grappig is dat de weerslag van dit alles terug te vinden is in een recente opname van René Jacobs, gemaakt op basis van een door Achim Freyer geregisseerd reeks voorstellingen in Berlijn. Het maakte dat het geheel van meet af aan doortrokken is van een theatersfeer die ook de beschouwende delen een aangename levendigheid verleent. Daarbij lijkt het of de verleidingen van Piacere ('het genot') en zijn beide kompanen net iets meer sprankelen dan de 'bravere' delen van de uitvoering - of is hier mijn wens de vader van mijn gedachten?
Na diverse uitvoeringen vol oratoriumsfeer biedt deze uitvoering een aangename afwisseling met als extra positief element de door Jacobs toegevoegde sinfonia van Johann Hermann Schein als theatrale ouverture. Ik kan het alleen wel stellen zonder de zes minuten durende gesproken proloog van Schranderheid en Voorzichtigheid, twee jongemannen die hier vertolkt worden door twee actrices (met niet in het tekstboek vermelde interrupties). Het voordeel van de cd is natuurlijk dat zo'n fragment moeiteloos kan worden overgeslagen.

Voor de vocalisten is deze 'voor zingend declameren' geschreven muziek technisch nog niet echt veeleisend, zodat Jacobs kon volstaan met een ensemble zonder bekende namen dat hij terdege kon trainen op klank en voordracht. De weergave van de tekst is daarbij essentieel en op dat punt blijft geen wens onvervuld, ook niet in de bijdragen van het koor van de Deutsche Staatsoper Berlin. Het instrumentale tapijt waarop al deze zangers zich bewegen, is bovendien dermate verfijnd en veelkleurig, dat het soms zelfs jammer is, dat er ook nog gezongen wordt. Maar hoe het ook zij: ook deze voortreffelijk vastgelegde Rappresentazione kan bij mij niet het gevoel wegnemen dat het gezelschap van degenen die naar de hel werden verbannen, veruit te prefereren is boven dat van al die brave mensen die in het hiernamaals - en omringd door geslachtloze engelen - pap van gouden bordjes zitten te eten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links