CD-recensie

Een opéra comique als grand opéra

 

© Paul Korenhof, september 2012

 

 

Bizet: Carmen
Magdalena Kozená (Carmen), Jonas Kaufmann (Don José), Genia Kühmeier (Micaëla), Kostas Smoriginas (Escamillo), Christian Van Horn (Zuniga), André Schuen (Moralès), Christina Landshamer (Frasquita), Rachel Frenkel (Mercédès), Jean-Paul Fouchécourt (Le Remendado), Simone Del Savio (Le Dancaïre), Koor en kinderkoor van de Deutsche Staatsoper Berlin, Berliner Philharmoniker
Dirigent: Simon Rattle

EMI Classics 4402852 (2 cd's)

Opname: Berlijn, 16-21 april 2012


In 1974 verscheen een Carmen onder Leonard Bernstein die muzikaal insloeg als een bom. Zo enerverend en met zoveel orkestrale uitbundigheid had ik Bizets partituur nooit eerder gehoord, maar de bekoring was van korte duur. Speelsheid en Franse charme waren geen specialiteiten van Bernstein en daarbij vormde de opname de neerslag van een Met-productie met 'grote stemmen', die in 's werelds grootste operatheater over de hoogste orkestrale golven heen moesten komen.

Authenticiteit
Een andere nadelige factor was de omstandigheid dat in die tijd 'authenticiteit' een ijzeren wet was geworden, en niet alleen in de barokmuziek. Na de publicatie van de 'Oeser-partituur' in 1964 hadden opeens alle theaters ontdekt wat ze in Frankrijk al lang wisten: dat Bizet Carmen had geschreven als 'opéra comique', dus met gesproken dialogen, en dat na zijn dood Guiraud het werk voorzien had van gezongen recitatieven. Dat deze laatste een knap stukje werk had afgeleverd, deed niet ter zake, evenmin als het feit dat het werk zonder die recitatieven nooit zo populair had kunnen worden. Sterker nog: als Bizet niet voortijdig was gestorven, zou hij ongetwijfeld voor opvoeringen buiten Frankrijk zelf recitatieven hebben geschreven, maar dat telde opeens allemaal niet meer mee. Een 'authentieke' Carmen was een Carmen met dialogen en zo moest het dus!

Op zich zou dit alles niet zo erg zijn geweest, als de decennia daarvoor niet ook nog hadden gezorgd voor een teruggang naar de originele taal. Tot ver in de twintigste eeuw beschikten theaters over vaste ensembles en was het normaal opera's uit te voeren in de taal van het publiek of in de taal van het land waar zo'n ensemble was samengesteld. Ook dat was veranderd. Gezelschappen werden steeds internationaler van samenstelling en opera's werden bijna overal in de originele taal uitgevoerd. Muzikaal had dat zeker voordelen en ook werd het makkelijker om met gastsolisten te werken, maar het betekende tevens dat de sprankelende Franse dialogen van Carmen in de Met op de ergst mogelijke manier werden verhaspeld doordat allerlei niet-Franse solisten ze in tenenkrommend steenkolen-Frans de grote operazaal in slingerden. Liet Bernstein al weinig heel van de Franse sfeer, wat hij deed was nog heilig in vergelijking met wat de solisten met Bizet's meesterwerk uithaalden.

In de praktijk
Globaal zijn er twee oplossingen: ofwel Carmen brengen als een echte 'opéra comique' met gesproken dialogen, liefst in een kleinere zaal en met solisten die voor het merendeel Franstalig zijn, ofwel Carmen spelen als 'grand opéra', dus met de recitatieven van Guiraud, zodat er alleen maar in ietwat fatsoenlijk Frans gezongen hoeft te worden. Met een internationale bezetting zal het nooit ideaal worden, maar het resultaat is meestal wel acceptabel.
Het heeft even geduurd, maar inmiddels zijn de Met en diverse andere theaters teruggekeerd tot de versie met recitatieven en dat is maar goed ook, want de reputatie van Carmen ging duidelijk achteruit. Een minder Frans ingesteld publiek gaat dat onverstaanbare parlevinken op den duur vervelen en terecht. Het werd ook vervelend, al was het maar omdat met een internationale cast het Franse spreektempo met sprongen daalt, zeker in een grote zaal waar ook nog ge-ar-ti-cu-leerd moet worden! Er is echter een derde oplossing: kiezen voor de originele partituur zonder recitatieven, maar de dialogen tot een minimum beperken. De voordelen zijn duidelijk, maar het kan wel leiden tot onduidelijkheden in het verhaal, waarbij bovendien veel voor de karaktertekening noodzakelijke details verloren gaan.

Dialogen

Voor de Salzburger Osterfestspiele 2012, de laatste waarbij de Berliner Philharmoniker een centrale rol vervulden, werd gekozen voor de laatste oplossing, maar de uitzending van de Oostenrijkse radio gaf mij een ietwat tweeslachtig gevoel. Het ene moment kwam er een schitterende, groots opgezette orkestklank uit de luidsprekers, maar even later hoorde ik dialogen die leken te zwemmen in de grote ruimte van het Festspielhaus en daarmee niet helemaal met de muziek in overeenstemming waren.
De opname die aansluitend in Berlijn werd gemaakt, is een ander verhaal: eenzelfde orkestklank, maar dialogen die niet op een grote zaal gericht zijn en daardoor technisch beter met de zang in balans konden worden gebracht. Dat klinkt veel overtuigender, al moet ik eraan toevoegen dat de dialogen in de voorstelling zelf levendiger klonken en meer sfeer hadden. Veel gewicht legt dat overigens niet in de schaal, omdat Rattle in samenwerking met Aletta Collins, die in Salzburg de regie voerde, de gesproken teksten tot het hoogst noodzakelijke had teruggebracht. Daarbij werden gaten in het verhaal vermeden, maar zij konden niet voorkomen dat vooral de karakters niet altijd helemaal uit de verf kwamen, een nadeel dat overigens ten dele gecompenseerd werd door het feit dat bij zo'n populair werk een groot deel van het publiek voldoende achtergrondinformatie bezit om bepaalde leemtes zelf in te vullen.

Grand opéra
Louter muzikaal is de uitvoering een ander verhaal en Rattle laat de Berliner Philharmoniker schitteren zoals alleen een toporkest dat kan. Het eerste voorspel spettert de luidsprekers uit en daarna horen we twee en een half uur lang een afwisseling van meeslepend ensemblespel en instrumentale juweeltjes. Een bijkomend voordeel is Rattle´s gevoel voor Franse muziek, dat we hier zo goed kennen van zijn optredens bij het Rotterdans Philharmonisch Orkest, en dat bijvoorbeeld het Berlijnse koper een opmerkelijk heldere klank geeft. Al met al is het ook logisch dat hij met dit orkest kiest voor een benadering als ´grand opéra´ en meeslepend is daarbij zijn opbouw van de grote climaxen, vooral die van de tweede finale.
Als er orkestraal iets te wensen overblijft, betreft dat hooguit een licht gebrek aan Franse élégance in de frasering, onder meer tijdens het derde voorspel en het terzetje van de drie zigeunerinnen in het laatste bedrijf. Een ander minpuntje vormt het nadrukkelijke aandeel, vooral in het eerste bedrijf, van het herenkoor van de Deutsche Staatsoper Berlin. Of het kwam door de akoestiek van het Gro βes Festspielhaus of door de training van Simon Halsey, is moeilijk te beoordelen, maar in Salzburg klonk het koor van de Weense Staatsopera theatraler en meer in balans met het orkest - althans via de radio.

Voor deze aan pak als 'grand opéra', ondanks de keuze voor de partituur van de 'opéra comique', werd een internationaal ensemble bijeengebracht, aangevoerd door een Tjechische Carmen, een Duitse Don José, een Oostenrijkse Micaëla en een Griekse Escamillo. De enige echte Fransman is de 'speeltenor' Jean-Paul Fouchécourt als Le Remendado, maar dat is dan ook te horen, ondanks het feit dat ook zijn dialogen onder het snoeimes zijn gegaan. Jammer trouwens dat hij niet een even Franse en even speelse tegenspeler vond in Simone Del Savio, een Italiaanse bas-bariton met een net iets te donker timbre voor Le Dancaïre.

Sterk duo
Bij de vier hoofdrollen werd mijn aandacht vooral getrokken door de pure en warme Micaëla van de Oostenrijkse sopraan Genia Kühmeier. We kenden haar al van een recente Carmen van De Nederlandse Opera, maar in die voorstelling kwam zij beslist niet tot haar recht. Dirigent Marc Albrecht toonde weinig gevoel voor Franse muziek, het KCO gooide - niet helemaal onbegrijpelijk maar ook niet echt professioneel - zijn kont tegen de krib en regisseur Robert Carsen wist niets beters te bedenken dan een ordinaire show vol grove effecten met een decor dat het Kühmeier zelfs onmogelijk maakte haar stem goed hoorbaar te maken. Dat laatste is hier beslist niet het geval en dat gunt ons de kennismaking met een van de best gehanteerde en misschien ook een van de mooiste sopranen van dit moment.
Nooit eerder heb ik bovendien zo sterk het gevoel gehad dat Micaëla en Don José een volmaakte combinatie vormden. Jonas Kaufmann kennen we al in deze rol van een dvd uit Londen, maar sindsdien heeft hij zich nog meer geprofileerd als een van de weinige tenoren die deze lastige rol in alle opzichten de baas kunnen. Daarbij legt hij de nadruk op de lyriek en de zwakheden van Don José met in zijn timbre schitterende 'weke' momenten, die volmaakt passen bij een impulsieve en tegelijk ook ietwat wereldvreemde van deze boerenzoon uit Navarra. De standvastige, toegewijde Micaëla zoals Kühmeier die neerzet, had 'in het echte leven' de ideale partner van deze Don José kunnen zijn. Een duidelijk minpunt is in dit geheel de Escamillo van de Griekse bariton Kostas Smoriginas, die voor zijn rol noch de kracht noch de laagte bezit.

Bij Magdalena Kozena is het probleem dat zij wel affiniteit heeft met de Franse muziek, maar hoorbaar met minder de pasteltinten en de nuancering van de Franse zangkunst. Zij demonstreerde dat eerder als een te tragisch aangezette, geestelijk labiele Mélisande en nu blijkt het weer uit een Carmen die duidelijk tekort schiet op het punt van spot en relativeringsvermogen. Het lijkt hier of zij een karakter dat uitblinkt door natuurlijkheid en spontaneïteit, wil uitdiepen in de richting van een femme fatale als Eboli of Dalila, waardoor zij ondanks haar fraaie zang de plank precies mis slaat.

Privacy
De opname, gemaakt in de Berlijnse Philharmonie, straalt grootsheid uit en werd over de gehele fraai linie gerealiseerd, al is er soms iets te veel met de knoppen geschoven, bijvoorbeeld bij het langzaam wegdraaien van de kazernemuziek in het tweede bedrijf. De beide cd's zijn verpakt in een fraai boekwerkje, maar daarin ontbreken biografieën en een libretto. Wie daarin geïnteresseerd is, wordt maar liefst zes keer verwezen naar de webpagina www.simonrattle.com/carmen, maar dat blijkt ietwat misleidend. De bedoeling is dat u gaat naar www.simonrattle.com, vervolgens uw cd in de pc stopt en dan inlogt onder vermelding van uw geboortedatum en andere persoonlijke gegevens, waarbij u ook nog eens toestemming geeft die gegevens op te slaan voor 'updates about Simon Rattle' en joost mag weten wat nog meer. Met andere woorden: u mag het libretto alleen meelezen in ruil voor inbreuk op uw privacy! Daarom hier twee webpagina's waar u het libretto kunt vinden zonder dat uw gegevens ergens worden opgeslagen voor gebruik waar u verder geen invloed op heeft:
http://opera.stanford.edu/Bizet/Carmen/libretto.html (Frans)
http://www.aria-database.com/translations/carmen.txt (Frans-Engels)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links